HOOGSEIZOEN IN DE PLEEGZORG

Gezocht op korte termijn voor minimaal vijftig kinderen: een fijn plekje tijdens de grote vakantie. Dat is de opdracht waar de pleegzorgmedewerkers van Spirit deze zomer voor staan. Elk jaar zijn er meer aanvragen voor zomer- en vakantiepleegzorg. “Het lukt altijd wel om iedereen te plaatsen, maar wat zal ik blij zijn als we deze zomer straks ook weer goed zijn doorgekomen.”

Pleegzorgconsulente Ingrid Wakelkamp kan even niet aan de telefoon komen. Ze zit volgens de telefoniste van Spirit ‘in een crisis’. Ingrid moet een plek vinden waar een meisje en haar broertje voor langere tijd terecht kunnen als hun crisispleegouders eind augustus met het eigen gezin op vakantie gaan. Een verdieping lager hoopt Astrid Sjawalludin van het Servicepunt Pleegzorg dat het lukt om voor twee zusjes een vakantiekamp te vinden tijdens het weekje weg van hun pleegouders. En verderop in het gebouw bellen spoedhulpwerker Karen Meekhof en haar collega’s zich suf om iets te regelen voor een puber die tijdens de lange schoolvakantie beter niet bij haar ouders kan blijven. Het is een hectische tijd, zo vlak voor de zomervakantie. Vanaf mei stromen van alle kanten de aanmeldingen voor tijdelijke zomerplekken binnen.

Zoektocht naar zomerplekken

Aanvankelijk was vakantiepleegzorg bedoeld om ouders even een rustperiode te geven en hun kinderen een leuke vakantie te bieden. Gaandeweg bleek ook bij pleeggezinnen de behoefte te bestaan aan tijdelijke vakantieopvang voor hun pleegkind. “Bij- voorbeeld omdat het praktisch niet haalbaar is om het pleegkind mee te nemen: de vakantie is al geboekt, de papieren zijn niet in orde of de ouders geven geen toestemming”, legt Astrid uit. Als het om een periode van maximaal tien dagen gaat, is dat goed te regelen. Kinderen gaan dan doorgaans naar een van de pleeggezinnen die zich als vakantiepleeggezin hebben opgegeven. “De meeste kinderen vinden dat hartstikke leuk. We brengen het ook positief: ‘Jij gaat ook lekker een weekje op vakantie.’” Maar het valt Astrid op dat er tegenwoordig meer aanvragen worden gedaan voor langere perioden: twee tot vier weken. Ook dan kunnen er praktische knelpunten zijn, maar soms willen pleegouders zelf een time-out, even weer op adem komen. “Vaak gaat het dan om pleegkinderen met ingewikkelder problematiek. Dan moeten we een overbruggingsplek zien te vinden waar zo’n kind wat langer kan blijven. Dat is eigenlijk geen vakantiepleegzorg meer.” En dus moet Astrid op zoek naar een passende oplossing.

Crisispleeggezinnen zoals dat van het bovengenoemde zusje en broertje melden zich ook aan voor een vakantieplek voor hun pleegkind, volgens Ingrid. Om praktische redenen, maar “ook omdat ze die periode nodig heb- ben om weer even op te laden. Crisispleegouders hebben bewust voor kortdurende opvang gekozen. Juist in zo’n vakantie hebben ze weer tijd voor hun eigen gezin.” Dat betekent dat ook Ingrid en haar collega’s voor het hoogseizoen hard op zoek moeten naar zogenaamde vervolgplekken voor in én na de grote vakantie.

Karen merkte rond de meivakantie al dat het aantal crisisaanvragen opeens toenam: vijftien aanmeldingen in drie dagen tijd. Nu, zo rond de grote vakantie, komen er nog meer. “Ik denk dat die hausse deels komt omdat hulpverleners bang zijn een kind ‘onbeheerd’ in het eigen gezin achter te laten. Zij vrezen dat het in die lange vakantie misgaat. De meeste hulpverleners zijn dan zelf op vakantie, de school is dicht, er is geen leerkracht bij wie het kind zijn hart kan luchten en ouders en kind zitten bovenop elkaar.” Ze snapt de zorgen wel, maar vindt het jammer dat veel hulpverleners het op het laatste moment laten aankomen. Dan moet er op stel en sprong een plek gevonden worden, terwijl er best andere oplossingen denkbaar zijn. “Je krijgt niet zwart op wit van ze dat ze met het kind in hun maag zitten omdat ze er zelf niet zijn. Vaak kom ik er later achter dat het daar wel om gaat en dat er geen sprake is van een acute crisis. Spoedhulp is niet bedoeld voor dat soort situaties.” Vandaar dat Karen en haar collega’s nu stad en land aan het afbellen zijn.

Outside the box

Tot hun eigen verbazing lukt het uiteindelijk altijd wel om een plek te vinden. In eerste instantie wordt gezocht in het eigen bestand van vakantie-, crisis- of reguliere pleegouders. Soms blijkt een gezin nét die twee weken plaats te hebben, bijvoorbeeld omdat ze even zonder eigen pleegkind zitten. Of de ouders vinden het leuk er een leeftijdsgenootje voor hun (pleeg)kind bij te hebben als ze zelf toch thuis zijn of in Nederland op de camping staan. Astrid, Karen en Ingrid helpen elkaar over en weer: een ‘vakantie’-kind kan dan terecht- komen in een crisisgezin dat wel plek heeft of andersom. Ook vakantiehuizen of gezinshuizen kunnen uitkomst bieden, of een van de drie huisjes in een vakantiepark waar meerdere kinderen tegelijk één of alle vakantieweken kunnen worden opgevangen door crisispleegouders.

Vaak moet er echter verder gezocht worden omdat er niet voor iedereen meteen iets is te vinden. “Je moet soms outside the box denken”, aldus Astrid. “Daar zijn we best goed in”, vult Karen aan. Gelukkig maar, want er wordt een groot beroep gedaan op hun creatieve oplossingsvermogen. Soms hangen ze hele dagen aan de telefoon en bellen ze het hele land rond om te kijken of er buiten de regio mogelijkheden zijn. Misschien kunnen ze nog mee op vakantiekamp of aansluiten bij een dagkamp met dagelijks leuke uitjes. Opnieuw kijken of er in het netwerk van de (pleeg)ouders toch niet iemand is die het kind een tijdje kan opvangen, biedt soms ook soelaas. Dan blijkt er ineens een zus van een pleegmoeder te zijn die zelf pleegouderopvang overweegt en het nu even kan ‘uitproberen’. Een oproep in Binding, het magazine van Spirit, levert ook nog wel eens wat op. Er zijn altijd wel pleegouders die ‘ja’ antwoorden op de vraag ‘Kunt u een kind een fijne zomer bieden?’ En anders is er ook nog altijd het intranet. Zo heeft ooit een collega van Karen tijdelijk een pleegkind in haar eigen huis opgenomen. “Als je twijfelt, just do it!”, raadt zij sindsdien haar collega’s aan. “Ja, we waren gebonden aan ons huis. Ja, er liep een onbekende puber door ons huis. Ja, we stopten onze laptops en portemonnees onder ons bed en ja, we zitten nu nog die vanillevla en hagelslag op te eten. Maar het was ook hartstikke leuk om te doen en het voelde goed.”

Bloed, zweet en tranen

De zoektocht kost iedereen altijd weer heel wat bloed, zweet en tranen. Karen: “Wij zoeken nu een plek voor een meisje en we zijn allerlei instellingen buiten de regio aan het bellen. Maar het lijkt niet te gaan lukken.” ‘Hoe krijg ik al die zaken weggezet?’, vraagt ze zich soms vertwijfeld af. In de zomer heeft ze altijd ‘werklijsten’ met daarop veel moeilijke gevallen. Iets vinden voor langer dan één of anderhalve week is altijd een opgave. Volgens Astrid komt dat ook doordat probleemgedrag van het pleegkind dan vaak toch weer de kop opsteekt. Pubers zijn sowieso lastig te plaatsen. Voor crisisopvang is zes jaar eigenlijk al te oud als het om een langere plaatsing gaat. Veel pleegouders willen wel een baby of kleintje opvangen, maar liever geen ouder kind, laat staan een puber. Dubbelplaatsingen geven ook problemen: probeer maar eens ruimte te vinden voor vier kinderen uit één gezin. Zelfs twee aan twee wordt ingewikkeld, zeker als je ze graag dicht bij elkaar wilt hebben. “Het geeft veel stress”, zegt Ingrid dan ook. “Je voelt een enorme druk als je weet dat een kind aan het eind van de week ergens heen moet en je hebt nog niets. Ik zal blij zijn als we straks de zomer weer goed zijn doorgekomen.” “Het is zoeken, dat wel”, zo verwoordt Astrid de onrust rond en in de zomervakantie. Bijkomend probleem is dat in die tijd ook nog eens veel collega’s op vakantie zijn. En al komt een kind altijd wel ergens terecht, helemaal optimaal is het niet altijd. Ingrid: “Soms is er geen ideale match. Daar moet je dan toch genoegen mee nemen omdat er geen andere oplossing is. We zoeken dan naar mogelijkheden om zo veel mogelijk te ondersteunen. Bijvoorbeeld door extra begeleiding in te zetten of er een weekendgezin naast te regelen zodat ouders of pleegouders even op adem kunnen komen.” Ook als het kind bij gebrek aan een plek toch in het eigen gezin moet blijven, wordt extra ingezet op steun en begeleiding. “We zorgen er altijd voor dat het voor iedereen veilig is.”

Eerder melden

“Als ik maar geen oplossing hoef te geven”, had Karen al tegen haar collega’s gezegd, “want als ik die had gehad, had ik het natuurlijk allang gemeld.” Toch blijkt ze er wel één te hebben. “Het zou fijn zijn als hulpverleners zich ruim voor de vakantie realiseren dat er straks wellicht een opvangprobleem is. Dat ze dan al een plannetje maken om te voorkomen dat zaken op de spits gedreven worden. Dan heb je genoeg tijd om iets te vinden voor zo’n kind.” Wat voor hulpverleners als schoolmaatschappelijk werkers, ouder-kindadviseurs of medewerkers van de jeugdbescherming geldt, geldt ook voor pleegzorgwerkers. Gelukkig geven zij meestal op tijd door tot wanneer een kind in het pleeggezin kan blijven. Astrid, Ingrid en Karen kunnen dan zelf iets relaxter hun eigen vakantie ingaan. Totdat zich opeens toch weer een noodgeval aandient …

 

WIE ZIJN HIER AAN HET WOORD?


Astrid Sjawalludin

Astrid Sjawalludin
Trainer en onderzoeker bij Servicepunt Pleegzorg

Al zo’n zeven jaar regelt Astrid gedurende de zomermaanden, en in mindere mate ten tijde van de herfst- of wintervakantie, de vakantiepleegzorg voor kinderen. Daarnaast coördineert zij de betalingen voor vakantiepleegouders.


Karen Meekhof

Karen Meekhof
Ambulante crisisaanmeldingen

Karen is jarenlang spoedhulpwerker geweest. Sinds het afgelopen jaar is ze voornamelijk verantwoordelijk voor de ambulante crisisaanmeldingen. Dat betekent dat de aanmeldingen bij haar binnenkomen en zij die dan ‘uitdeelt’ aan de spoedhulpwerkers. Zij zorgen er vervolgens voor dat er een traject in gang gezet wordt rond het gezin.


Ingrid Wakelkamp

Ingrid Wakelkamp
Consulente pleegzorg

Samen met haar vier collega’s zoekt Ingrid naar matches tussen pleegkind en pleegouders. Ingrid heeft regio Amsterdam-Oost en regio Amsterdam Zuid-Oost onder haar hoede.

 

(Tekst: Anne Elzinga)