SAMEN TEGEN VECHTSCHEIDINGEN

Een scheiding is al heftig voor een kind, een vechtscheiding kan zelfs traumatisch zijn. Om de schadelijke gevolgen van (vecht)scheidingen voor kinderen zoveel mogelijk te beperken werken gemeente, rechtbank, onderwijs en hulpverlening in Amsterdam nauw samen.

Een scheiding lijkt tegenwoordig vaker dan voorheen te ontaarden in een bittere juridische strijd tussen de ouders, waarbij elk middel wordt aangegrepen om te winnen. Daarbij komen de kinderen soms klem te zitten tussen hun strijdende ouders, met alle gevolgen van dien. Hoe langer en problematischer een vechtscheiding, hoe groter de schade voor de kinderen. Rechterlijke macht, onderwijs en hulpverlening spelen een essentiële rol in het oplossen van deze patstelling. Als hun werkzaamheden niet goed genoeg op elkaar afgestemd zijn, kunnen ouders én kinderen tussen wal en schip terechtkomen. Om deze problematiek in kaart te brengen en aan te pakken introduceerde de gemeente Amsterdam in 2016 de ‘Aanpak Vechtscheidingen’. Binnen deze aanpak werken verschillende partijen samen om te voorkomen dat ouderlijke conflicten escaleren of om problemen te laten de-escaleren. Het belang van de kinderen staat daarbij centraal: alle partijen ‘kijken door de ogen van het kind’.

UIT DE PRAKTIJK

“Een paar jaar geleden kregen wij vanuit verschillende hoeken signalen dat echtscheidingen steeds complexer werden en sneller uit de hand liepen. Meningsverschillen zorgden er steeds vaker voor dat ex-partners alles uit de kast haalden om de ander ernstig leed aan te doen. Bovendien meldden mensen zich eerder met hun advocaten bij de rechter. In zo’n ‘toernooimodel’ kan het conflict escaleren en de scheiding ontaarden in een gevecht. En als kinderen er de dupe van worden, is het zaak om schade te voorkomen of beperken. Essentieel is dat de problematiek zo vroeg mogelijk wordt gesignaleerd en dat professionals genoeg middelen in handen hebben. In Amsterdam is een breed palet aan hulp voorhanden. Van licht tot zwaar, van Ouder-Kind-Teams en kindtrainingen tot Humanitas en Altra. De hulp is gericht op het oplossen van problemen met het oog op de kinderen. Streven daarbij is dat ouders samen formuleren wat zij willen bereiken en daar in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor zijn. Gekeken wordt dan welke hulp daarbij nodig is.

Om de samenwerking tussen rechtbank en hulpverlening te verbeteren, ben ik bij een pilot betrokken. Beide partijen hebben afspraken gemaakt om hun werkzaamheden beter op elkaar af te stemmen, zodat er sneller hulp ingezet kan worden en resultaten tijdig teruggekoppeld worden. Ook hier staat het belang van het kind centraal.”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?


Ron Huisen
Beleidsadviseur jeugd bij de gemeente Amsterdam

Ron Huisen was, als beleidsadviseur jeugd, betrokken bij het opstellen van het Plan van Aanpak Vechtscheidingen. Hij formuleerde een aantal acties die erop gericht waren de aanpak van complexe scheidingen voor de kinderen te verbeteren. De voorgestelde aanpak wordt inmiddels uitgevoerd.

UIT DE PRAKTIJK

“Voor ons is alles erop gericht om de juiste mensen naar de juiste interventie te leiden. Ons werk is complexer geworden. Vroeger woonden de kinderen bij moeder en gingen ze in het weekend naar vader. Nu is co-ouderschap het uitgangspunt en dat levert soms complicaties op. Als ouders niet in staat zijn te handelen in het belang van hun kinderen, heeft het geen zin een beslissing te nemen in hun echtscheidingszaak. Eerst moet de angel uit hun conflict. Dan kunnen wij ze adviseren een hulpverleningstraject te volgen, zoals ‘Ouderschap Blijft’. Voorheen moesten ouders daartoe zelf het initiatief nemen en sommigen lukte het niet samen die stap te zetten. Daarom is het een grote verbetering dat er sinds dit jaar afspraken zijn dat ouders door de gemeente worden uitgenodigd en dat de gemeente inschat of zo’n traject zinvol is. Alleen als ze ervoor open staan, weten wat er van ze wordt verwacht en bereid zijn zelf aan de slag te gaan, heeft het kans van slagen. Goede voorlichting vooraf is daarom essentieel; daartoe moeten alle partners op de hoogte zijn van ieders rol. Als wij weten wat een hulpverleningstraject inhoudt, kunnen wij ouders beter voorlichten en weten zij beter waar ze ‘ja’ tegen zeggen. Zo kan worden voorkomen dat we mensen doorsturen die het eigenlijk niet willen, of er niet geschikt voor zijn. De meerwaarde van de nieuwe afspraken zit ’m er voor ons dan ook vooral in dat alle partijen nu beter weten waar ze aan toe zijn, zodat ze goede keuzes kunnen maken en rechters ook beter kunnen beoordelen welke beslissing nodig is.”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?


Jantien van Hall
Familie- en kinderrechter

Jantien behandelt als familie- en kinderrechter bij de Rechtbank Amsterdam alle soorten familie- en jeugdzaken, van jeugdstrafzaken tot complexe scheidingen.

UIT DE PRAKTIJK

“Wij zijn vier jaar geleden begonnen met het bieden van hulp bij complexe scheidingen. De dood van de broertjes Julian en Ruben in 2015 maakte landelijk duidelijk hoe desastreus een vechtscheiding kan aflopen: uit angst zijn zoontjes kwijt te raken vanwege een beperktere omgangsregeling nam hun vader ze mee de dood in. Gemeenten besloten om hulp bij scheiding en omgang op te nemen in het jeugdhulppakket. Daarin moeten wij optrekken met familierechters: zij kunnen ouders adviseren hulp te zoeken bij het maken van een omgangsregeling als dat samen niet lukt. We zijn toen om tafel gaan zitten om sluitende afspraken te maken en knelpunten op te lossen. Voorheen kon het bijvoorbeeld gebeuren dat de rechter pas op de zitting merkte dat de hulp was vastgelopen, doordat wij alleen met toestemming van de ouders hulpverleningsinformatie mogen doorgeven. De problemen waren dan vaak al hoog opgelopen, met alle schadelijke gevolgen voor de kinderen van dien. De rechters zagen van hun kant bovendien dat een felle juridische strijd vaak geen goede basis is voor een goede omgangsregeling. Samen zochten we naar een manier om hulp en recht dichter bij elkaar te brengen. Regel is nu dat wij het de rechter melden als de hulp vastloopt. Die roept ouders dan direct weer op en dat blijkt een goede stok achter de deur. Ouders gaan weer met elkaar in gesprek en komen er dan vaak uiteindelijk toch uit. Inmiddels zijn wij specialisten in omgangsbemiddeling. Meestal lukt het, zelfs als ouders al heel lang geen contact meer hebben. Dat het zo goed werkt, komt omdat onze scheidingsmedewerkers zich écht alleen met deze zaken bezighouden. Als je ook met bedplassen of depressie te maken hebt, kun je niet heel goed worden in dit onderwerp. Als specialistisch team leren we elke dag van elkaar, delen we ervaringen en bouwen we kennis op. En we besteden uitdrukkelijk apart aandacht aan de kinderen. Want je kunt je makkelijk verliezen in de gesprekken met ouders. Terwijl voor een goede oplossing het perspectief van het kind juist zo onmisbaar is.”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?


Heidi Offerman
Strategisch adviseur Altra

Heidi Offerman vervulde in de afgelopen 16 jaar diverse functies bij Altra en is nu strategisch adviseur. Ze studeerde orthopedagogiek en is GZ-psycholoog. Heidi stond aan de wieg van de samenwerking tussen rechtbank en hulpverlening bij complexe scheidingen.

UIT DE PRAKTIJK

“In mijn eigen praktijk begeleidde ik ouders bij het opstellen van een ouderschapsplan. Het viel mij op dat ze dat vooral snel voor elkaar wilden hebben, ook al konden ze nauwelijks met elkaar door een deur. Zo’n papiertje heeft echter totaal geen zin als ouders niet met elkaar communiceren. Binnen het traject ‘Ouderschap Blijft’ focust Altra juist op het verbeteren van het onderlinge contact. Ouderschap Blijft biedt hulp aan ouders die er zelf niet uitkomen. Vader en moeder praten bijna of helemaal niet met elkaar en soms zien de kinderen hun uitwonende ouder niet of slechts mondjesmaat. Gedurende maximaal 9 maanden spreken wij beide ouders tegelijk. We gaan de diepte in om de angel van boosheid en verdriet eruit te halen. We kijken naar het verleden, naar patronen die zich ontwikkeld hebben. Hoe reageren ouders op elkaar? Wat moet er veranderen om elkaar weer te vinden? Het kan ook verzachtend werken als de ouder die een punt achter de relatie heeft gezet alsnog uitlegt waarom. Dat is voor de ander niet altijd duidelijk. We onderzoeken ook wat de rol is van de netwerken rond het gezin. Soms willen ouders de afspraken wel nakomen, maar werken bijvoorbeeld opa en oma tegen. Dan nodigen we hen ook uit. Tegelijkertijd werken we – als dat nodig is – ook aan het herstellen van het contact tussen (een van de) ouders en hun kinderen. Ze kunnen elkaar dan onder begeleiding bij ons ontmoeten.

Om advocaten inzicht te geven in ons werk, geef ik als jurist namens Altra ook cursussen over jeugdhulp bij een complexe scheiding. Advocaten hebben geleerd op te komen voor hun cliënt. Wij laten ze door de ogen van het kind naar de scheidingsprocedure kijken. Advocaten doen tijdens deze training allerlei oefeningen waardoor ze inzicht krijgen in wat een scheiding met een kind doet. Door zich in te leven in de kindrol ervaren ze bijvoorbeeld wat het met ze doet als hun collega’s in de rol van de ouders boven hun hoofd ruziemaken. We informeren ze daarnaast over de verschillende mogelijkheden en routes binnen jeugdhulp. Zo weten zij waar ze hun cliënten voor hulp naar toe kunnen sturen en welke interventies er zijn. Al worden deze vrijwillige cursussen waarschijnlijk vooral gevolgd door ‘kindvriendelijke’ advocaten, toch valt me op dat heel veel advocaten tegenwoordig gaan voor een win-winresultaat. Ook zij willen doorgaans het beste voor het kind.”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?


Heleen Offerhaus
ouderschapsbemiddelaar Altra en trainer advocaten

Heleen Offerhaus bemiddelt tussen ouders die bij Altra het traject ‘Ouderschap Blijft’ volgen. Daarnaast geeft zij trainingen aan onder meer echtscheidingsadvocaten. Heleen is jurist en coach. In haar eigen coachingspraktijk begeleidde zij ouders bij het maken van een ouderschapsplan.

 

Tekst:Anne Elzinga
Illustratie: Shutterstock