UIT DE PRAKTIJK

Weg met de harde knip

HVO-Querido werkt al een paar jaar samen met Levvel (voorheen Spirit en de Bascule) om oplossingen te vinden voor de harde knip in de hulpverlening, die optreedt wanneer een jongere 18 wordt. “In het project 16-23 hebben we enkele tientallen jongeren opgevangen uit allerlei vormen van jeugdhulp”, vertelt Marc Onnen, beleidsadviseur bij HVO-Querido.

“Inmiddels is het project ondergebracht in De Combinatie, een samenwerkingsverband van acht Amsterdamse instellingen.” Wanneer een jongere 18 wordt, verandert er veel, maar toch ook niet, vertelt Onnen. “De jeugdhulp stopt, terwijl de situatie van de jongere niet veel anders is dan daarvoor. Het blijven beschadigde kinderen, die moeten leren met hun problemen om te gaan en die onderdak en hulp nodig hebben. Maar ze moeten verhuizen en opnieuw op zoek naar een begeleider. Zowel jongeren als hulpverleners kunnen maar moeilijk overzien wat er op ze afkomt. Daarom hebben wij samen met Spirit geprobeerd die overgang soepeler te laten verlopen.” Daarvoor is één team gevormd van medewerkers van beide organisaties. Aan de hand van negen risico-factoren zijn jongeren geselec-teerd die langdurige hulp nodig hebben. “Die bleven na hun achttiende gewoon op de plek waar ze zaten, terwijl wij achter de schermen zorgden voor het omzetten van de financiering van de zorg, van Jeugdwet naar WMO. Dat was zeer succesvol: geen enkele jongere viel uit.” Volgens Onnen is het bij dit soort projecten belangrijk niet programma-gestuurd te werk te gaan, maar te kijken wat iemand nodig heeft. “Nu hebben we de tanden gezet in de uitstroom van jongeren uit de gesloten jeugdhulp van De Koppeling. Dat zijn jongeren met complexe problematiek, vaak LVB met gedragsproblemen, die overal buiten vallen. Ook daar leveren we maatwerk.” Die jongeren kunnen bijvoorbeeld terecht in een van de containerwoningen van HVO-Querido VIP (Vroege Interventie Psychose), in Amsterdam-
Zuidoost. Coen de Boer is daar zorgcoördinator. “Jongeren die uit een gesloten instelling komen, vinden moeilijk een aansluitende plek als ze 18 worden. Soms is verlengde jeugdhulp mogelijk en soms gaan ze terug naar huis. Sinds twee jaar hebben we een aantal jongeren van de Koppeling bij ons kunnen plaatsen. Daarbij is gekeken naar wat zij nodig hebben en wat wij als organisaties moeten doen om de plaatsing tot een succes te maken.” 
Dat betekent een hoop kunst- en vliegwerk, vertelt Onnen. “We zijn nu met de gemeente in gesprek om daar een structurelere oplossing voor te vinden, om beschikkingen makkelijker om te zetten, voorrang voor beschermd wonen te regelen en financiering voor een structureel aanbod te krijgen.” De Boer: “De overgang van de gesloten instelling met 24-uursbegeleiding en toezicht naar een open en redelijk zelfstandige setting zoals bij ons, is niet altijd ideaal. Het zijn jongeren met complexe problematiek, ze hebben vaak intensieve begeleiding en behandeling nodig. Maar op deze manier proberen we dat gat iets te overbruggen.”

WIE ZIJN ER HIER AAN HET WOORD?

Coen de Boer
HVO-Querido

De Boer is sinds twee jaar zorgcoördinator bij HVO-Querido VIP. Sinds 2012 was hij in dit team werkzaam als persoonlijk begeleider. Daarvoor volgde hij de opleiding SPH.

Marc Onnen
HVO-Querido

Onnen is beleidsadviseur jeugd en betrokken bij innovatieve projecten van HVO-Querido. Eerder werkte Onnen onder meer voor het COA en
in de psychiatrie.


UIT DE PRAKTIJK

Afstemmen wat
belangrijk is

De Opvoedpoli probeert in Amsterdam-Zuidoost de volwas-senen-ggz meer te betrekken bij de jeugdhulp. “Ons nieuwe team FamilieKracht werkt al samen met Altra, MaDi en andere organisaties. Volwassenen-ggz is daarbij wat ons betreft van groot belang, omdat er in een gezin vaak meer aan de hand is”, vertelt Roos van Soomeren.

“Wij willen de stressfactoren in een gezin zo breed mogelijk meenemen, zodat de ouders er ook echt voor het kind kunnen zijn.” Dat vergt de nodige organisatie, weet Van Soomeren. “Gelukkig hebben we in ons team al veel expertise op dat gebied, bijvoorbeeld van gezinscoaches en een psychiater die ook volwassenen behandelt. We stemmen onze werkwijze af met alle ggz-organisaties waarmee we samenwerken. We nemen ze op in onze ggz-ladder, die aangeeft wanneer we welke organisatie kunnen inzetten. Door vooraf contact te hebben met alle betrokken hulpverleners, hopen we te kunnen afstemmen wat belangrijk is voor het hele gezin. Zo kunnen we een gedegen analyse maken van wat er in het verleden in het gezin is gebeurd en wat er nodig is om rust te brengen. Eventueel kunnen we eerst proberen de problemen van de ouders op te lossen, zodat er rust en ruimte ontstaat voor therapie.”

Voorheen was er al wel contact met de hulpverleners voor volwassenen, maar van echte afstemming was geen sprake, vertelt Van Soomeren. “De volwassenen-ggz is minder gewend om het gezin als geheel te bekijken. Zij richten zich op de individuele patiënt. Door de volwassenen-ggz eerder bij ons werk te betrekken, kunnen we voorkomen dat moeder een heel zware therapie in gaat, op hetzelfde moment dat ook het kind een intensieve behandeling krijgt.”

José Vianen is als programmamanager Transformatie Jeugd nauw betrokken bij FamilieKracht. “Het is onderdeel van het meeromvattende programma Transformatie Jeugd in Amsterdam-Amstelland, dat als doel heeft nieuwe werkwijzen te ontwikkelen waarmee kinderen zo thuis mogelijk kunnen opgroeien.” Ook Vianen ziet dat samenwerking met de volwassenen-ggz soms lastig is, maar er worden oplossingen gezocht. “De financiering in de ggz is anders geregeld dan in de jeugdzorg en de benadering is individueel en gericht op een afgebakend probleem. De ggz onderkent inmiddels dat het hele gezin betrokken is: er is een kind-check ingevoerd en er worden stapjes gezet om meer herstelgericht te werken. Maar de financiering van de zorg is er nog niet op ingericht. Samen met ggz-instellingen en Zilveren Kruis zijn we hard bezig om te kijken wat er kan.”

Vianen is enthousiast over de samenwerking tussen jeugdhulp en ggz. “De focus op stress in de gezinnen vind ik interessant. Stress kan op veel manieren worden opgewekt en levert schade op. In dit project wordt onderzocht wat stress veroorzaakt en dát wordt aangepakt. Daarnaast worden alle ouders die meedoen, vrijwillig gescreend op ggz-problematiek. Ik ben benieuwd wat daaruit komt.”

WIE ZIJN ER HIER AAN HET WOORD?

Roos van Soomeren
De Opvoedpoli

Van Soomeren is projectleider bij De Opvoedpoli. Ze is verantwoordelijk voor de organisatie van project FamilieKracht en voor het uitbreiden van de samenwerking met betrokken partijen.

José Vianen
Regio Amsterdam-Amstelland

Vianen is programmamanager Transformatie Jeugd in de regio Amsterdam-Amstelland. Ze heeft ervaring in de transitie en transformatie van de jeugdhulp, welzijn en wijkgericht werken, verbinding volwassenen-ggz en jeugdhulp.


UIT DE PRAKTIJK

Samen een plan van aanpak
maken

Monique de Wilde en Nelleke Hilhorst zijn de trekkers van een pilot van Levvel (voorheen Spirit en de Bascule) en Arkin, waarin jeugdhulp, jeugdpsychiatrie en volwassenen-ggz samenwerken. “Het doel is met elkaar uit onze kokers te breken en gezinnen in de volle breedte te zien en te helpen”, vertelt De Wilde. “Samen kijken we per gezin welke problemen er zijn, hoe we ze verder kunnen helpen en wat de behandeling van de individuele gezinsleden zal bevorderen.”

De doelgroep voor de pilot zijn kwetsbare gezinnen, waarbij door problematiek bij zowel de ouders als het kind de situatie complex is en er zorgen zijn over de veiligheid van het kind. Hilhorst legt uit: “Het doel is zo min mogelijk kinderen uit huis te plaatsen. Dan moet je onderzoeken wanneer het misgaat binnen het gezin en wat je kunt doen om de stress in het vervolg op een aanvaardbaar niveau te houden.” De Wilde en Hilhorst zijn bij Levvel een beweging begonnen om meer systeemgericht te gaan (samen)werken. De Wilde: “Er is nu een klankbordgroep met zo’n veertig medewerkers, die meedenken over hoe we steeds meer schotten kunnen weghalen. Ook bij Arkin v-ggz leeft het besef dat er in de gezinnen van hun patiënten van alles kan spelen. Hier zie je eenzelfde beweging richting een meer systemische benadering.”

Hilhorst geeft een voorbeeld: “Als in een gezin één kind uit huis is geplaatst en voor een tweede dreigt hetzelfde, kun je ook kijken welke rol de (psychische) problemen van de ouders daarin spelen.” De Wilde: “Vaak wordt dan gedacht: de volwassenen-ggz kan de ouders wel fixen en dan is het opgelost. Maar soms is er niks te fixen, of maar zeer beperkt. Kun je dan toch zicht krijgen op de zaken die een rol spelen in het gezin en daar ondersteuning op bieden?”

De pilot staat nog in de kinder-schoenen, maar er is al veel gedaan, vertelt De Wilde: “Tot nu toe zijn we vooral bezig geweest met onderzoeken of we allemaal hetzelfde bedoelen met bepaalde terminologie. Versta je bijvoorbeeld allemaal hetzelfde onder intensief of outreachend? Verder hebben we de doelgroep bepaald en zetten we begeleidend onderzoek op. Vanaf september gaan we aan de slag met casussen, die zowel vanuit Levvel als Arkin kunnen worden aangemeld. De uitkomst is niet primair gericht op samen behandelen, maar om samen een plan van aanpak op maat te maken.”

Tot die tijd moet nog veel worden afgesproken, zoals dossierbeheer en financiering. De Wilde: “We krijgen een bijdrage uit het Programma Transformatie Jeugd en we proberen afspraken te maken over structurele financiering. Ons grootste succes tot nu toe vind ik dat we elkaar hebben gevonden en met veel enthousiasme aan de slag gaan. Ook de bestuurders en de wethouder geloven erin.”

Hilhorst: “We hopen voor april 2021 dertig gezinnen gestructureerd met elkaar te bespreken. Het lijkt misschien een langdurige aanloop, maar dat is niet voor niets. Je komt allemaal uit een andere wereld en werkt en denkt vanuit een andere visie.” De Wilde: “Elkaar willen begrijpen en de bereidheid te bewegen in de eigen standpunten is cruciaal. Want als het fundament niet goed staat, gaat het niet lukken.”

WIE ZIJN ER HIER AAN HET WOORD?

Monique de Wilde
Zelfstandig projectleider

De Wilde werkt als externe projectleider bij Levvel. Ze is zelfstandige op het gebied van project- en interim management en organisatieadvies. De Wilde is socioloog en heeft ervaring in de kinder-, jeugd- en volwassenen-ggz.

Nelleke Hilhorst
Zelfstandig orthopedagoog

Hilhorst werkt als externe projectleider bij Levvel. Ze is orthopedagoog en als zelfstandige actief op het gebied van jeugdhulp en Jeugd & Veiligheid.


UIT DE PRAKTIJK

Wees er op
tijd bij

Ellie Miedema en Sabrine Engländer proberen vanuit de gemeente Amsterdam een doorgaande zorglijn te organiseren voor jongeren die 18 worden. “Adolescenten die hulp nodig hebben komen vaak een aantal barrières tegen, zoals eigen risico in de zorgverzekering, weinig aanbod vanuit de ggz en onvoldoende door zorgverzekeraars gecontracteerde aanbieders”, legt Ellie Miedema uit. “Daar zijn wel oplossingen voor, maar het vraagt veel inzet om dat goed te organiseren.”

Allereerst kan de jeugdhulpaanbieder ervoor zorgen dat een cliënt die 18 wordt, bij dezelfde behandelaar kan blijven. “Als een zorgverzekeraar geen contract heeft met de jeugdhulpaanbieder, kan je met een overgangs-dbc (diagnose-behandelcombinatie) maximaal een jaar onder dezelfde voorwaarden hulp blijven bieden. Veel jeugdhulpaanbieders weten dit niet.”

De aandacht gaat vaak uit naar problemen die ‘nu’ spelen en minder naar de toekomst. Toch is dat nodig, denkt Engländer “Maak al vanaf 16 jaar een plan, samen met de jongere, over wat er na de achttiende verjaardag gaat gebeuren. En bedenk wat daarvoor geregeld moet worden.” Miedema: “Ik zie bij organisaties het besef groeien dat dit belangrijk is. Het is voor jeugdhulpaanbieders ook frustrerend als al het werk dat ze erin hebben gestopt opeens ophoudt, omdat een jongere niet verzekerd is.”

Want dat is een ander probleem waar ze tegenaan lopen: jongeren in een kwetsbare positie weten vaak niet dat ze zich moeten verzekeren of doen dat niet, legt Engländer uit. “Dan kun je geen volwassenen-ggz ontvangen. Daarom hebben wij samen met het Fonds Bijzondere Noden ervoor gezorgd dat het eigen risico voor jongeren tot 23 jaar kan worden vergoed. Uit onderzoek blijkt dat zelfs de mededeling dat het eigen risico is gedekt, jongeren al helpt om hun behandeling toch door te zetten. Het bleek trouwens ook dat nog te weinig behandelaars hiervan weten, dus daar moeten we aan werken.”

Verder moet er meer ggz-aanbod komen voor adolescenten, vindt Miedema. “Het is nu óf hulp tot 18 jaar óf voor echte volwassenen met volwassenenproblematiek. Voor die overgangsgroep, die in een heel kwetsbare periode zitten, zou meer aandacht moeten zijn.”

De gemeente Amsterdam onderhoudt contact met verzekeraar Zilveren Kruis om ervoor te zorgen dat ze voldoende aanbieders contracteren. “Verder hebben we samenwerkingsafspraken gemaakt, zodat de jeugdhulpaanbieder voor de jongere een verwijzing kan aanvragen voor verdere behandeling. Zo proberen we zoveel mogelijk aan elkaar te knopen om die overgang zo soepel mogelijk te laten verlopen.”

WIE ZIJN ER HIER AAN HET WOORD?

Ellie Miedema
Gemeente Amsterdam

Miedema is strategisch adviseur Jeugd en programmamanager Overgang naar volwassenheid kwetsbare jongeren bij de gemeente Amsterdam.

Sabrine Engländer
Gemeente Amsterdam

Engländer is betrokken bij het programma Overgang naar volwassenheid en is trekker van de actielijn Inkomen en Schulden bij de gemeente Amsterdam.