DEEL 1: NETWERKEND SAMENWERKEN

De hele wijk werkt mee

De Transformatie in de jeugdhulp levert nog niet op wat de bedoeling is. Hier en daar proberen hulpaanbieders door samenwerking in de wijk specialistische jeugdhulp dichterbij te brengen. In de nieuwe rubriek Samen Sterk belichten we verschillende aspecten van deze initiatieven.

Annemieke Roobeek is hoogleraar Strategie en Transformatiemanagement aan Nyenrode Business Universiteit. Ze is betrokken bij verschillende projecten op het gebied van netwerkend werken: intensieve samenwerkingsverbanden tussen bijvoorbeeld ketenpartners, consultants en overheden. Recent was Roobeek betrokken bij een Samen Beterproject in Amsterdam, waar hulpverleners uit diverse jeugdhulporganisaties, naast hun gewone werk, een experiment hadden opgezet om meer samen te werken. “Uit hun ervaringen bleek dat ze het heel belangrijk vonden om op deze manier te werken en ook de toegevoegde waarde zagen van samenwerking in de wijk, maar dat ze handvatten misten. Ook het management was enthousiast en wilde hier verder over nadenken. Toch is het uiteindelijk niet gelukt om ermee door te gaan. Het vergt een gezamenlijke investering, tijd en aandacht én een gedegen plan. Het is een trieste constatering maar de financieringsstructuur en de afrekencultuur in de hulpverlening maken netwerkend werken op dit moment onmogelijk, hoe noodzakelijk het ook is.”

Integraal werken
Het is niet voor het eerst dat Roobeek een veelbelovend initiatief zag sneuvelen. “In andere gevallen lagen de zorgverzekeraars dwars. Daarbij vecht elke zorgorganisatie voor zijn eigen bedrijfsvoering. Zolang dat het geval is, kun je nooit de grote vraagstukken creatiever, effectiever en goedkoper aanpakken. Grote vraagstukken waar de samenleving en dus ook de jeugdhulp mee te maken hebben, bestaan altijd uit meerdere dingen: de situatie thuis, psychische problemen, de scholen, dat speelt allemaal mee. Dus moet je voor de oplossing ook integraal kijken. Maar dat kan niet zolang organisaties als eigen winkeltjes moeten werken.”

Schoolvoorbeeld
Jeugdhulporganisaties kunnen wel een voorbeeld nemen aan het voortgezet onderwijs in Amsterdam, zegt Roobeek: “Daar bestaat een samenwerkingsverband voor alle middelbare scholen, waarbij het belang van de leerling voorop staat. Daar wordt wél integraal en over systemen en belangen heen gekeken, om voor elke leerling passend onderwijs te vinden. Netwerkend werken wordt hier gedragen door de professionals en bestuurders. Daar kan de jeugdhulp nog veel van leren; met een organisatie boven de zorgaanbieders kun je ervoor zorgen dat kinderen goed worden begeleid.”

Inventariseren en verbinden
Effectief samenwerken in de jeugdhulp begint volgens Roobeek met het inventariseren van de vraagstukken in de wijk en daar een gezamenlijke agenda voor opstellen. “Dus niet focussen op de problemen van één persoon of op de eigen agenda, want de oplossing ligt niet altijd in nóg een therapie. Het gaat om alles wat er in de wijk speelt, van armoe tot psychiatrische problemen. Vervolgens ga je in kaart brengen welke partijen daarbij betrokken moeten worden en kun je verbindingen leggen. We hebben geleerd dat ervaringsdeskundigen uit de buurt zelf een belangrijke rol in het netwerk kunnen vervullen.
Eén coördinator zorgt voor het overzicht, met daaronder een laag ‘webbers’: professionals uit verschillende organisaties en instanties in de wijk, die contacten leggen, activiteiten organiseren en bewoners uitnodigen om daaraan deel te nemen. Die mensen moet je daar dan ook voor vrijmaken en het mandaat en de middelen geven, zodat ze er echt voor kunnen gaan.”

Geld vrijmaken
Netwerkend werken in de jeugdhulpverlening kan dus wel, stelt Roobeek, maar onder de juiste voorwaarden: “Voor dit soort structuren moet je geld vrijmaken. Daar ligt een taak voor de overheid, de gemeente en de provincie. Zorgaanbieders kunnen zelf een deel inleggen, maar niet alles, want de vraagstukken zijn groter dan alleen de zorg. Met dat geld kun je inzetten op preventie, je kunt zinvolle activiteiten opzetten in de wijk en de leefbaarheid verbeteren. Dat is beter dan achteraf met indivi-duele jongeren een zorgtraject ingaan. Door netwerkend te werken kun je elkaars kracht gebruiken om de vraagstukken in de wijk aan te pakken.” Het argument dat de jeugdhulp al zoveel kost, schuift Roobeek van tafel. Ze legt uit: “Het geld klotst in Nederland tegen de wanden. Waarom zou je dat niet inzetten voor deze manier van werken? Preventie is altijd goedkoper
dan hulp achteraf.”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?


Annemieke J.M. Roobeek
Nyenrode Business Universiteit

Roobeek is hoogleraar Strategie en Transformatiemanagement en oprichter/directeur van MeetingMoreMinds,
gespecialiseerd in netwerkstrategie­vorming en implementatie.