LHBTI-sensitief hulpverlenen:
hoe doe je dat?

Diversiteit is de nieuwe norm, ook in de spreekkamers van de jeugdhulp. Weten we voldoende over sekse, gender en seksuele oriëntatie om daarover open het gesprek met jongeren aan te gaan? En leidt dat vervolgens tot de best passende hulp?

Al met al geen vrijblijvende vragen, want de kans dat je als hulpverlener een LHBTI-jongere tegenover je krijgt, is groot. Uit de in maart 2021 door kenniscentrum Movisie gepubliceerde Hand­reiking LHBTI-emancipatie blijkt dat in de leeftijdscategorie tot 18 jaar negen procent van de meisjes en zeven procent van de jongens aangeeft zich ook, vooral, of uitsluitend seksueel aangetrokken te voelen tot seksegenoten. Naar hun mentale en fysieke gezondheid is veel onderzoek gedaan. Lesbische, homoseksuele en biseksuele jongeren kampen ruim twee keer zo vaak met emotionele problemen, gedragsproblemen en problemen met hyperactiviteit. Hun gezondheid wordt voornamelijk negatief beïnvloed door uitsluiting en geweld in allerlei vormen.

Verbaal of fysiek geweld

Van de schoolgaande jongeren die openlijk transgender zijn, krijgt bijna de helft te maken met verbaal geweld en twintig procent zelfs met grof fysiek geweld. Iets meer dan de helft van transgenders tussen 15 en 17 jaar geeft aan nooit of zelden open te zijn over hun genderidentiteit.

In de publicatie besteedt Movisie ook aandacht aan de situatie van de naar schatting duizend tot tweeduizend dak- en thuisloze LHBTI-jongeren in Nederland. Lage zelfacceptatie, afwijzing door de omgeving en gebrek aan veilige opvang maken deze groep extra kwetsbaar. Met al deze cijfers op een rij verbaast het des te meer dat LHBTI-jongeren volgens Movisie niet altijd worden opgemerkt in de jeugdzorg, het jeugdwelzijn of de jeugd-ggz. Uit een vragenlijstonderzoek blijkt dat vier op de tien professionals moeite hebben de signalen van met seksuele gevoelens worstelende jongeren op te vangen. En zes op de tien professionals maken het niet bespreekbaar als ze vermoeden dat een jongere lesbisch, homo- of biseksueel of transgender is. De meest genoemde reden? ‘Als het geen probleem is, vind ik dat niet nodig.’

Handelingsverlegenheid

Er valt dus in Nederland nog een wereld te winnen als het gaat om de acceptatie en emancipatie van deze jongeren. Dat vindt ook Ymke Kelders, als analist verbon­den aan het programma Zorg en Informatie van Rutgers, het kenniscentrum voor seksualiteit. “Je kunt stellen dat er nog een behoorlijke handelingsverlegenheid zit bij hulpverleners”, geeft Kelders aan. “Aannames en vooroordelen – en die zijn echt niet altijd bewust – vormen een sta-in-de-weg. LHBTI-jongeren voelen zich daardoor niet begrepen en gaan hulp mijdend gedrag vertonen. Een ongewenste situatie, als je bedenkt dat eenzaamheid, depressie en suïcidale gedachten veel vaker voorkomen in deze groep. Het zijn juist de hulpverleners die een bijdrage kunnen en moeten leveren aan hun veiligheid en gezondheid.”

Een praktische toolkit

De al jaren verontrustende signalen over de psychische en fysieke gezondheid van LHBTI’ers hebben in 2018 geleid tot de oprichting van de Alliantie Gezondheidszorg op Maat, een samenwerking van WOMEN Inc., Rutgers en COC Nederland, die loopt tot en met 2022. Deze alliantie past binnen het emancipatiebeleid van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en richt zich op de verbetering van gender- en LHBTI-sensitieve gezondheidszorg in Nederland. Kelders, die namens Rutgers hierbij betrokken is, benadrukt het belang van trainingen om kennis en vaardigheden van professionals op peil te brengen en te houden. “Je kunt als zorg- en hulpverlener een actieve bijdrage leveren aan de levenskwaliteit van LHBTI’ers door in je dagelijkse praktijk inclusief te handelen. Alleen zo wordt diversiteit de norm in de spreekkamer. Dat is een bewustwordingsproces en vereist, ook voor professionals, veel oefening.”

Toolkit

“Op komteenmensbijdedokter.nl, de website van de alliantie, vind je veel praktische informatie, zoals een uitgebreide begrippenlijst”, vervolgt Kelders. “Ook bieden we een toolkit waarmee je direct aan de slag kunt. Zo leer je steeds beter rekening te houden met diversiteit in sekse, gender en seksuele oriëntatie.” Hoe iemand zich identificeert – man, vrouw, non-binair – of zijn seksuele voorkeur uit, hoeft niet altijd en overal benadrukt te worden, maar kan heel cruciaal zijn als het om gezondheid gaat, stelt de alliantie. Een hulpverlener die zich bij diagnose en behandeling bewust is van biologische, psychologische en sociale aspecten, is beter in staat passende hulp te bieden.

Inclusief werken aan gezondheid

Een opvallende constatering van Kelders is dat de Transformatie in de jeugdhulp direct invloed heeft op de mate van inclusie binnen de hulpverlening. “LHBTI-jongeren zouden overal in Nederland moeten kunnen aankloppen voor passende hulp. De praktijk laat echter zien dat de context van een gemeente – gelovig of niet-gelovig, bijvoorbeeld – wel degelijk invloed heeft op hoe effectief deze jongeren benaderd en geholpen worden. Bij gebrek aan uniforme richtlijnen en proto­collen, ontstaan er ongewenste verschillen. De alliantie pleit voor meer uniformiteit en consistentie in kwaliteit van de zorg, en geeft hierover advies aan het Ministerie van OCW.”

Al in de opleiding

Volgens Kelders is er ook werk aan de winkel voor opleidingsinstituten, omdat daar de basis wordt gelegd voor inzichten die een hulpverlener meeneemt naar de praktijk. “Besteed in het curriculum structureel aandacht aan LHBTI’ers en draag uit dat je hen accepteert en ondersteunt. Creëer bewustzijn bij de studenten en organiseer stages die hen dichter bij de LHBTI-problematiek brengen. Wat heeft een hulpvrager nodig om zich gezond en gelukkig te voelen? Als je daar écht antwoord op wilt geven, kun je niet om inclusie heen.”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?

Ymke Kelders
Rutgers

Kelders studeerde Media & Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam, behaalde een ‘research master’ (Cultural Analysis) en deed onderzoek naar eenzaamheid onder ouderen. Zij is sinds 2019 verbonden aan Rutgers (programma Zorg en Informatie).


DE AANPAK VAN…

Qpido

Trainingen, vooroordelen en taboes

“Voor Qpido staat het veilig seksueel opgroeien van kinderen en jongeren centraal. Daar hoort als vanzelfsprekend LHBTI-sensitief hulpverlenen bij. Levvel, waarvan wij onderdeel zijn, heeft daarvoor in 2018 de Roze Loper ontvangen, waarmee onze inspanningen op het gebied van seksuele diversiteit zijn gecertificeerd. De kennis die we daarover hebben, delen we graag met andere hulpprofessionals. We zien dat de wil er is om adequaat in te spelen op de hulpvragen van LHBTI-jongeren, maar dat er nog te vaak sprake is van handelingsverlegenheid. Dat kan te maken hebben met de cultuur waarbinnen een hulpverlener is opgegroeid. Vaak is die zich niet bewust van diens eigen hetero-normatief denken en de aannames die daarmee gemoeid zijn. Met onze trainingen oefen je de omgang met vooroordelen en taboes. En vooral ook hoe je daarover vervolgens met elkaar het gesprek aangaat.

Praten met iemand die non-binair is, kan ook voor een hulpverlener verwarrend zijn. Je wint al veel als je de kramp uit het gesprek haalt. Blijf open en nieuwsgierig en wees niet bang fouten te maken. Zeg ‘sorry, maar hier kom ik even niet uit’ in plaats van te doen of je alles weet. Je leert uiteindelijk van degene die tegenover je zit, want dat is de expert.”

Wij zijn natuurlijk altijd benieuwd hoe jongeren zelf tegen hulpverlening aankijken. Uit hun feedback komt naar voren dat ze vooral zichzelf willen kunnen zijn. Niet ergens op vastgepind worden, niet in een hokje geduwd worden, dát is wat voor hen telt. Onze taak als organisatie is het inclusief denken en handelen op de agenda te zetten en te houden. LHBTIQ+, zoals wij het aanduiden bij Qpido, is allesbehalve een modeverschijnsel.”

Mijn ultieme tip

“De trainingen die wij verzorgen kunnen we eventueel afstemmen op specifieke behoeften van een organisatie. Mail naar trainingen@qpido.nl voor meer informatie. Ook op individueel niveau kan een professional bij ons terecht. Op onze website maken we de data bekend waarop de (nu nog online) trainingen plaatsvinden.”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?

Esmaralda de Haan
Levvel

De Haan is begeleider, beleids­medewerker en trainer bij Qpido, onderdeel van Levvel. Ze studeerde SPH aan de Hogeschool van Amsterdam. Bij het voormalige Spirit werkte ze ruim vijftien jaar als jeugdhulpverlener.


DE AANPAK VAN…

Leger des Heils

Creatieve spelvormen

“In mijn praktijk als gezinscoach ben ik tot nu toe weinig LHBTI-jongeren bewust tegengekomen. Als je bedenkt hoeveel mensen zich tot die groep rekenen, is dat eigenlijk vreemd. Het zou geen probleem moeten zijn het er met elkaar over te hebben, ook niet binnen onze organisatie, maar waarom zie ik het dan nauwelijks? Is er wellicht sprake van onderdrukte gevoelens bij de jongeren? Heb ik er zelf niet voldoende op gelet of aandacht aan besteed? Het zijn vragen die mij als hulpverlener aan het denken zetten. Waar zitten de blinde vlekken?

Op het gebied van cultuursensitieve jeugdhulp zijn we naar mijn idee al wat verder. Dat hangt ook samen met mijn persoonlijke betrokkenheid. Ik heb vorig jaar het WOW-kleurboek ontwikkeld voor kinderen vanaf 3 jaar, waarmee we werken aan bewustwording en zelfacceptatie. De kinderen zien opeens dat er ook andere, in dit geval zwarte, rolmodellen zijn waarin ze zich herkennen. Inmiddels hebben veel kinderen de tekeningen ingekleurd. Die zijn voor ons als coaches een hulpmiddel bij het op gang brengen van een gesprek. Niet alleen met de kinderen, maar ook onderling over je houding ten aanzien van inclusie. Ik kan me goed voorstellen dat creatieve spelvormen ingezet worden bij LHBTI-kinderen en -jongeren. Want uiteindelijk werk je naar hetzelfde toe: het tegengaan van belemmeringen die een (in alle opzichten) gezonde groei in de weg staan. Dan praat je over empowerment.”

Mijn ultieme tip

“Verdiep je in de geschiedenis en lees je in. Zo ontdek je hoe vooroordelen over de LHBTI-gemeenschap door de jaren heen zijn ontstaan en waarop ze zijn gebaseerd. Die kennis helpt je bij het nadenken over je eigen vooroordelen en wellicht ook die van je organisatie. Het brengt je dichter bij de ander en bij jezelf. Die reflectie is een belangrijke stap naar wederzijds begrip en gelijkwaardigheid.”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?

Chavella Overman
Leger des Heils

Overman is gezinscoach binnen 10 voor Toekomst van het Leger des Heils in Amsterdam. Ze studeerde SPH aan de Hogeschool Utrecht en Rechtsgeleerdheid aan de VU Amsterdam.


DE AANPAK VAN…

Jongeren Informatie Punt (JIP) Amsterdam-Noord

Dialoog & discussie

“Bij JIP kunnen jongeren van 12-27 jaar terecht met vragen over alles wat voor hen essentieel is, zoals school, werk, relaties en seksualiteit. We hebben wekelijks te maken met LHBTI-jongeren. Als je met een open houding een vraag stelt als ‘wat is jouw ideale relatievorm?’ levert dat vrijwel direct een ander gesprek op. Het is belangrijk dat een jongere die over haar of zijn genderidentiteit of seksuele oriëntatie wil praten, geen barrières ervaart. Als hulpverlener kun je daarom niet zonder basiskennis van LHBTI-begrippen. Hoe minder een jongere daarover hoeft uit te leggen, hoe eerder je tot de kern van het gesprek komt. Natuurlijk kun je niet alles weten, maar wees daarin eerlijk en probeer tegelijkertijd belangstellend te zijn. Zo kom je vanzelf nader tot elkaar. Iedere LHBTI-jongere krijgt te maken met stereotyperingen en stigma’s. Benoem ze en bespreek ze, zonder een oordeel te vellen. Dat maakt het minder beladen.

Jongeren die met conservatieve normen en waarden zijn opgegroeid, zullen meer moeite hebben open te zijn over hun seksuele oriëntatie. Vaak ontbreekt het aan rolmodellen waarin ze zich herkennen. Dwing ze niet ‘uit de kast’ te komen en hou het gesprek voor hen zo neutraal mogelijk.

We hebben voor beleidsmakers van de gemeente Amsterdam een training verzorgd (opgezet door Floris, red.), gebaseerd op de praktijkervaring die we met LHBTI-jongeren hebben opgedaan. Wat zijn je eigen vooroordelen? In welke hokjes denk je zelf? Hoe hou je stigma’s in stand en hoe breek je ze juist af? Dat leverde interessante dialogen en discussies op, ook over complexe vraagstukken waar geen eenvoudige oplossingen voor zijn. Die training gaan we uitbreiden.”

Mijn ultieme tip

“De identiteit van LHBTI-jongeren draait niet alleen om hun seksualiteit. Zorg dat er ook voldoende aandacht is voor alle andere aspecten van hun persoonlijkheid.”

WIE ZIJN ER HIER AAN HET WOORD?

Saaniya Ram
Gemeente Amsterdam

Ram is JIP-adviseur bij de gemeente Amsterdam en werkt tevens als hulpverlener bij Qpido. Ze studeerde SPH aan de Hogeschool van Amsterdam.

Floris Rijkenberg
Student Social Work

Rijkenberg is vierdejaars student Social Work (MWD, Hogeschool Inholland). Hij is zijn meewerkstage aan het afronden.


DE AANPAK VAN…

Levvel

Een inclusieve bedrijfscultuur

“Levvel streeft een open bedrijfscultuur na, waarin iedereen zich vrij mag uitspreken en ruimte krijgt zichzelf te zijn. Dat betekent dat je als organisatie mensen die ‘anders’ zijn, in welke vorm dan ook, respecteert en waardeert. Een goed diversiteits-beleid leidt tot een organisatie die midden in de samenleving staat en daarvan een afspiegeling is. Met als belofte inclusieve en daardoor adequatere hulpverlening. Tot zover het streven. Vraag is: hoe maak je dit waar? Diversiteit en inclusie ontwikkelen zich niet vanzelf. Het gaat om nieuwe, andere waarden die we met elkaar moeten verinner-lijken. Het is een mentaliteitsverandering die gepaard gaat met kritisch naar je eigen organisatie kijken. Geven we iedereen dezelfde kansen? Scheppen we een klimaat waarin iedereen zich erkend voelt? Koesteren we de verschillen?
Zijn onze teams wel zo inclusief? Herkent bijvoorbeeld een LHBTI-jongere zich in de hulpverlener die wij beschikbaar stellen? Dan kom je uit bij je P&O-beleid, waarmee je divers talent niet alleen wilt binnenhalen, maar ook vasthouden.

We hebben een intern kennisnetwerk opgezet, dat startpunt is voor iedereen met vragen over het DNA van Levvel. Regelmatig zoeken we extern naar expertise voor trainingen en coaching. Zo kan ik iedereen de Diversiteitkaarten van Marten Bos aanraden als methode om ‘caleidoscopisch’ naar je organisatie te kijken. Het is een spelvorm die al snel waardevolle discussies oplevert en uiteindelijk draagvlak creëert voor nieuwe ideeën. Dat draagvlak heb je nodig in alle geledingen van je organisatie. Ga op zoek naar ambassadeurs die je ‘Diversiteit & Inclusie’-doelstellingen ondersteunen en verbind hen met elkaar. En, heel belangrijk, blijf vooral kritische vragen stellen. Op alle niveaus.”

Mijn ultieme tip

“Breng in kaart welke organisaties jou met hun inzichten en ervaring kunnen helpen inclusiever te opereren. Ga allianties met ze aan. Ik zit zelf regelmatig met het COC om de tafel. Weinig organisaties weten zoveel over de LHBTI-gemeenschap.”

WIE ZIJN ER HIER AAN HET WOORD?

Elhoussaine Hmimou
Levvel

Hmimou is projectleider Diversiteit & Inclusie bij Levvel. Hij studeerde CMV aan de Hogeschool Utrecht.
In 2008 begon hij bij Spirit zijn loopbaan als hulpverlener.


DE AANPAK VAN…

Prinsenstichting

Adequate intake is key

“Prinsenstichting verleent hulp aan mensen met een verstandelijke beperking in combinatie met een gedragsstoornis of autisme. Kalenderleeftijd zegt binnen deze context niet zoveel. In de praktijk zien we ook ouderen die nog aan de wieg staan van hun seksuele ontwikkeling. Expressie, oriëntatie, identiteit: het is allemaal extra lastig te bevatten voor mensen met een verstandelijke beperking. Over het algemeen is er bij deze doelgroep minder aandacht voor de seksuele gezondheid, terwijl die juist zo essentieel is. In de piramide van Maslow is seks niet voor niets een van de fysiologische behoeften naast eten, drinken en slapen. Niet alleen cliënten worstelen ermee, maar ook verzorgers en hulpverleners om hen heen.

Aan die handelingsverlegenheid kun je iets doen. Binnen Prinsenstichting hebben we een seksuologisch team dat zich buigt over de intake van cliënten. We zijn een protocol aan het ontwikkelen waarmee je de juiste vragen stelt. Het helpt je een goed beeld van de seksuele gezondheid van je cliënt te krijgen en dit vervolgens adequaat vast te leggen. Zelfs na jaren van onduidelijkheid daarover kan een cliënt hierdoor uit de ‘sluimerstand’ ontwaken en zijn eigen seksualiteit ontdekken. Ook seksueel gedrag dat voorheen wellicht negatief opviel, kun je zo beter duiden en begeleiden.

Rolmodellen zijn belangrijk als je zoekende bent naar je seksuele identiteit. Dat geldt natuurlijk ook voor onze cliënten. Zelf kleed ik me niet genderconform, en dat maakt regelmatig iets los bij cliënten die diezelfde behoefte aan expressie hebben. Door vervolgens samen het model van de ‘Genderkoek’ in te vullen, help je een cliënt die behoefte specifiek te benoemen en draag je bij aan de levenskwaliteit. Want juist door vermijding en verdringing ontstaan de problemen.”

Mijn ultieme tip

“Ons seksuologisch team verzorgt op uitnodiging trainin­gen die je helpen de seksuele gezondheid van je cliënt uit te vragen. Ook geven we tips voor de omgang met diversiteit binnen de hulpverlening. Stuur een e-mail naar vis@prinsenstichting.nl (Visie, Intimiteit en Seksualiteit). We komen graag langs.”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?

Elio Heres
Prinsenstichting

Heres is orthopedagoog en seksueel consulent i.o. en werkt sinds 2019 bij Prinsenstichting in Purmerend. Hij studeerde aan de Universiteit van Amsterdam en de VU. Als stagiair deed hij ervaring op bij Cordaan en de Kindertelefoon. Hij is ambassadeur van het nieuwe platform www.genderpraatjes.nl


DE AANPAK VAN…

Gemeente Zaanstad

Meerjarenplan Diversiteit & Inclusie

“Verbinding met de stad, het ontwikkelen en optimaal benutten van uniciteit en talent, met inclusie als kernwaarde: we willen als gemeente de Zaanse samenleving weerspiegelen en zo goed mogelijk van dienst zijn. In januari 2020 zijn we gestart met het programma Diversiteit & Inclusie, een meerjarenplan dat in 2025 wordt afgerond. Dit jaar willen we de eerste concrete resultaten presenteren. Die hebben betrekking op alle niveaus van de organisatie en strekken zich uit van inclusief leiderschap en geactualiseerd recruitment tot het faciliteren van een ambassadeursnetwerk.

De coronacrisis maakt het lastig een beeld te krijgen van de stand van zaken op het stadhuis. Iedereen werkt thuis en ziet de collega’s uitsluitend virtueel. Toch moeten we ook onder deze omstandigheden de urgentie van D&I blijven benadrukken en daarover met elkaar in gesprek blijven. Managers die vragen hebben over institutioneel racisme of stil willen staan bij LHBTI-problematiek, brengen we samen met ervaringsdeskundigen. Door middel van een doorlopende dialoog proberen we met elkaar nieuwe waarden te vinden in plaats van ze elkaar op te leggen. Dat is uiteindelijk een veranderopgave waarvoor je een lange adem moet hebben.

Wat we nog wel eens vergeten: bij een cultuuromslag gaat het er ook om verschillen in persoonlijkheid te erkennen. Onze samenleving neigt ernaar extravert gedrag te belonen, terwijl de wat stille,
kritische denker minder aandacht en waardering krijgt. Een verbindende organisatie koestert verschillende karakters en tegengestelde standpunten. Dat is ook een essentie van inclusie.”

Mijn ultieme tip

“Maak als organisatie diversiteit en inclusie expliciet door een norm te stellen en daar al je handelen naar te richten.”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?

Michelle Hennen
Gemeente Zaanstad

Hennen is coördinator Integriteit bij de gemeente Zaanstad en betrokken bij het programma Diversiteit & Inclusie. Ze studeerde Bestuurskunde aan de VU. Vanaf 2003 bekleedde ze diverse functies binnen het openbaar bestuur.