Achtergrond: Het kinderbrein

De ‘Universiteit van Vlaanderen’ is een Belgisch televisieprogramma dat met minicolleges wetenschap bereikbaar maakt voor een groot publiek. In een aflevering die in november 2020 werd uitgezonden, legt kinderpsychiater prof. dr. Peter Adriaenssens uit hoe ingrijpend het effect van kindermishandeling is op de vorming van het jonge brein. Hij biedt daarmee erkenning aan slachtoffers die vaak nog jarenlang psychosomatische klachten ondervinden.

Kindermishandeling verwoest het jonge brein

Kindermishandeling leidt tot psychotrauma, benoemt Adriaenssens al direct aan het begin. Het veroorzaakt intense angst en langdurige stress. Neuro­wetenschappers hebben door middel van onderzoek vastgesteld dat het brein van mishandelde kinderen op drie niveaus neurobiologische schade ondervindt. Dit vertaalt zich in aantasting van de hersenstructuur, ontregeling van de stresshuishouding en beschadiging van het emotionele geheugen. Het neurale netwerk is als gevolg van een continue, toxische stroom van stresshormonen ‘verarmd’. Deze kinderen ontwikkelen niet alleen minder noodzakelijke vaardigheden, maar raken ze ook nog eens kwijt.

Gebrekkige herinneringen
Peter Adriaenssens toont foto’s van dwarsdoorsnedes van de hersenen van een persoon met PTSS. Duidelijk zichtbaar is een zwarte schil eromheen, volgens hem een teken van het verlies van hersencellen. De hippocampus, die een belangrijke rol speelt bij de opslag van informatie in het geheugen, functioneert niet meer naar behoren. Dit verklaart waarom slachtoffers gebrekkige en vaak ook tegenstrijdige herinneringen aan mishandeling en misbruik hebben. En dan is er nog de amygdala. Dit deel van de hersenen, dat onze emoties reguleert en helpt onszelf in veiligheid te brengen, raakt als gevolg van continue verhoogde spanning hyperactief. Het alarmsysteem staat in feite altijd aan, wat de levenskwaliteit, ook nog jaren nadat het geweld is gestopt, negatief beïnvloedt met slaap- en concentratiestoornissen.

Omkeerbare effecten
Tot slot haalt Adriaenssens de epi-genetica aan, de wetenschap die de invloed van omstandigheden op ons erfelijk materiaal bestudeert. Er zijn concrete aanwijzingen dat stress, gebonden aan traumatische ervaringen, overgedragen kan worden op volgende generaties. Juist als de kijker overmand dreigt te raken door al deze somber stemmende feiten, geeft de kinderpsychiater aan dat veel beschadigingen gelukkig nog omkeerbaar zijn. Onze hersenen zijn plastisch, waardoor met de juiste behandeling zelfs een hyperactieve amygdala opnieuw kan worden geconditioneerd. Zo hoeft kindermishandeling volgens Adriaenssens geen lot te zijn dat slachtoffers de rest van hun leven achtervolgt.

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?

Prof. dr. Peter Adriaenssens
Kinder- en jeugdpsychiater

Adriaenssens is een Vlaamse kinder- en jeugdpsychiater. Hij is deeltijds hoofddocent aan de Katholieke Universiteit Leuven en was directeur van het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Vlaams-Brabant. Hij schreef meerdere werken over de opvoeding van kinderen.

Onderzoek & Geweldprofielen

Wat is er nodig om gezinsgeweld te stoppen?

In november 2020 publiceerde het Verwey-Jonker Instituut (VJI) het onderzoeksrapport ‘Kwestie van lange adem: kan partnergeweld en kindermishandeling echt stoppen?’. Het levert belangrijke inzichten voor het handelingsperspectief van hulpverleners, instanties en beleidsmakers.

In opdracht van Augeo Foundation, het ministerie van VWS en de dertien Veilig Thuisregio’s, volgden de onderzoekers gezinnen vanaf het moment van melding bij Veilig Thuis. 571 gezinnen (ouders en kinderen), vulden drie vragenlijsten in. Uit diepte-interviews met 74 gezinnen kwam naar voren wat echt werkt in de hulpverlening. De rapportage strekt zich uit over zeven thema’s: gezamenlijke visie op (on)veiligheid, integrale systemische werkwijze, veiligheid als verantwoordelijkheid van iedereen, gewenste specialistische kennis, samenwerking, maatwerk en voldoende hulpaanbod.

De belangrijkste aanbevelingen op een rij:

● Zowel bij lichte als complexe veiligheidsproblemen is veiligheid het eerste waarvoor je moet zorgen, met heel concrete afspraken. Daarna is herstelgerichte zorg nodig voor het bereiken van stabiele veiligheid. De aandacht voor de (on)veiligheid in het gezin moet zo lang mogelijk worden vastgehouden.

● Geweld binnen gezinnen is niet los te zien van een opeenstapeling van problemen waarmee zij vrijwel zonder uitzondering kampen. Hulp moet dan ook gericht zijn op alle onderliggende risicofactoren die het geweld mogelijk in stand houden. Dit vraagt om multidisciplinaire en systemische samenwerking.

● Alle professionals dragen verantwoordelijkheid voor de veiligheid in een gezin. Doorschuiven van (leden van) gezinnen of huishoudens naar een volgende schakel in de keten is niet goed. Een netwerk van betrokken professionals draagt wezenlijk bij aan het vergroten van veiligheid.

● Professionals met diepgaande kennis over achtergronden en gevolgen van huiselijk geweld, kunnen de geweldsdynamiek en onderliggende risicofactoren beter herkennen. Zet daarom in op de bevordering van die deskundigheid en koppel specialisten aan lokale (wijk)teams.

● Complexe gezinsproblematiek vraagt om een goede afstemming tussen de betrokken professionals op casusniveau. Maak gezamenlijk een plan met aandacht voor alle gezinsleden en alle levensgebieden. Daarbij moet voor iedereen duidelijk zijn bij wie de casusregie ligt.

● Uit het onderzoek komen vijf geweldprofielen naar voren:

1) intieme terreur, (2) gezin in stress, (3) langdurige zorg, (4) kind: gedrag en opvoed­stress en (5) complexe conflict­schei­dingen.

Een lange adem

De resultaten van dit cohortonderzoek zijn positiever dan van de eerste cohortstudie uit 2009-2012. Toch blijkt dat anderhalf jaar na melding en inzet van hulpverlening nog steeds in ruim de helft van de gezinnen sprake is van veelvuldige of ernstige kindermishandeling of partnergeweld. De tweede cohortstudie laat zien dat partnergeweld en kindermishandeling geen geïsoleerde, een-malige gebeurtenissen zijn. Het is eerder een slepend proces dat lang voortduurt. Geweld in gezinnen is moeilijk aan te pakken en verdwijnt niet vanzelf.

Profielen achter het geweld

Er zijn bepaalde geweldspatronen of profielen van geweld te herkennen. Deze profielen sluiten elkaar niet uit en kunnen in de praktijk in elkaar overlopen. Ze geven een herkenbaar beeld. Dit helpt bij het begrijpen wat er speelt. In elk profiel staat andere problematiek op de voorgrond.

1. Intieme terreur
Hier is sprake van een machtsverschil tussen de partners. Eén partner, meestal de man, oefent dwang en controle uit op zijn partner. Door haar vrijheid te beperken, haar te isoleren en door het gebruik van, vaak ernstig, geweld, ook seksueel. Het slachtoffer en de kinderen voelen zich continu bedreigd en onveilig.

2. Gezin in de stress
Hier staat centraal dat er een hoge mate van stress is door een opeenstapeling van factoren. Dit leidt herhaaldelijk tot conflicten waarbij het (ernstige) geweld ook van twee kanten kan komen. Regelmatig gaat dit samen met alcoholmisbruik bij een van de partners. De kinderen kunnen slachtoffer zijn en getuige.

3. Langdurige zorg
Op de voorgrond staat dat één (of beide) partners vanwege een beperking of psychische problemen langdurige zorg nodig heeft. In deze gezinnen kan ook geweld tussen partners een rol spelen. Daarnaast is er door de problematiek van ouders vaak een onveilige opvoed­situatie voor de kinderen en komt verwaarlozing vaak voor.

4. Kindgedrag en opvoedstress
Hier gaat het vooral om kindgedrag en opvoedstress. De (ernstige) gedragsproblemen van kinderen kunnen een reactie zijn op het geweld in huis of komen voort uit aangeboren problematiek. Het gedrag kan ook conflicten en geweld veroorzaken tussen beide ouders onderling, of tussen ouder en kind. Er is veel opvoedstress en onveiligheid voor de gezinsleden.

5. Complexe conflictscheidingen
Het kenmerk van dit profiel is dat de problemen vooral spelen rond de omgang na een echtscheiding. Na de scheiding is er met name psychisch geweld en een juridisch gevecht om de kinderen. Kinderen hebben last van conflicten van ouders.