“We bereiden ons voor op een hausse”

We zijn een jaar verder. En een jaar wijzer. We zijn experts in online vergaderen en hebben zo goed en zo kwaad als het ging contact met onze kinderen, jongeren en ouders onderhouden. We liepen tegen deuren aan, werden zelf gefrustreerd. En tegelijk bloeiden er mooie nieuwe dingen op. JONG maakt de balans op na een jaar corona & jeugdhulp.

Sinds een paar weken zijn de kinderen weer naar school; tot opluchting van vele ouders, maar misschien wel tot grotere opluchting van de kinderen zelf. Terwijl er in het begin van de corona­crisis nog weinig aandacht was voor kinderen en jongeren, zijn vooral zij in de laatste maanden volop in de spotlights gezet. Depressiviteit, eenzaamheid, huiselijk geweld, leerachterstanden en kansenongelijkheid: het werd ineens allemaal breed uitgemeten in de media. Inmiddels zijn er de nodige onderzoeken die dit bevestigen, en de vraagt rijst dan ook: hoe is de jeugd eraan toe in onze regio’s? We belden met Mariënne Verhoef, bestuurder bij Levvel. “Er is duidelijk een hoge druk op onze crisiszorg”, geeft zij aan. “Niet alleen bij Levvel, ook bij Arkin en andere jeugd-ggz-aanbieders. En dat is zeker niet in het hele land zo; onze regio’s springen er echt uit.”

Eetstoornissen door het dakLevvel ziet veel jongeren met problemen, zoals meisjes met een eetstoornis. Hun aantal is opvallend sterk toegenomen, en dan vooral de ernstige gevallen, waarvan een aantal dwangvoeding nodig heeft. Volgens Verhoef wordt er in de jeugdhulp zelfs over code zwart gesproken: “De druk op de crisisgroep is nu zo groot, dat we bezig zijn om op andere plekken hulp af te schalen.” Waarom stijgt juist deze groep nu zo enorm? Verhoef: “In tijden van stress ontwikkelt de één een angststoornis, de ander een eetstoornis. Op social media zien tienermeisjes steeds meer slanke sterren en influencers. Er is veel te vinden over afvallen. En nu ze niet naar school gaan, kunnen ze nog langer op social media hun gang gaan.” Verhoef erkent dat een eetstoornis niet zomaar door corona ontstaat: “Het gebeurt vooral bij meisjes die er al gevoelig voor zijn, daar is het nu extremer.” Zij ziet bij Levvel dat het niet alleen ‘super­afschuwelijk’ voor de jongeren is, maar ook voor hun ouders én hulpverleners. “Wij werken samen met het Amsterdam UMC, maar ook voor hen is het heel zwaar.” Levvel is dan ook al maanden op zoek naar hulpverleners die kunnen bijspringen, en dat in een tijd waarin het al moeilijk is om goed personeel te krijgen.

Katalysator voor criminaliteit

Een andere groep jongeren die nu duidelijk opvalt, zijn tieners betrokken bij wapengeweld. “School valt weg, de bijbaantjes vallen weg en de lontjes zijn kort”, probeert Verhoef dit te verklaren. “En jongeren die er al gevoelig voor zijn, worden mogelijk nog meer meegezogen in het geweld dan normaal.” Volgens Verhoef raken ze betrokken bij drugshandel, schietincidenten en zelfs moorden. Levvel werkt nauw samen met onder meer het actiecentrum Veiligheid; ze leggen beelden bij elkaar, delen informatie. “We vragen ons bij elk incident af ‘Zijn er jongeren van ons bij betrokken?’ Volgens mij hebben de lockdown en avondklok daar geen verandering in gebracht: ze weten hun wegen wel te vinden.”

Geweld achter de voordeur

Als het gaat om de vermeende toename van huiselijk geweld zijn de meningen en cijfers verdeeld. Ook Verhoef verkeert wat dat betreft in onzekerheid: “We kunnen niet goed achterhalen hoe het daarmee staat, we constateren het zelf nog niet. Maar wij snappen ook: natuurlijk blijft er veel meer achter de voordeur dan normaal. Ook de politie signaleert minder huiselijk geweld, want zij moeten zich bezighouden met andere corona-gerelateerde zaken.” Toch houdt Verhoef voor Levvel rekening met het ergste: “We bereiden ons voor op een hausse, de nasleep van corona.”

Investeren in de teams

Met de toenemende druk op de jeugdhulp én de coronamaatregelen hebben de jeugdhulpverleners het extra zwaar. Hoe houden ze bij Levvel de medewerkers gemotiveerd en betrokken? Continuering van communicatie is de sleutel aldus Verhoef: “Onze teams doen zelf hun uiterste best om de communicatie vol te houden, aan het begin of het einde van de dag.” Ze proberen ook leuke dingen te bedenken, iets anders dan alleen het zakelijke contact. Verhoef: “Zo is er het virtuele borrel-eiland en we moedigen lunchwandelingen aan. We hebben een apart team ingesteld die zulke activiteiten voortdurend aanjaagt. Voor sommige medewerkers is dat voldoende, maar voor hulpverleners die zelf kinderen hebben is het extra pittig.”

Verhoef heeft al snel een Crisisteam corona ingesteld, aanvankelijke bedoeld om te bepalen hoe Levvel alles rondom corona wilde organiseren én om het voor de medewerkers beter te maken. Verhoef: “We monitoren aldoor wat de vragen zijn van onze medewerkers. Wat hebben ze nodig om zich goed te blijven voelen?” Het crisisteam reikt hun collega’s steeds opnieuw dingen aan, instrueert teamleiders en coaches in hun begeleiding en zorgt voor collegiale opvangteams.

Blended toekomst

Bij Levvel hebben ze veel geleerd uit het afgelopen coronajaar en die learnings worden meegenomen in een nieuwe manier van werken. Verhoef: “E-health en online behandelen zijn in een stroomversnelling gekomen: sommige dingen gaan we doorzetten, andere dingen gaan we blended doen. Sommige dingen kunnen thuis, andere dingen op kantoor. Want vergeet niet: veel medewerkers zijn dolblij om weer op kantoor te mogen komen.”

Lees ook verderop het praktijkverhaal van Karin Hermeler, een van Verhoefs corona-coördinatoren.

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?

Mariënne Verhoef
Levvel

Verhoef was jarenlang directeur-bestuur­der bij Spirit. Sinds de fusie van Spirit en de Bascule vormt zij samen met Nellieke de Koning het bestuur van Levvel. Verhoef was onder meer plaatsvervangend secretaris-generaal op het ministerie van Financiën.

Nieuwe
initiatieven
in coronatijd

1

UpTalk

In samenwerking met een aantal partners startte de gemeente Amsterdam de digitale hulplijn UpTalk. Via app, chat of in een persoonlijk gesprek kunnen Amsterdamse jongeren hun mentale struggles gratis voorleggen aan een professionele coach.
thriveamsterdam.nl/uptalk

2

Grow It!

Onderzoekers van het Erasmus MC Sophia ontwikkelden de app Grow It! Doel van deze app is inzicht te krijgen in de emoties van jongeren en hen te helpen met de gevolgen van de coronacrisis om te gaan. Deelnemende jongeren houden bij hoe ze zich voelen en krijgen elke dag een leuke challenge.
growitapp.nl/corona

3

De Oudertelefoon

Deze hulplijn is in het voorjaar van 2020 opgericht. Ouders kunnen er terecht met kleine en grote opvoedvragen en gezinskwesties. De gemeente Amsterdam ondersteunt het initiatief.
oudertelefoon.nl

4

Beweegchallenges

Om jong en oud te stimuleren in beweging te blijven, heeft het team van Sportstimulering (Sportbedrijf Zaanstad) allerlei challenges op video gezet, zoals wc-rol planking en freestyle atletiek. De challenges worden gedeeld via Facebook en YouTube.
sportbedrijfzaanstad.nl/challenges-op-facebook

Meer op kantoor, maar wel op afstand

UIT DE PRAKTIJK

“Tijdens de eerste lockdown overheerste naast onwetendheid vooral angst. De kamers waar de gezinnen in verblijven zijn nu eenmaal vrij klein. Wat als er een corona-uitbraak op een van de locaties zou komen? Gelukkig is dat ons bespaard gebleven. Verder merkten we dat in het begin veel families iets té strikt waren qua binnenblijven. Kinderen gingen zelfs niet naar buiten om te spelen en hun ouders durfden hen ook niet naar de noodopvang te sturen. Daar hebben we na de en tijdens de tweede lockdown veel op gemonitord. Inmiddels staan ouders meer open om ook geregeld naar buiten te gaan en hun kinderen naar school te sturen. Een goede ontwikkeling.

Nog een verschil met de eerste en tweede lockdown? Aanvankelijk hebben we allemaal zoveel mogelijk thuisgewerkt. Alleen de meest kwetsbare gezinnen werden bezocht, de rest ging digitaal of telefonisch. Tijdens de tweede lockdown was dat anders, gingen de huisbezoeken wél door. Het zij bij de mensen thuis of bij ons op kantoor, en altijd op veilige afstand. Een bewuste keuze, want face-to-face-gesprekken zijn essentieel voor families die niet goed Nederlands spreken of een sociale beperking hebben. Dan volstaat een belletje of een Zoom-meeting meestal niet.

Wat er ook heeft ingehakt: minder contactmomenten met collega’s. Minder contact betekent minder verbinding, terwijl het in ons werk juist om het echte contact gaat. Het contact met de receptie heb ik bijvoorbeeld gemist. Die zien immers veel van wat er gebeurt op een dag en wat zich in het pand afspeelt, hebben wat dat aangaat een alarmfunctie.

Inmiddels spreken we dan ook wat meer op kantoor af. Het scheelt dat we flexruimtes hebben, waardoor het goed haalbaar is om op veilige afstand van elkaar te werken. Iedereen houdt zich bovendien aan de regels, mensen houden ook echt rekening met de ander. Dat maakt het werkbaar.”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?

Eline Zeegers-Brilman
Leger des Heils

Zeegers-Brilman werkt sinds 2000 bij het bij het Leger des Heils in Amsterdam-Noord en is sinds 2015 actief als zorgcoördinator Crisis Opvang Gezinnen. Daarnaast is ze aandachtfunctionaris meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Hiervoor werkte ze als persoonlijk begeleider en groepswerker crisisopvang gezinnen.

Blended care: uitzoeken wat werkt

UIT DE PRAKTIJK

“De coronacrisis heeft ons min of meer gedwongen om sneller en innovatiever te werken. We konden immers niet achterover gaan leunen en afwachten, de hulp móest doorgaan. Tijdens de eerste lockdown hebben we daarom ingezet op blended care, een combinatie van face-to-face en online hulpverlening. Denk aan speciale wandelconsulten, gecombineerd met vervolg­afspraken via beeldbellen, onlinebehandelingen en coaching met chat. Ook hebben medewerkers filmpjes voor ouders gemaakt, bijvoorbeeld over emoties bij kinderen en over spelontwikkeling. Heel leuk om te zien dat er ook in crisistijd mooie nieuwe dingen kunnen ontstaan! Ook de trainingen van de medewerkers werden in een blended vorm gegoten. Zo werd er gebruik gemaakt van zowel e-learn­modules als onlinebijeenkomsten met interactie, met daarnaast ook nog real life samenkomsten.

Blended care is een kwestie van uitzoeken wat werkt. Zo hebben we bijvoorbeeld EMDR-therapie online gegeven. Vaak lukte dat vrij goed, maar bij sommige peuters was dat minder succesvol. Die liepen geregeld weg bij het zien van een scherm. Dan is het een kwestie van bijsturen. En dat geldt voor mede­werkers net zo goed. Over het algemeen zijn zij te spreken over de informatie en filmpjes die nu op ons intranet staan. Ook worden er voordelen gezien in het gebruik van beeldbellen. Maar niet iedereen gaat even makkelijk mee in een verandering. En ook: anders is niet altijd beter. Daarom is het essentieel om goed met elkaar te blijven kijken naar wat er nodig is voor de juiste hulp. Wat ouders willen, wat goed is voor de kinderen en gezinnen en wat past bij hulpverleners. Daarvoor is verbinding nodig; met elkaar blijven overleggen en afstemmen. Maar ook intervisie en evaluatie. In crisistijd zijn we geneigd om vol in de doe-modus te schieten. Maar reflectie is net zo belangrijk. Net als dat het essentieel is om trots te zijn op wat wél goed gaat. Want we hebben wel degelijk gezinnen kunnen helpen het laatste jaar. Het is dan ook belangrijk dat je je successen viert. Juist nu.”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?

Frederike Scheper
MOC ’t Kabouterhuis

Dr. Scheper is kinder- en jeugdpsychiater en werkt sinds 2010 voor MOC ’t Kabouterhuis, expertisecentrum in ontwikkelings- en gedragsproblemen voor kinderen van 0-7 jaar. Ze werkt hier ook als manager inhoud van de afdeling Kennis & Innovatie.

Improviseren om de beste oplossing te vinden

UIT DE PRAKTIJK

“Het Ambulant Team gezinnen van HVO-Querido heeft flink moeten improviseren om tijdens de coronaperiode goede begeleiding te blijven geven. Voor ons werk zijn huisbezoeken heel belangrijk en tijdens de eerste lockdown kon dat opeens niet meer. Dus hebben we alternatieven gezocht, zoals bellen, beeldbellen en buiten afspreken, om toch zicht te houden op de kinderen. We moesten erop letten dat de jonge moeders ons goed op de hoogte hielden, zodat we ze goed konden blijven begeleiden of ergens konden inspringen als het nodig was. Doordat we niet meer  bij ze thuiskwamen, was het lastiger om signalen van huiselijk geweld of onveiligheid op te pikken. Aan de andere kant heeft een flink aantal moeders meer zelfstandigheid en verantwoordelijkheid laten zien, doordat wij wat meer op afstand moesten blijven. Dat heeft ons positief verrast.”

Om de moed erin te houden, regelde het team tegoedbonnen waarmee kinderen wat speelgoed of schoolspullen konden kopen. “En een kerkgemeenschap maakte geschenktasjes voor de moeders, die de begeleiders mochten uitdelen. Dat werd erg gewaardeerd.”

De jonge moeders zaten vaak thuis met kleine kinderen die nog niet naar school gaan en wel hun energie kwijt moesten. “Vooral in de tweede lockdown merkten we dat het voor veel mensen te lang ging duren, zeker toen de crèches nog dicht waren. Verder ligt voor deze doelgroep het gevaar van een sociaal isolement op de loer, net als studievertraging en inkomensverlies. Toch hebben jonge moeders veel veerkracht. Ik merk dat ze creatief met de situatie omgaan en ook digitaal goed hun weg vinden.”

De gezinsbegeleiders hebben volgens Van Leeuwen erg hun best gedaan om voor de gezinnen de beste oplossing te vinden. “Als de woning groot genoeg is, kan er soms toch thuis worden afgesproken, met voldoende afstand en ramen open. En anders gaan ze samen naar buiten of spreken af op kantoor. Zowel de begeleiders als de gezinnen zijn daar gelukkig flexibel in.”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?

Karin van Leeuwen
HVO-Querido

Van Leeuwen is teammanager van het ambulant team gezinnen bij HVO-Querido. Eerder werkte ze onder meer bij het Advies- en Steunpunt Huiselijk Geweld, de Blijf Groep en Altra.

Focussen op welzijn van medewerkers

UIT DE PRAKTIJK

“Vanaf het begin van de corona­crisis was het direct helder: we moeten dóór, maar daarbij is wel een goede coördinatie nodig om de coronamaatregelen in goede banen te leiden. Bij Levvel is daarom sinds een jaar een corona-coördinatieteam actief, die als een spin in het web fungeert. We hebben meerdere werkgroepen opgericht, die stuk voor stuk verschillende onderwerpen onder de loep nemen. Bijvoorbeeld zorgen dat er voldoende personeel beschikbaar blijft voor onze cruciale afdelingen, die te allen tijde open moeten blijven. Verder is sinds de zomer de Levvel Coronalijn actief, waar medewerkers terecht kunnen met hun vragen. De roep om informatie en duidelijkheid is namelijk groot en dit is een laagdrempelige manier om deze vragen te kunnen beantwoorden.

Wat we tijdens de tweede lockdown hebben gemerkt, is hoe belangrijk het is om mede­werkers in balans te houden. Want hun werk werd intensiever. De calamiteiten nemen enorm toe, de lengte van de ggz-wachtlijst stijgt explosief en kinderen en jongeren hebben het erg zwaar. Medewerkers zijn veel brandjes aan het blussen. Dat vraagt ongelooflijk veel tijd en energie, bovenop de toch al hoge werkdruk. We blijven er dan op hameren: zorg juist nu goed voor jezelf, want alleen dan kan je ook goed voor de kinderen en jongeren zorgen. Om dit kracht bij te zetten, hebben we Levvel Fit geïntroduceerd. Tussen de middag kunnen mede­werkers online via Teams een halfuurtje mindfulness, yoga of intensieve gym-oefeningen doen, gegeven door een collega. Even los van het beeldscherm en lekker bewegen en ontspannen.

In deze fase van de crisis is het ook belangrijk om verder te kijken. Momenteel moeten we de reguliere zorg afschalen door de ernst van de problematiek in de gezinnen. Maar door uitgestelde hulp kunnen complicaties ontstaan. Daarom heb ik onlangs een spoedplan geschreven voor de reguliere zorg. In de ziekenhuizen willen we niet komen tot code zwart, maar in de jeugdhulp is code zwart inmiddels al afgekondigd.”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?

Karin Hermeler
Levvel

Drs. Hermeler is gezondheidszorgpsycholoog en psychotherapeut en werkt sinds 1989 bij Levvel (voorheen de Bascule).
Daarnaast is ze sinds maart 2020 actief als een van de corona-coördinatoren.

De impact van de eerste lockdown

Het Verwey-Jonker Instituut heeft een eerste verkenning uitgevoerd naar de impact van de lockdown van voorjaar 2020 op het bereik van gezinnen in een kwetsbare situatie met kinderen in de leeftijd van 0-4 jaar, een kinderwens en/of een kindje op komst. In veel gevallen is het hulpverleners gelukt om tijdens de lockdown in contact te blijven met deze gezinnen, maar in sommige gevallen was dat moeilijker. Het ging dan vaak om gezinnen die niet beschikten over goede voorzieningen of voor wie de taal een probleem vormde.

Er zijn veel nieuwe initiatieven ontwikkeld die wellicht onderdeel zouden kunnen worden van de reguliere aanpak, bijvoorbeeld op het gebied van samenwerking tussen hulpverleners. Het Instituut heeft op basis van de verkenning zes structurele aandachtspunten geformuleerd voor de hulp en ondersteuning voor gezinnen in kwetsbare situaties. Hieronder vallen de vaak nog grotendeels aanbodgerichte werkwijze van de jeugdgezondheidszorg en het ontbreken van (structurele) samenwerking tussen de jeugdgezondheidszorg en de kinderopvang.