DRIE DESKUNDIGEN, DRIE STELLINGEN

Lvb’ers en criminaliteit:

dader én slachtoffer

 

Jongeren met een licht verstandelijke beperking zijn oververtegenwoordigd in de criminaliteit: een beeld dat vaak wordt geschetst. Maar klopt dat wel? Aan de hand van een aantal stellingen toetsen we dit beeld bij deskundigen ‘uit het veld’.

 

Stelling 1

Licht verstandelijk beperkte jongeren en criminaliteit is een veel voorkomende combinatie.

Ilona de Koe, teamleider bij Leger des Heils: “Dat herken ik deels. Binnen onze voorzieningen en 24-uurs zorg hebben we vooral te maken met jongeren die meerdere problemen hebben. Een licht verstandelijke beperking is daar eentje van, maar vaak zijn er zaken die veel zwaarder wegen, zoals onveilige thuissituaties, trauma’s of hechtingsproblematiek. Die veelheid aan problemen maakt het onderwerp ‘LVB’ers en criminaliteit’ dan ook complex. Dat gezegd hebbende: het drugs- en wapengeweld neemt zeker toe onder deze groep. Maar dat hoeft niet te zeggen dat de misdaad in zijn geheel toeneemt. Ik denk vooral dat het type criminaliteit onder jongeren – en dus ook LVB’ers – verandert. Het is minder georganiseerd, laagdrempeliger. Dealen en wapengebruik kan bij wijze van spreken op iedere straathoek plaatsvinden. Wat maakt dat deze vorm van criminaliteit meer zichtbaar is, waardoor het eerder onder de aandacht komt.”

Hein Meertens, regiomanager bij Prinsenstichting: “Ik heb daar mijn bedenkingen bij. Een licht verstandelijke beperking leidt niet automatisch tot moreel verval. Wel maakt het je kwetsbaarder. Het ligt er ook maar aan hoe en wat je meet; criminaliteit is een breed begrip. Net als wat onder ‘licht verstandelijk beperkt’ wordt verstaan. Wat volgens mij nu speelt, is dat het overlastgevende aspect van de criminaliteit in het oog springt en de onderzoeken haalt. En niet zozeer dat de criminaliteit onder deze groep groeit.”

Stelling 2

Deze groep is (extra) vatbaar voor criminaliteit.

Annemarie Oonk, orthopedagoog bij Prinsenstichting: “Omdat iemand die verstandelijk beperkt is oorzaak en gevolg vaak niet goed kan scheiden, is de kans op impulsieve acties hoger. Wat iemand bedreigen met een wapen op de lange termijn betekent, daar denkt de gemiddelde LVB’er niet zo snel over na.”

De Koe: “Deze groep jongeren heeft bovendien vaak niet eens door dat ze helpen met witwassen of onderdeel zijn van een drugsdeal. ‘Mijn neef vroeg me het te doen’ hoor je dan. Zelf zien ze er het kwaad niet van in, maar ondertussen zijn ze wél medeplichtig aan een strafbaar feit. Wat dat aangaat zijn LVB’ers vaak dader en slachtoffer tegelijkertijd. Bovendien groeien ze op in een wereld waar social media en influencers de dienst uitmaken, die een flashy life promoten. Om dat rijke leventje ook te krijgen, kunnen illegale klusjes, het ‘snelle geld’, erg verleidelijk zijn.”

Stelling 3

Voor jeugdhulpverleners is het lastig dit soort criminaliteit tegen te gaan.

De Koe: “Dat hangt ervan af hoe je het aanpakt. We investeren in goed contact en het creëren van vertrouwen. Want waarom gaat iemand het verkeerde pad op? Als je dat in kaart weet te brengen, kan er een aanpak worden opgesteld. Vaak heeft dat ook te maken met het zelfbeeld. Als een jongere het gevoel heeft geen toekomst te hebben, of niks te kunnen, dan lijkt criminaliteit soms de enige optie. Met de juiste begeleiding en behandeling hopen we jongeren die bij ons binnenkomen meer inzicht te geven in hun eigen krachten en kwaliteiten. Bijvoorbeeld door hulp bij het vinden van werk en het op orde krijgen van financiën. Of door te werken aan sociale vaardigheden, emotie-regulatie of het bieden van traumatherapie.”

Oonk: “LVB’ers ‘trainen’, dat werkt natuurlijk niet. Werken vanuit distantie en aan allerlei vaardigheden heeft namelijk weinig zin als je het sociaal-emotionele aspect overslaat. De relatie tussen de cliënt en de hulpverlener is de basis van verandering. Bij Prinsenstichting staat ‘gentle teaching’ dan ook centraal. Hierbij draait het om verbondenheid, veiligheid, betrokkenheid, geliefd zijn en een liefdevolle omgang. Bij LVB’ers draait het juist om die sociaal-emotionele waarden, en een helende begeleiding. Om zo weer iets van eigenwaarde terug te krijgen.”

Meertens: “LVB’ers en criminaliteit is een complex probleem, wat in en door de gehele keten aangepakt moet worden. Justitieel afdoen heeft geen zin. Het draait erom deze jongeren meer vertrouwen te geven. In zichzelf én de wereld om hun heen. Zij zijn vaak al zo beschadigd, zo vaak door het systeem teleurgesteld. Support op het sociaal-emotioneel vlak is dan essentieel. Als dat verbetert, kunnen jongeren ook makkelijker betere keuzes maken. Ook het proces in de keten moet anders. Boa’s en wijkagenten kunnen de lijstjes met de ‘moeilijke jongeren’ haast dromen. Maar het gaat juist om het herkennen van de problematiek, niet om het stigma van ‘de crimineel’.”

WIE ZIJN ER HIER AAN HET WOORD?

Annemarie Oonk
Prinsenstichting

Oonk werkt sinds 2014 bij Prinsenstichting (behandelcentrum de Schar) als orthopedagoog en gedragsdeskundige. Ook is zij actief in het Crisis Ondersteunings Team (COT). Hiervoor was zij ruim 3 jaar ambulant begeleider bij de Raphaëlstichting en werkte ze vier jaar als consulent Zorg & Onderwijs bij de BMC Groep.

Hein Meertens
Prinsenstichting

Meertens is sinds 2014 werkzaam
als regiomanager bij Prinsenstichting in
de regio Zaanstreek-Waterland. Ook maakt hij deel uit van het crisisondersteuningsteam. Daarvoor was Meertens ruim 23 jaar ­actief bij het JOC, onderdeel van Spirit. Hier heeft hij diverse (leiding­gevende) functies gehad, zoals plaats­vervangend directeur.

Ilona de Koe
Leger de Heils

De Koe is sinds 2018 teamleider 
bij De Klif van het Leger des Heils in Amsterdam-Zuidoost. Ze werkt al 12,5 jaar voor het Leger en was hiervoor onder meer werkzaam als groepsbegeleider, ambulant begeleider en zorgcoördinator.