DEEL 4: DE KRACHT VAN SAMENWERKING BINNEN DE REGIO

Al doende leert men

 

Bij de transformatie in de jeugdhulp was samenwerken het toverwoord. Samenwerken leidt tot betere en beter betaalbare hulp, is het idee. Maar in de praktijk blijken niet-communicerende registratiesystemen en ontoereikende budgetten de samenwerking knap lastig te kunnen maken. Drie samenwerkingsverbanden in de regio tonen aan dat het tóch kan. “Alles kan besproken worden en we leren veel van elkaar.”

Gieke Buur is landelijk ambassadeur bij het Ondersteuningsteam Hulp voor de Jeugd. Zij bemiddelt onder meer tussen gemeenten en aanbieders bij ingewikkelde casuïstiek. Ook helpt ze impasses te doorbreken en zo de transformatie in de jeugdhulp te versnellen.

“Samenwerking in de jeugdhulp is een van de uitgangspunten van de transformatie”, zegt Buur. “Helaas is daarbij onvoldoende rekening gehouden met het feit dat bestuurders en professionals soms schurende belangen hebben. Bij professionals spelen de vragen: kunnen we elkaar samen vinden, durven we het aan en wie is de baas? Bestuurders kijken vaker naar het effect van samenwerking op de eigen organisatie en vragen zich af wie de frictiekosten betaalt. Want samenwerking kost, zeker in het begin, tijd en geld. Dat soort vragen leidt tot vertraging in het daadwerkelijk tot stand komen van een goede samenwerking.”

Ook gemeenten spelen hierin een rol, constateert Buur. “Een van de problemen is dat gemeentes vaak verschillende manieren van financiering hanteren. Daardoor is in de ene gemeente meer vrijheid om de samenwerking in te vullen dan in de andere. Wat erg zou helpen is als gemeenten standaard ruimte maken in de financiering om samenwerking te leren organiseren. Dat hoeft niet eeuwigdurend te zijn, maar zeker in het begin zou het erg helpen als die ruimte er is.”

Want aan motivatie bij de organisaties zelf ligt het meestal niet, zegt ze. “Ik merk dat iedereen die ik tegenkom erg zijn best doet om de beste hulp te organiseren. Maar een andere manier van werken en een andere relatie met de financier maakt dat organisaties vaak vastlopen. Iedereen is boven-dien gewend vanuit zijn eigen visie te werken. Ik denk dat we elkaar soms iets te veel gevangen houden in wat niet lukt en dat gezamenlijkheid soms ontbreekt. Meer ruimte voor leren zorgt er uiteindelijk voor dat het systeem steeds beter gaat werken. Dus: wat leer ik van deze vraag van dit kind of deze professional? En wie moet dit weten om een volgende keer te zorgen dat een vraag van een kind eerder wordt opgepakt? Of misschien niet eens hoeft te ontstaan? Dit soort vragen moet eigenlijk met het hele veld worden opgepakt en besproken.” Want dat samenwerking uiteindelijk vooral voordelen oplevert, is volgens Buur wel duidelijk. “Het is niet alleen bevredigend voor de professional, het levert vooral maatwerk en dus passende hulp op voor het kind. En dat is toch waar het om gaat.”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?

Gieke Buur
Ondersteuningsteam Hulp voor de Jeugd

Buur is opgeleid als psycholoog. Na een aantal jaar werken als behandelaar, ging ze managementfuncties vervullen, onder meer bij de William Schrikker Groep, GGzE en Fontys Hogeschool. Nu is Buur landelijk ambassadeur Oppakken en leren van complexe casuïstiek bij het Ondersteuningsteam Hulp voor de Jeugd.

SAMENWERKEN: WAT LEVERT HET NOU ECHT OP?

In de publicatie ‘Wat werkt bij integrale jeugdhulp?’ (Marjan de Lange en Elle Verheijden, 2016) voor het Nederlands Jeugdinstituut wordt integrale jeugdhulp omschreven als jeugdhulp die ‘passend en samenhangend’ is: “Integrale jeugdhulp kan voor kinderen en gezinnen met complexe problemen bijdragen aan minder wisselingen in hulpverleners, betere afstemming tussen hulpverleners in verschillende leef-gebieden en continuïteit van hulp.”

De Lange en Verheijen halen in hun publicatie een aantal studies aan die beschrijven wat er nodig is bij het bieden van integrale jeugdhulp. Daarbij gaat het onder meer om het opbouwen van een langdurige samenwerking met gezins-leden, het actief betrekken van de ouders bij overleg, planvorming en uitvoering én het betrekken van meerdere leefgebieden. Professionals bezitten, naast hun vakinhoudelijke competenties, het vermogen om boven het eigen specialisme te staan, betrouwbaar te zijn en open te communiceren. Ze zijn inventief en hebben lef. Een effectieve organisatie kan het gezamenlijke belang boven het eigen belang zetten. Er wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van een gezamenlijke taal, concrete werkprocessen en goede werkomstandigheden voor professionals. En er wordt bij voorkeur gewerkt in kleinschalige teams met een stevig mandaat. Dan levert integrale samenwerking volgens de onderzoekers duidelijke voordelen op:

  • minder uitval en meer continuïteit in de hulp
  • verbeterde coördinatie van hulp
  • het voorkomen van inefficiëntie
  • het minimaliseren van de kosten
  • het verbeteren van de responsiviteit
    van professionals
  • betere effectiviteit van hulp