Klaar voor de (goede) start!

DE POSITIEFE GEVOLGEN VAN EEN SOLIDE BASIS

Een gezonde basis begint in de baarmoeder. Heeft een baby een goede start, dan werken de positieve effecten lang en op veel verschillende vlakken door. Daarom in JONG: drie projecten uit onze regio’s die zo’n goede start bevorderen of de factoren die daaraan bijdragen onderzoeken.

1

Het belang van de eerste duizend dagen

In 2003 werden alle zwangere vrouwen in Amsterdam benaderd met de vraag of ze wilden meewerken aan een langlopend onderzoek naar de gezondheid van zwangeren en kinderen. Het was de start van de ABCD-studie.

Projectleider Tanja Vrijkotte: “We onderzoeken welke factoren tijdens de zwangerschap of de eerste levensjaren van invloed zijn op de lichamelijke en psychosociale gezondheid op latere leeftijd. Om de zoveel jaar doen de deelnemers mee aan lichamelijke tests en vullen ze vragenlijsten in. De vragenlijsten leggen we voor aan de ouders, maar ook aan leerkrachten. En sinds de kinderen elf of twaalf zijn, mogen ze ook zelf vragen beantwoorden.” Inmiddels zijn de kinderen vijftien of zestien jaar oud. Het is de bedoeling ze te volgen tot hun vijfentwintigste.

Duizend dagen

De ABCD-studie heeft al meerdere belangrijke resultaten opgeleverd. Veel daarvan zijn in latere onderzoeken bevestigd. Vrijkotte: “De ABCD-studie was een van de eerste studies die aantoonde hoe belangrijk de eerste duizend dagen zijn. Daar was voorheen veel minder aandacht voor. Uit ons onderzoek is bijvoorbeeld niet alleen gebleken dat angst en depressieve gevoelens tijdens de zwangerschap regelmatig voorkomen, maar ook dat dit duidelijke gevolgen heeft voor de psychosociale gezondheid van het kind. Verloskundigen hebben hier nu meer aandacht voor.”

Blijvend overgewicht

Voor roken tijdens de zwangerschap en overgewicht van de moeder geldt hetzelfde. Vrijkotte: “Kinderen van moeders met overgewicht hebben zelf ook vaker overgewicht dan klasgenoten. Dit heeft te maken met de hoge glucosewaarden en lipiden waaraan kinderen in de baarmoeder worden blootgesteld. Maar ook de leefstijl binnen het gezin speelt een duidelijke rol, zo blijkt uit ons onderzoek. Als een kindje van twee jaar te zwaar is, reageren ouders vaak laconiek. ‘Ach, dat is babyvet, dat komt vanzelf goed.’ Maar in onze studie zien we dat een deel van die kinderen op vijftienjarige leeftijd nog steeds te zwaar is. Het is dus belangrijk dat jeugdartsen ouders van jonge kinderen al motiveren tot een gezonde leefstijl om zo iets aan overgewicht te doen.”

Slaapproblemen

Dat overgewicht van de moeder op veel terreinen doorwerkt, is volgens jeugdarts Margreet Harskamp-Van Ginkel een van de meest opvallende resultaten uit de ABCD-studie. “Er is bijvoorbeeld een relatie gevonden tussen overgewicht tijdens de zwangerschap en slaapproblemen van kinderen op zevenjarige leeftijd. Hoe dit precies zit, is onderwerp voor nadere studie.” Harskamp is zelf bezig met promotieonderzoek en maakt daarbij gebruik van data uit de ABCD-studie. “Voor mijn proefschrift concentreer ik me op de vraag of er een verband is tussen het huil- en slaappatroon als baby en de slaap en groei op latere leeftijd. De ABCD-studie heeft al een omvangrijke verzameling data opgeleverd – en daar komt steeds meer bij. De grootschaligheid en de etnische diversiteit maken dit tot een heel waardevolle studie.”

WIE ZIJN ER HIER AAN HET WOORD?

Tanja Vrijkotte

Amsterdam UMC

Vrijkotte is naast projectleider ABCD-­studie universitair hoofddocent bij de afdeling sociale geneeskunde van het ­Amsterdam UMC Locatie AMC. Ze studeerde bewegingswetenschappen en promoveerde bij de afdeling biologische psychologie van de VU. Sinds 2004 is ze betrokken bij de ABCD-studie.

Margreet Harskamp-van Ginkel

Amsterdam UMC Locatie AMC

Harskamp-Van Ginkel doet als promovenda ABCD-studie onderzoek bij de afdeling sociale geneeskunde van het Amsterdam UMC Locatie AMC, onder begeleiding van onder meer Tanja Vrijkotte. Ze is arts Maatschappij & Gezondheid en werkt de helft van haar werkweek bij de jeugdgezondheidszorg in het Ouder- en Kindteam in Amsterdam Noordwest.

DE ABCD-STUDIE

Wat? Een grootschalig en langlopend onderzoek naar de gezondheid van 8.000 in Amsterdam geboren kinderen. Welke factoren tijdens de zwangerschap of de eerste levensjaren zijn van invloed op de gezondheid op latere leeftijd?

Door wie? Amsterdam UMC

Bijzonderheden? Speciale aandacht voor etnische en sociaal-economische verschillen in gezondheid.

Wanneer gestart? 2003



Belangrijkste resultaten/conclusies?

  • Goede mentale gezondheid van de moeder tijdens de zwangerschap draagt bij aan minder slaapproblemen bij kinderen / mentaal sterkere kinderen / minder druk gedrag bij kinderen.
  • Gezond gewicht van de moeder tijdens de zwangerschap geeft een kleinere kans op hoge bloeddruk en overgewicht bij kinderen.
  • Snelle groei in de babytijd is ongunstig voor de cardiometabole gezondheid. Dit komt vaker voor bij kinderen met een lage sociaal-economische en niet-westerse achtergrond.

2

Van valse start naar Kansrijke Start

Het belang van de eerste duizend dagen staat ook centraal bij het project Kansrijke Start. Dit landelijke actieprogramma van het ministerie van VWS zet zich in voor een veilige, gezonde en kansrijke start voor kinderen.

Op lokaal niveau vormen verloskundigen, huisartsen, GGD’s, sociale wijkteams, kinderartsen, gynaecologen, kraamorganisaties en de gemeente coalities om dit programma samen vorm te geven. Najat Benayad is projectleider Kansrijke Start bij de gemeente Zaanstad. Zij vertelt: “Een kind dat tijdens de eerste duizend dagen van zijn of haar leven blootstaat aan stress, rook, slechte voeding, mishandeling of andere risicofactoren, begint met een achterstand en ontwikkelt zich minder goed.”

Kwetsbare gezinnen

“Het actieprogramma richt zich daarom op ondersteuning van kwetsbare gezinnen, waar deze risicofactoren het grootst zijn. Mooi voorbeeld is het project Nu Niet Zwanger. Hierbij trainen we professionals om het gesprek aan te gaan over onderwerpen als kinderwens, anticonceptie en seksualiteit. Ook organiseren we groepsbijeenkomsten in wijken, waar we nieuwe en aanstaande ouders vertellen over het belang van een gezonde leefstijl en hechting.”

Verbinding

De gemeente vindt het belangrijk om meer verbinding te leggen tussen het medisch en het sociaal domein. Benayad: “Het is nog te vroeg om concrete resultaten van het project te benoemen, maar op dit gebied plukken we echt al heel duidelijk de vruchten. Er is meer onderling contact.” Verloskundige Nasim Yadegari beaamt dat: “Voorheen hadden we elkaar niet altijd in het vizier. Het was voor ons bijvoorbeeld niet precies duidelijk wat een sociaal wijkteam deed. Nu zien we elkaar bij bijeenkomsten en weten we beter wie wat doet. Dat maakt de drempel lager om bij elkaar aan te kloppen.”

Sociaal netwerk

“Wat ik heel belangrijk vind aan dit project, is dat wij als zorgverleners input geven aan de gemeente”, vervolgt Yadegari. “Waar maken wij ons zorgen over, waar lopen we tegenaan? Huisvesting is bijvoorbeeld een groot probleem. Soms belanden aanstaande moeders op straat en verdwijnen ze bij ons volledig uit beeld. Dat is echt zorgwekkend. We hopen dat er meer contact ontstaat tussen vrouwen en gezinnen onderling door de bijeenkomsten die we organiseren. Dat vrouwen het gevoel krijgen dat ze niet alleen staan en dat ze elkaar verder kunnen helpen. Als verloskundigen zijn we maar zo kort betrokken bij een gezin, dan is het fijn als je weet dat ze een goed sociaal netwerk hebben.”

WIE ZIJN ER HIER AAN HET WOORD?

Najat Benayad

Kansrijke Start

Benayad is projectleider Kansrijke Start en projectleider Ouder­betrokkenheid bij de gemeente Zaanstad. Voorheen werkte ze als Oudercontact­medewerker bij de Amsterdamse welzijnsorganisatie Dynamo.

Nasim Yadegari

Verloskundigenpraktijk Lavita

Yadegari is verloskundige en praktijkeigenaar bij Verloskundigenpraktijk Lavita in Zaandam. Daarnaast is ze PhD-student aan de Vrije Universiteit Amsterdam, afdeling Midwifery Science.

KANSRIJKE START

Wat? Een actieprogramma van het ministerie van VWS met als doel om meer kinderen een kansrijke start te geven.

Bijzonderheden? Focus op drie actielijnen: voor de zwangerschap, tijdens de zwangerschap en na de geboorte.

Door wie? Lokale coalities van bijvoorbeeld gemeente, GGD, verloskundigen en sociale wijkteams, kraamorganisaties, ziekenhuis en huisartsen.

Wanneer gestart? 2018

Belangrijkste doelen?

  • Kwetsbare gezinnen scherper in beeld krijgen en deze gezinnen sneller hulp bieden.
  • Meer kinderen met een kansrijke start.

3

Zorgen voor goede ouder- kindrelatie

MOC ’t Kabouterhuis heeft een speciaal team voor kinderen van nul tot twee jaar: het IMH-team. Het team bestaat uit

GZ-psychologen, een klinisch psycholoog, ambulante gezinsbegeleiders, een kinderarts en een kinder- en jeugdpsychiater.

Infant-Early Childhood Mental Health

GZ-psycholoog Marion van den Broek: “We werken vanuit de I(EC)MH-visie (Infant (Early Childhood) Mental Health, red.). Dat betekent dat we bij de behandeling van problemen niet alleen kijken naar het kind, maar ook naar de relatie tussen kind en ouder. Gezinnen worden naar ons doorverwezen door de kinderarts, de huisarts of het Ouder- en Kindteam. Het kan gaan om ouders met een baby of peuter met aanhoudende problemen rond huilen, slapen of eten. Maar er kunnen ook problemen zijn in de interactie tussen ouder en kind. Of ouders worstelen zelf met depressie of trauma, waardoor ze niet de ouder kunnen zijn die ze willen zijn.”

Hechting

Het IMH-team probeert de hulp altijd zo snel mogelijk op te starten, vooral als het om jonge baby’s gaat. Van den Broek: “Als je verwachtingen van het ouderschap anders waren en het je niet lukt om je kindje te geven wat het nodig heeft, dan kan dat negatieve gevolgen hebben voor de hechting. Hoe beter de ouder-kindrelatie, hoe beter het kind beschermd wordt tegen moeilijkheden in het leven. Het is daarom van groot belang om het traject zo snel mogelijk te starten.”

Geen simpele oplossing

Als gezinnen bij het IMH-team komen, zijn er vaak al meerdere dingen geprobeerd om de problemen op te lossen. Van den Broek: “Het eerste dat we duidelijk maken, is dan ook: als het simpel op te lossen zou zijn, zouden jullie hier niet zitten. Er is ook niet altijd een oplossing. Daarom richten we ons bijvoorbeeld op het herkennen van de signalen. Wat wil je kind van jou, wat probeert het je duidelijk te maken? Hierbij maken we gebruik van video-hometraining.”

Zelfvertrouwen

Het IMH-team is meestal zo’n negen tot twaalf maanden bij een gezin betrokken. De aanpak heeft als groot voordeel, dat ouders zich zekerder gaan voelen. “Ouders geven na afronding van het traject vaak aan dat ze meer zelfvertrouwen hebben gekregen in hun rol als ouder. Ze begrijpen signalen van hun kindje beter en kunnen de situatie makkelijker accepteren. Soms krijgen ze ook belangrijke inzichten over zichzelf, bijvoorbeeld dat het goed zou zijn om in therapie te gaan”, aldus Van den Broek.

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?

Marion van den Broek

MOC ’t Kabouterhuis

Van den Broek studeerde psychologie en deed daarna de GZ-opleiding en de opleiding tot IMH-specialist. Ze is vanaf 2005 betrokken bij het (huil)babyteam van MOC ’t Kabouterhuis, waar in 2015 het IMH-team uit is voortgekomen.

IMH-TEAM

Wat? Een speciaal multidisciplinair team dat zich richt op kinderen van nul tot twee jaar.

Bijzonderheden? Twee behandelvormen: ambulante hulp in de thuissituatie met gebruik van video-hometraining, en ouder-kindbehandeling.

Door wie? GZ-psychologen, een klinisch psycholoog, ambulante gezinsbegeleiders, een kinderarts en een kinder- & jeugd­psychiater.

Wanneer gestart? 2015 (voortgekomen uit het (huil)babyteam van ’t Kabouterhuis, dat al sinds 2005 bestaat)

Belangrijkste doelen?

  • Samen met ouders/verzorgers inzicht krijgen in wat de problemen zijn: wat speelt er, wat helpt er en wat helpt niet?
  • Ouders helpen grip te krijgen op de problemen.
  • Bevorderen van de kwaliteit van de relatie tussen het jonge kind en de ouders.
  • Vergroten van het vertrouwen in ouderschap.