KLAAR VOOR DE TOEKOMST?

MET ALLEEN THEORIE
KOM JE ER NIET

Een jeugdhulpverlener is na het afronden van de opleiding veelzijdig gekwalificeerd. Is dat voldoende om in de harde en snel veranderende realiteit aan de slag te gaan?

De rol van de jeugdhulpverlener is in de afgelopen decennia sterk veranderd. Dit heeft alles te maken met de omslag in Nederland van een verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving. Daarin zou iedereen, oud en jong, de regie moeten hebben over zijn of haar leven. Het is de visie van een zich steeds meer terugtrekkende overheid: de weg naar solide burgerschap en een toekomstperspectief is onlosmakelijk verbonden met zelfredzaamheid.

De hogescholen die opleidingen sociaal werk aanbieden spelen in op die maatschappelijke verschuiving. In februari 2017 al verscheen het Landelijk Opleidingsdocument Sociaal Werk, dat hogescholen houvast biedt bij de inrichting van hun curriculum van de bacheloropleidingen Social Work en Pedagogiek.

Hiermee wilden de opstellers (een denktank van wetenschap-pers en deskundigen uit ver-schil-lende sociale disciplines) komen tot een grootschalige vernieuwing van deze opleidin-gen. Doel: het ‘futureproof’ maken van zowel aankomende als bestaande zorgprofessionals, met een goede basis vol kennis en met relevante kwalificaties.

Eigen codes
Jeugdhulp anno nu richt zich in theorie vooral op ontwikkelingskansen voor jonge mensen. De hulpverlener brengt sociale netwerken in kaart en is ook actief betrokken bij de ontwikkeling ervan. Hiermee wordt de participatie van kinderen en jongeren in die netwerken gestimuleerd en hun sociale veiligheid ondersteund.

Niet eerder volgden maatschappelijke ontwikkelingen elkaar echter zo snel op als in de huidige tijd. Jonge mensen moeten zich tegenwoordig, vooral onder druk van nieuwe technologie en social media, staande zien te houden in een omgeving die in hoog tempo verandert. De netwerken waarbinnen ze zich bewegen, kennen eigen codes en onttrekken zich vaak aan het zicht van volwassenen. En dus ook aan het zicht van hulpverleners.

Wie de opleiding Social Work heeft afgerond, zou in staat moeten zijn ‘vroegtijdig relevante ontwikkelingen in de samenleving te signaleren, te doordenken en te vertalen naar de beroepspraktijk’. Komen theorie en praktijk daadwerkelijk bij elkaar? Ben je adequaat voorbereid met die tijdens je studie opgedane kennis? Of leer je uiteindelijk vooral al doende hulpverlenen? JONG vroeg het vier professionals en een ervaringsdeskundige.


UIT DE PRAKTIJK

Lerende netwerken van deskundigen

“De kaders waarbinnen jeugdhulpverleners hun werk doen, zijn ruimer dan ze tijdens hun studie aangereikt krijgen. Met alleen behandelingsprotocollen ben je er nog niet. Bij iHUB Alliantie zetten we in op lerende netwerken waarbinnen professionals hun licht kunnen opsteken bij deskundigen: jongeren en hun ouders. Want het curriculum van de opleidingen sluit niet altijd aan op de complexe werkelijkheid. Ons signaal is dan ook: ​wees daar kritisch op en besteed aandacht aan het begeleiden van jonge professionals, niet alleen tijdens de opleiding, maar ook als ze aan het werk zijn. In de praktijk krijgen ze immers met zware problematiek te maken.​ ​Er is al zo’n schaarste en je wilt voorkomen dat gemotiveerde mensen vroegtijdig afhaken. Menselijk kapitaal binnen een zorg-organisatie is belangrijk om maatwerk te kunnen leveren. ​Je kunt niet een behandeling ontwerpen en deze vijftig keer op dezelfde wijze uitvoeren. Elke situatie vraagt om aanpassingen. ​Tijdens trainingen zetten we ervaringsdeskundigen in. Met hun feedback werk je als professional aan de verbetering van je vaardig-heden, terwijl je in verbinding staat met je doelgroep.”

“Verdieping vind je pas echt in de praktijk”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?

Sjoerd Sinke
iHUB Alliantie

Sinke is sinds februari 2020 manager Leren & Ontwikkelen bij iHUB Alliantie. Hij rondde de pabo af en studeerde daarna Onderwijspedagogiek aan de VU Amsterdam.


UIT DE PRAKTIJK

Eerst begrijpen,
dan begrepen worden

“Moet je zelf iets doorleefd hebben om erover mee te kunnen praten? Kun je pas jeugdhulp verlenen als je zelf kinderen hebt? Levenservaring geeft je een voorsprong, maar het is geen absolute voorwaarde om ons werk te kunnen doen. Wat wel een voorwaarde is: investeren in het contact met jongeren en hun ouders. Eerst begrijpen, dan begrepen worden. Op mijn manier probeer ik bij te dragen aan dit bewustzijn. Ik geef met mijn podcast Transformers in de Jeugdzorg een podium aan jongeren om hun verhaal te vertellen, hun ideeën te delen en zorg ervoor dat ze met bestuurders van zorginstellingen aan tafel komen.

Tijdens mijn opleiding heb ik twee keer met een ervaringsdeskundige mogen spreken, en dat maakte veel indruk. Hoe is het om verslaafd te zijn? Hoe is het om opgesloten te zitten? Wat mij betreft mag hier meer aandacht voor komen bij het opleiden van hulpverleners. Ik heb goede herinneringen aan mijn docenten indertijd, maar het viel me op dat sommigen al wel heel lang in het onderwijs zaten. Sluit kennis dan nog aan op de praktijk? Daar dienen ‘checks and balances’ voor te worden ingebouwd door de opleidingen.”

“Verdieping vind je pas echt in de praktijk”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?

Wiebe van Steenis
Jeugdhulpwerker

Van Steenis studeerde Sociaal
Pedagogische Hulpverlening en heeft een achtergrond als jeugdhulpwerker bij onder meer Spirit (nu: Levvel) en Horizon Jeugdzorg en is maker van de podcast Transformers in de Jeugdzorg.


UIT DE PRAKTIJK

Het DNA van een goede hulpverlener?

“Samen met gedragswetenschapper Gieke Buur heb ik De Schoenveterclub opgericht. De naam is ludiek, maar het doel is serieus: betere jeugdhulp op basis van de ervaringen van jongeren, ouders en professionals. Hoe ziet het DNA van een goede hulpverlener eruit? Dat is een vraag die we met elkaar willen beantwoorden. Dit is geen aanval op de jeugdhulp, maar uit ervaring weet ik wat veertien doorplaatsingen met je doen. Veel jongeren die hulp nodig hebben, zitten gevangen in het systeem. Waar ze het meeste onder lijden? Het gebrek aan perspectief. En dat maakt ze enorm kwetsbaar.

Om daarmee om te kunnen gaan, moet je als hulpverlener jezelf ook kwetsbaar durven opstellen. Verbinding maken zonder vooroordelen en vanuit oprechte interesse. Hulpverlenen doe je vanuit je hart. Hoe je dat doet, haal je niet uit boeken. Mijn advies: breng de praktijk naar de opleidingen. Bereid studenten voor op de harde werkelijkheid van de jeugdzorg, door ze vaker stage te laten lopen. Want echt, het werk zal niet altijd makkelijk zijn.”

“Verdieping vind je pas echt in de praktijk”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?

Noa van Hagen
Ervaringsdeskundige en adviseur

Van Hagen is ervaringsdeskundige en oprichter van De Schoenveterclub en
De Jeugdzorgt. Ze is daarnaast kwaliteits­adviseur bij iHUB Alliantie en Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.


UIT DE PRAKTIJK

Expertpanels van jongeren en ouders

“In de jeugdhulp komen veel disciplines samen. Daarom is het zo belangrijk dat we als zorgverleners niet alleen leren van elkaar, maar ook van professionals uit aanpalende domeinen.​ ​Als je kijkt naar bijvoorbeeld Amsterdam-Zuidoost, met haar specifieke problematiek, is hulpverlening alleen doeltreffend als je een sociaal pact sluit met iedereen die specifieke kennis heeft van de wijk en de leefwereld rond de jongeren. De voedselbank, ondernemers, maatschappelijk werk, bijzonder onderwijs, de wijkagent: ze beschikken allen over waardevolle kennis om uit te wisselen.

Een speerpunt voor iHub is het borgen van kennis binnen opleidingsprogramma’s voor zorgprofessionals. We maken daarbij veelvuldig gebruik van expertpanels waarin jongeren en ouders als ervaringsdeskundigen een belangrijke bijdrage leveren. Zodra je als hulpverlener over de juiste ‘tools’ beschikt, kun je investeren in zorg gebaseerd op vertrouwen en affectie. Want is dat niet onze roeping?”

“Opleidingen sluiten niet altijd aan op de complexe werkelijkheid”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?

Harvey Sandriman
iHUB Alliantie

Sandriman studeerde aan Tilburg University en Nyenrode Business Universiteit. Hij heeft een achtergrond als jurist, lobbyist en bedrijfskundige. Sinds februari 2020 is hij regiodirecteur Amsterdam, Zaanstad en Waterland bij iHUB Alliantie.


UIT DE PRAKTIJK

De praktijk kun je niet simuleren

“Ik heb een bijzondere interesse voor psychopathologie. Daar sloot mijn opleiding, met de focus op psychosociale aspecten, niet helemaal op aan. Door een minor te volgen gericht op ggz en stage te lopen bij HVO-Querido VIP, heb ik die aansluiting uiteindelijk gevonden. Dat lukte vooral omdat ik binnen HVO-Querido de ruimte kreeg me te ontwikkelen. Je kunt natuurlijk niet zonder theoretische kennis, maar voor de verdieping ervan heb je toch echt de praktijk nodig.

Herstel in de ggz vraagt om maatwerk met oog voor het individu. Gesprekstechniek en rollenspel, bij voorkeur met inzet van ervaringsdeskundigen, helpen je noodzakelijke vaardigheden te ontwikkelen. Maar uiteindelijk kun je de praktijk niet simuleren, zeker niet in een ‘veilige’ omgeving. We hebben een eigen platform waarop hulpverleners en bewoners ervaringen en tips uitwisselen. Recepten, handigheidjes tijdens het boodschappen doen: het komt allemaal voorbij in besloten groepen op Facebook en Instagram. Het is een fijne manier om contact te houden met elkaar.”

“Verdieping vind je pas echt in de praktijk”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?

Tessa de Schipper
HVO-Querido

De Schipper studeerde Maatschappelijk Werk & Dienstverlening aan de Hogeschool van Amsterdam. Ze werkt als persoonlijk begeleider Vroege Interventie Psychose (VIP) voor HVO-Querido op de locatie Diemen-Zuid.

MEER WETEN?

Studie Social Work, de 3 profielen: Kijk hier

PODCAST-TIPS

StroomOP met BGJZ via Spotify: open.spotify.com/show/4o8rcwXuXDs2S3FDqQlgeN

Transformers in de Jeugdzorg via Soundcloud