HOE PAKKEN ZE HET IN SCANDINAVIË, IJSLAND, ENGELAND EN ITALIËE AAN?

Leren van successen
over de grens

 

Als je je blik buiten onze landgrenzen richt, levert je dat een schat aan nieuwe inzichten, methoden en invalshoeken op. We verzamelden enkele inspirerende voorbeelden uit andere Europese landen, voor de Nederlandse jeugdhulpverlener van de toekomst.

In Nederland hebben we pas enkele jaren ervaring met gede-centraliseerde jeugdhulp; in Scandinavische landen bestaat dit al veel langer. Het Nederlands Jeugdinstituut deed in 2013 onderzoek naar de manier waarop de jeugdhulp in Scandinavië is georganiseerd. “Wat toen vooral opviel, was de centrale rol van social workers”, vertelt Caroline Vink, destijds onderzoeker. “Dit zijn universitair opgeleide experts die gespecialiseerd zijn in het domein jeugd en gezin. Ze zijn in dienst van de gemeente, zijn een ‘spin in het web’ en hebben een groot mandaat. Als een gezin meer, of meer specialistische, ondersteuning nodig blijkt te hebben, halen ze er expertise bij in plaats van dat ze zo’n gezin overdragen aan iemand anders. Ze blijven dus betrokken en bouwen een lang-durige relatie op met gezinnen.”

Er zijn natuurlijk wel verschillen tussen de diverse Scandinavische landen, maar dan gaat het volgens Vink vooral om kleine verschillen in het stelsel.

Opvallend verschil

“De functie-inhoud van social workers in Zweden en in Noorwegen zijn erg vergelijkbaar. Een overeenkomst tussen al deze landen – en tegelijkertijd een opvallend verschil met Nederland – is dat de social workers in dienst zijn van de lokale overheid, net als pedagogisch medewerkers van kinderdagverblijven en leerkrachten van school. Ik denk dat onderdeel zijn van dezelfde organisatie een groot voordeel is. In Nederland heb je vaak te maken met mensen uit heel verschillende organisaties. Dat creëert meer afstand en langere lijnen.”

Preventie

Een ander groot verschil: de Scandinavische social workers zijn verantwoordelijk voor diensten die bestemd zijn voor alle kinderen, dus niet alleen voor kinderen uit risicogezinnen. Vink: “Tijdens ons werkbezoek aan een voorstad van Stockholm vertelde het hoofd van de afdeling jeugd en gezin dat ze daar één keer per jaar een overleg hebben met alle betrokkenen, zoals social workers, leerkrachten en pedagogisch medewerkers. Ze bespreken dan wat er beter kan, bijvoorbeeld als het gaat om voorzieningen voor jongeren en ondersteuning van gezinnen met jonge kinderen. Als jeugdhulpverlener in Nederland krijg je vooral te maken met gezinnen bij wie het water al aan de lippen staat. In Scandinavië staan social workers meer midden in de samenleving en houden ze zich ook bezig met preventie van problemen.”

Expertise

Een belangrijke les voor de jeugdhulpverlener van de toekomst is volgens Vink het belang van kennisuitwisseling. “Dat gebeurt daar heel veel, omdat de lijnen korter zijn. Ook in Nederland kan dit! Weet bijvoorbeeld de expertise van leerkrachten en pedagogisch medewerkers op waarde te schatten. Maar kijk ook eens over de grens, welke overeenkomsten en verschillen zie je met je eigen werk?” Vink vindt het belangrijk dat we in Nederland professionals opleiden die specifieke kennis hebben van het domein jeugd en gezin. “De Deense opleiding voor social worker vind ik heel goed opgezet: in het begin is die heel algemeen, maar later kun je specialiseren in bijvoorbeeld jeugd of ouderen. In Scandinavië zijn geen generalistische teams; jeugd en gezin is echt een expertise.”

IJslands preventiemodel

Binnen het NJi wordt momenteel veel gekeken naar het IJslands preventiemodel: een zeer succesvolle aanpak tegen middelengebruik (alcohol, tabak en drugs) onder jongeren. Samen met het Trimbos-instituut ondersteunt het NJi in zes Nederlandse gemeenten een ‘beleidsvormend leertraject’ om te onderzoeken of de aanpak in Nederland kan worden overgenomen. De IJslandse aanpak loopt al twintig jaar en in die tijd is het middelengebruik sterk gedaald. “Het beleid is gebaseerd op directe terugkoppeling vanuit de jongeren”, vertelt Vink. “Jaarlijks krijgen zij vragenlijsten voorgelegd, waarin niet alleen wordt gevraagd naar middelengebruik, maar ook naar het welbevinden en de relatie met ouders. Binnen twee maanden worden de gegevens verwerkt en gedeeld met alle betrokkenen. Waar nodig kunnen de preventieactiviteiten dan meteen worden bijgesteld.”

Verbinding met de maatschappij

Het preventiemodel onderscheidt vier domeinen van omge-vings-factoren die het risico op middelengebruik verkleinen of vergroten: gezin, peergroup (vrienden en leeftijdsgenoten), school en vrije tijd. “Uit onderzoek blijkt dat deelname aan zinvolle en goed georganiseerde vrijetijdsactiviteiten het risico op middelengebruik verkleint. Daarom krijgen alle jongeren in Reykjavik jaarlijks een vrijetijds-pas die ze kunnen gebruiken voor georganiseerde sportlessen en culturele activiteiten, ook deels met ouders. Die verbinding met de maatschappij blijkt heel belangrijk voor jongeren. Voor de jeugdhulp van de toekomst onderstreept dit het belang om te investeren in de gemeenschap, niet alleen in ondersteuning van individuele kinderen en problemen”, besluit Vink.

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?

Caroline Vink
Nederlands Jeugdinstituut

Vink is expert internationaal jeugd-
­­beleid bij het NJi. Opgeleid als jeugdhulpverlener en antropoloog houdt ze zich al haar hele carrière bezig met internationale vraagstukken rondom jeugd en gezin.

6 LESSEN UIT SCANDINAVIË

1

Geleidelijke opschaling

In Scandinavië wordt ondersteuning
geleidelijk opgeschaald. Er is een minder scherp onderscheid tussen preventieve ondersteuning en ondersteuning tijdens en na de vraagverheldering.

2

Zorgcoördinatie

De social -worker heeft een
belangrijke rol als zorgcoördinator.

3

Het kind staat centraal

De social worker praat met het
kind om de vraag te verhelderen. De vraagverhelderingsfase is niet gericht op het gezin, maar op de behoeften
van het kind.

4

Maar nooit zonder de -ouders

De social worker -betrekt de ouders wél altijd bij het ondersteunings-proces.

5

Aandacht voor sociale netwerk

Waar mogelijk betrekt de social worker het sociale netwerk van gezinnen bij de vraagverhelderingsfase en de ondersteuning.

6

Aandacht voor welbevinden

Ook als er geen sprake is van problemen of risico’s, bieden social workers preventieve ondersteuning aan alle kinderen, jongeren en gezinnen.


UIT DE PRAKTIJK

Netwerk van pleeggezinnen 

Het Mockingbird Family Model is een van oorsprong Amerikaans model voor pleegzorg. Ellen Schulze van Levvel heeft tijdens een studiereis naar Engeland gezien hoe dit model in de praktijk functioneert. “Er worden zes tot tien pleeggezinnen aan elkaar gekoppeld, plus een ervaren pleeggezin dat op dat moment zelf geen pleegkinderen opvangt: het hub home. Dit hub home is het aanspreekpunt voor de pleeggezinnen en organiseert bijeenkomsten. Zo leert iedereen elkaar goed kennen en ontstaat er een kleine gemeenschap. Bij het hub home zijn ook twee tijdelijke slaapplekken beschikbaar voor geplande en ongeplande logeerpartijen van pleegkinderen binnen het netwerk.” Uit onderzoek blijkt dat het Mockingbird Family Model ervoor zorgt dat de pleegzorg minder snel voortijdig wordt beëindigd. Momenteel wordt er onderzocht of het model ook kansen biedt voor Nederland. Schulze: “Het mooie vind ik vooral de nadruk op de gemeenschap. Via het hub home komen broertjes en zusjes met elkaar in contact die bij verschillende pleeggezinnen zijn ondergebracht. En een kind dat na zijn achttiende het pleeggezin verlaat, blijft onderdeel van de gemeenschap.”

Meenemen naar de toekomst: Het pleeggezin als onderdeel van een netwerk of gemeenschap.

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?

Ellen Schulze
Levvel

Schulze is programmaleider pleegzorg & gezinsvormen bij Levvel. Ze studeerde orthopedagogiek. Voorheen werkte ze onder andere als beleidsmedewerker op het gebied van pleegzorg bij Spirit.


UIT DE PRAKTIJK

Alle deuren open in Triëst 

In de Italiaanse stad Triëst hebben ze een bijzondere kijk op geestelijke gezondheidszorg. In de jaren zeventig zijn alle psychiatrische ziekenhuizen gesloten om plaats te maken voor ggz-wijkcentra met open deuren. Nellieke de Koning, bestuurder bij Levvel, is enthousiast: “In Triëst stellen ze burgerrechten voorop, zoals het recht op vrijheid. Sociale verbanden, contact met anderen en meedoen in de maatschappij zijn heel belangrijk. Doordat mensen met psychiatrische problemen midden in de samenleving staan, zien de mensen om hen heen en de behandelaren het als er een crisis ontstaat. Zo kunnen ze er vroeg bij zijn. In Nederland is het veel moeilijker om zo’n langdurige relatie op te bouwen met een kind, jongere of gezin, de zorg is veel meer opgeknipt. Een goede les die we uit de aanpak in Triëst kunnen trekken, is hoe belangrijk het is om vast te houden aan je inhoudelijke uitgangspunten en richtinggevende principes. Reflectie is een essentieel onderdeel van het dagelijkse werk. Bij elke beslissing die genomen wordt, wordt gekeken of deze recht doet aan waarden als vrijheid en gelijkwaardigheid. Een andere belangrijke les is dat je zorg niet in je eentje biedt, maar als onderdeel van een samenleving. Maar er zijn ook kritiekpunten. Zo is in Triëst de meer specialistische zorg en behandeling voor mensen met een verslaving te schaars geworden. Als je wijkgerichte zorg gaat bieden, is het dus van belang om de specialistische zorg beschikbaar te houden. Anders gaat het verloren en zijn er mensen die geen passende behandeling meer kunnen krijgen.”

Meenemen naar de toekomst:

  • Vasthouden aan inhoudelijke uitgangspunten en richting-gevende principes.
  • Zorg is onderdeel van een samenleving en bied je niet in
    je eentje.
  • Specialistische zorg in stand houden.

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?

Nellieke de Koning
Levvel

De Koning is bestuurder en kinder- en jeugdpsychiater bij Levvel. Voorheen werkte ze onder andere als directeur intensieve behandeling bij ggz Noord-Holland-Noord en als kinder- en jeugdpsychiater en divisiedirecteur bij de Bascule.

MEER WETEN?

Het rapport ‘Generalistisch werken rondom jeugd en gezin in de Scandinavische landen’ van Berg-le Clercq, Bosscher, Keltjens en Vink (2013) is te downloaden op nji.nl

Hier lees je meer over het IJslandse preventiemodel.