PROFIEL: HET FORENSISCH NETWERK

HULPVERLENERS VOOR DE HULPVERLENER

 

De 17-jarige Thomas weigert elke vorm van hulp van welke ggz-instelling ook. Hij wil
per se geen ggz-stempel en dus ook geen diagnose. Terwijl het niet goed met hem gaat.
Hij heeft geen huis, zit al half in het criminele circuit en de betrokken hulpverleners maken zich zorgen over de invloed van zijn vrienden. Er moet iets gebeuren. Maar
zelf komen zij geen stap verder. Wat nu?

Professionals in de hulpverlening die stuklopen kunnen zaken van jongeren als Thomas inbrengen op het spreekuur van het Forensisch Netwerk. Het mag over nul- tot honderdjarigen gaan, mits de casus aan drie voorwaarden voldoet. Ten eerste moet het om complexe problematiek op meerdere terreinen gaan. Ten tweede moet er een ‘forensisch tintje’ aan zitten, bijvoorbeeld dat er sprake is van (feitelijk of vermoed) crimineel of overlastgevend gedrag. En tot slot moet er meer expertise en een bredere blik nodig zijn, omdat de inbrengers er via hun gewone hulplijnen niet uitkomen.

Tijdens het spreekuur kunnen hulpverleners dan de casus bespreken met ervaren behandelaren uit de jeugdsector, de ggz-sector en de justitiële sector. Met hulpverleners onder elkaar buigt de indiener zich samen met de adviseurs over de casus. “Wij zijn forensische adviseurs, maar onze corebusiness is ons eigen uitvoerende werk. Eén keer per week komen we samen om andere professionals te ondersteunen. Ieder vanuit zijn eigen discipline, expertise en achterban”, legt Daphne Wolthuis uit, adviseur én ambulant gezinswerker bij Levvel5. Dat de adviseurs, los van hun organisatie, vanuit inhoudelijke kennis naar een casus kijken, wordt door iedereen die we voor JONG hierover spraken hét grote voordeel van het Forensisch Netwerk genoemd. “Ze komen heel snel tot de kern en bovendien voelen ze aan hoe zwaar zo’n impasse drukt op behandelende hulpverleners”, vult Johan Mewe (Levvel) de voordelen van het spreekuur vanuit eigen ervaring aan. Door samen te werken en de krachten te bundelen kunnen bovendien snel stappen worden genomen. Het Forensisch Netwerk is volgens Thimo van der Pol (Forensisch Jeugd Team) dan ook een fantastisch voorbeeld van hoe het zou moeten: “Met goede samenwerking, korte lijntjes met de gemeente en snel optreden kun je veel leed voorkomen. Niet alleen bij het kind, maar ook in de stad en de maatschappij.”

WAT IS HET FORENSISCH NETWERK?

Het Forensisch Netwerk is een samenwerkingsverband van ­forensisch geschoolde uitvoerende hulpverleners van diverse instellingen: de Waag, Levvel (voorheen Spirit en de Bascule), Levvel5 (voorheen Lijn5 in Noord-Holland), Arkin/Inforsa, Amsta, reclassering en gevangeniswezen.

Het Forensisch Netwerk houdt elke dinsdag van 15.00 tot 17.00 uur spreekuur. Gemiddeld duurt een casusbespreking zo’n drie kwartier. Daarnaast wonen Netwerkmedewerkers (adviseurs) ook reguliere casuïstiekbesprekingen bij van Ouder- en Kindteams en Samen DOEN-teams.

EN IN ZAANSTREEK EN WATERLAND?

Daar is geen Forensisch Netwerk zoals in Amsterdam, vooral omdat er te weinig forensische aanbieders zijn. Professionals die behoefte hebben aan advies of meedenken kunnen hun casus aanmelden bij het Zorg- en Veiligheidshuis of contact opnemen met De Waag Zaandam (075-7856600).


UIT DE PRAKTIJK

Het liefst preventief

“Sinds de coronacrisis houden wij geen fysiek spreekuur meer. Nu moeten indieners zich aanmelden en wordt er via Teams een tijdslot gereserveerd waarop we allemaal inloggen. Het is heel laagdrempelig; er zijn geen moeilijke wachtlijsten of voorwaarden. Wel vragen we indieners van tevoren wat informatie te mailen en aan te geven wat de vraag is. Tijdens het digitale spreekuur laten we de inbrenger zijn verhaal doen. We stellen nadere vragen als ‘hoe zit dit precies? Heb je hier al aan gedacht?’ en laten allemaal ons licht over de casus schijnen. Uiteindelijk resulteert zo’n bespreking in een of meerdere adviezen. Soms zijn die heel verschillend. De inbrenger bepaalt waarmee hij aan de slag wil; hij blijft de casuseigenaar. Om een goede follow up te waarborgen koppelen we een adviseur aan de casus. Die volgt de zaak langere tijd, helpt met de implementatie van de adviezen en kan eventueel verder begeleiden bij nieuwe vragen of problemen. Zeker startende professionals kunnen daar baat bij hebben. Soms komen die voor relatief kleine hulpvragen in een gezin en merken ze gaandeweg dat er veel meer aan de hand is. Vaak vinden ze het lastig om de zaak uit handen te geven. Het is dan fijn om zo’n ‘hulpverlener voor de hulpverlener’ naast je te hebben. Ik vind het jammer dat mensen soms pas naar ons toe komen als de zaak al vast zit. Terwijl wij liefst preventief willen werken en zo’n gesprek echt onwijs kan helpen om vooruit te komen. We zullen niet snel iemand wegsturen. Het criterium dat er sprake moet zijn van forensisch gedrag is breed: ook als je denkt dat de vader van je cliënt niet oké is, kun je het Netwerk consulteren. Zelf heb ik ook veel van mijn adviseurschap geleerd. Buiten de box denken bijvoorbeeld. Uitgaan van ‘wat heeft deze casus nodig?’ en niet van ‘wat hebben we aan aanbod?’ En om een beetje stout te zijn: ‘Ze zeggen wel dat het zo moet, maar we gaan het toch even anders doen.’”

Daphne Wolthuis
Levvel5
(voorheen Lijn5 in Noord-Holland)

Wolthuis is ambulant gezinswerker bij Levvel5 en adviseur bij het Forensisch
Netwerk.


UIT DE PRAKTIJK

Geen oplossing,
wel een schouderklopje

“Behalve specifieke casussen behandelen we binnen het Forensisch Netwerk ook praktische vragen als ‘waar vinden we een woonplek?’ of gemeenschappelijke problemen waar we als instellingen tegenaan lopen. Vastlopen in de hulpverlening of in het contact met de cliënt is de meest voorkomende aanleiding om het Netwerk in te schakelen. Behandelaars begrijpen het gedrag bijvoorbeeld niet of de hulpverlening stagneert door gedoe tussen betrokken instanties. Top1000-regisseurs zoeken volgens mij vooral bevestiging of ze het wel goed doen. Wij hebben zelf ook niet altijd een oplossing. Regelmatig adviseren we hulpverleners om vooral zo door te gaan en tevreden te zijn met wat ze hebben bereikt. Die bevestiging vinden veel inbrengers heel prettig. Het Forensisch Netwerk heeft zeker ook een preventieve functie. Die zit ’m vooral in onze betrokkenheid bij casuïstiekbesprekingen in Ouder- en Kindteams en Samen DOEN-teams. De casussen op het spreekuur moeten wel echt een forensische kant hebben, vind ik.”

Michou van de Velde
Levvel (voorheen Spirit en
de Bascule)

Sociaal psychiatrisch verpleegkundige
Van de Velde zit vanuit de Forensische
Formatie (Levvel) als adviseur in het
Forensisch Netwerk.


UIT DE PRAKTIJK

Het gaat écht om de cliënt

“Het mooie van het Forensisch Netwerk is dat het om de cliënten gaat en niet om ons als hulpverleners. Kernvraag is: ‘wat is het beste voor deze persoon?’. Vanuit diverse invalshoeken wordt gekeken naar de risico- en beschermende factoren en wordt gezamenlijk een plan op maat gemaakt. Dat werkt echt. Ik vind het belangrijk dat daarbij ook wordt samengewerkt met het sociale domein. Met wijk- en woonteams en straathoekwerk. Die sector zit in de haarvaten van de maatschappij. Ze kennen de wijk, de lokale organisaties en de belangrijkste sleutelfiguren. Om snel te kunnen schakelen, de juiste wegen te vinden én deze te kunnen bewandelen moeten ggz en sociaal domein dichter bij elkaar worden gebracht. Dat is tot nu toe nog niet goed gelukt, ook vanwege de complexe materie en de enorme hoeveelheid organisaties in zowel de zorg als het sociale domein. Toch moeten ze elkaar wel beter gaan vinden. Vanuit het Forensisch Jeugd Team zijn we daar hard mee bezig.”

Thimo van der Pol
Amsterdam UMC

Van der Pol is onderzoeker bij het
Amsterdam UMC en als forensisch psychotherapeut bij het Forensisch Jeugd Team (Inforsa) betrokken bij ‘de 130 meest complexe, meest overlastgevende en criminele jongeren met de heftigste problematiek in Amsterdam’.


UIT DE PRAKTIJK

Een tevreden klant

“Op casusniveau vinden wij doorgaans met onze vaste samenwerkingspartners wel een oplossing. Tenzij het om een buitencategorie gaat. Dan kan het zinvol zijn om door te schakelen naar het Forensisch Netwerk. Tot nu toe hebben wij één keer een casus ingebracht. Het ging om een meisje dat een geschiedenis van uithuisplaatsingen achter de rug had en vanwege het stagneren van de behandeling door haar agressieve gedrag tegen alle adviezen in opnieuw bij haar pleegmoeder werd geplaatst. Omdat dat een ronduit onveilige situatie bleek, moest ze daar weg. Met elkaar spraken we af dat ze niet meer gesloten gezet zou worden, wat er ook gebeurde. Dat kun je in de vergaderkamer prima afspreken, maar in de praktijk was de verleiding groot om toch weer op het gesloten circuit terug te vallen. We konden het niet eens worden. De gesprekken werden op een gegeven moment zo op het scherpst van de snede gevoerd dat wij besloten deze casus voor een second opinion voor te leggen aan het Forensisch Netwerk. Om uit onze eigen bubbel te kunnen stappen, boven de zaak te kunnen staan en advies te vragen aan mensen die er verstand van hebben. Het Netwerk dacht met ons mee over de problematiek en verschillende oplossingen. Ook vroegen ze door op ons voornemen de dame nooit meer gesloten te laten opnemen. Uiteindelijk zijn we er uitgekomen. Wat we toen hebben bedacht voeren we tot op de dag van vandaag uit.”

Johan Mewe
Levvel

Mewe is Relationeel Gezinstherapeut bij de polikliniek School2Carevan Levvel. Samen met zijn reguliere hulpverlenings­partners diende hij een jaar geleden een casus in bij het Forensisch Netwerk.

TIPS & TRICKS

-1-

Maak (meer) gebruik van de mogelijkheden om een team van collega-hulpverleners te
consulteren.

-2-

Schroom niet om hulp te vragen, hulp vragen is zeker geen teken van zwakte.

-3-

Wacht niet tot de zaak vastloopt, maar kom in een eerder stadium: hoe eerder er ingegrepen wordt, hoe beter.

MEER WETEN?

Zie voor meer informatie over het Forensisch Netwerk en de voorwaarden voor het inbrengen van casussen op de website van de gemeente Amsterdam