OOST WEST, THUIS BEST

Leven op straat of zonder vaste verblijfplaats brengt veel stress met zich mee. Gezinnen met kinderen en jonge moeders zijn in zo’n situatie extra kwetsbaar. Hoe kunnen zij het beste geholpen worden om hun leven weer op de rit te krijgen? De zogenaamde omklapwoning van Altra en het Housing First-project in Amsterdam zijn twee succesvolle voorbeelden van hulp aan (jonge) moeders en dakloze gezinnen.

De jongste moeder die Saskia Kip als zorgbemiddelaar bij Altra ooit heeft geholpen was pas twaalf jaar oud. Maar zo extreem is het meestal niet; de meeste meiden die bij haar terechtkomen, zijn tussen de 16 en 23 jaar. Wat ze met elkaar gemeen hebben, is dat ze (te) jong moeder zijn geworden, geen vast woonadres hebben en – in bijna alle gevallen – geen fijne jeugd hebben gehad en dus een hoop ‘bagage’ met zich meedragen. Als de jonge moeders bij Altra aankloppen, zijn er drie opties: ze worden geplaatst in een gezinshuis, in een woontrainingscentrum of in een zelfstandig begeleid-wonen-project. Waar de moeder terechtkomt, is afhankelijk van de zelfredzaamheid en zorgbehoefte van haar en haar kind(eren).

Woonvormen

“Bij een gezinshuis moet je denken aan een soort pleeggezin”, legt Saskia uit. “Daar wonen een aantal jonge moeders en hun kind(eren) samen met een echtpaar in één huis. Dat echtpaar begeleidt de moeders en wordt daarin ondersteund door een ambulante hulpverlener en een financieel begeleider. In zo’n gezinshuis wordt er heel veel samen gedaan en fungeert het begeleidende echtpaar als een voorbeeld voor de moeders. Zij leren de moeders hoe ze met hun baby of peuter om moeten gaan en hoe ze weer invulling kunnen geven aan hun leven – een dagritme opbouwen, solliciteren, een geschikte opleiding vinden.”

De moeders blijven hier meestal zo’n zes tot negen maanden wonen. Daarna kunnen ze terecht in een woontrainingscentrum. In zo’n centrum wonen twee of drie moeders met elkaar in een huis. Ze zijn in principe zelfstandig, maar krijgen nog wel ambulante hulp en de hulp van een pedagogisch medewerker. Gaat ook dat goed, dan kunnen ze terecht in een HAT-woning (Huisvesting Alleenstaanden en Tweepersoonshuishoudens). Ook daar krijgen ze nog steun van hun vaste ambulante hulpverlener en van hun financiële begeleider. Wat echt nieuw is in deze fase, is dat een eventuele partner mag komen logeren. “Ook dat samenwonen moet geoefend worden; als dat misgaat, zijn wij er tenminste nog om te helpen”, zegt Saskia, die deze fase als een generale repetitie beschouwt.

Werken aan jezelf

Het komt volgens haar geregeld voor dat juist in deze fase de trauma’s uit het verleden naar boven komen. “Gelukkig zijn we steeds beter geworden in het doorbreken van dit soort trauma’s. EMDR is daar een heel geschikt middel voor”, zegt ze. Tegelijkertijd wordt er hard gewerkt aan de hechtingsproblematiek waar de meeste meiden mee te maken hebben. “Daardoor verlaten de moeders veel minder belast het huis – met alle gunstige gevolgen die dat weer heeft voor hun kinderen.” Heeft de jonge moeder ook deze fase goed doorstaan, dan kan Altra de jonge moeder voordragen aan de uitstroomtafel van de Maatschappelijke Opvang. Als de jonge moeder aan alle eisen voldoet, komt ze in aanmerking voor een zogenaamde omklapwoning. “Dan huren we het huis op onze naam en als alles goed is, wordt het contract na enige tijd omgezet op naam van de jonge moeder.” En dan zit het werk van zorgbemiddelaar Saskia erop.

Housing First

Ook bij het Housing First-project staat zelfstandig wonen voorop. Het project startte tien jaar geleden met hulp aan alleenstaande dakloze mannen. Dat was zo’n succes dat vorig jaar besloten is om ook dakloze gezinnen bij het project te betrekken. Er startte als onderdeel van het programma ‘Huisvesting kwetsbare groepen’ een pilot met 25 gezinnen in de Maatschappelijke Opvang, waarvan er elf door het Leger des Heils worden begeleid. Het idee is om hen zo snel mogelijk aan een eigen huis te helpen, zodat veel stress die komt kijken bij het leven in een opvanghuis voorkomen wordt. Het gezin kan zo veel meer openstaan voor woon- en opvoedondersteuning, zo is de gedachte.

Toename

Vorig jaar klopten zo’n driehonderd dakloze Amsterdamse gezinnen aan bij een of andere vorm van noodopvang, een stijging van 33 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Het is bijna niet voor te stellen: een gezin met vier kinderen dat geen vaste plek heeft om te wonen. Dat soms in een auto slaapt, soms tijdelijk bij een vriendin en soms een nacht in een opvanghotel – zonder keuken. Toch zien twee van de elf gezinnen in het in 2016 opgestarte Housing First-project er zo uit. En volgens Hannah van Pijkeren, leidinggevende bij het Leger des Heils en teamleider bij ‘10 voor toekomst’, staan dit soort dakloze gezinnen minder ver van ons af dan we denken. “Het zijn vaak mensen die heel veel pech hebben gehad. Iemand wiens bedrijf plotseling failliet is gegaan bijvoorbeeld. Of van wie het koophuis opeens onder water is komen te staan. In dat soort gevallen kan het hard gaan.”

Voor deze gezinnen kan Housing First een uitkomst zijn. In dit project werken de gemeente Amsterdam, HVO-Querido, Altra en Het Leger des Heils samen om dakloze gezinnen een vaste woonplek te bieden. Praktisch gezien komt het er op neer dat het Leger des Heils (net als Altra) een omklapwoning huurt van een Amsterdamse woningbouwvereniging. De gemeente Amsterdam heeft met alle woningbouwcorporaties afgesproken om een bepaald percentage van haar huizen beschikbaar te stellen aan diverse kwetsbare groepen, waaronder gezinnen, jonge volwassenen in de MO, multiprobleemgezinnen, sociaal medisch urgenten en statushouders. Als na twee jaar blijkt dat de Housing First-gezinnen goed functioneren – ze betalen de huur op tijd, veroorzaken geen overlast en er zijn geen zorgen over de opvoeding – dan komt het huis op naam van het gezin te staan. Gedurende die proefperiode van twee jaar worden de gezinnen intensief begeleid. Dat gebeurt door zowel een woonbegeleider als een opvoedondersteuner.

Sonja Steman is werkzaam bij het Leger des Heils en als begeleider van deze gezinscoaches betrokken bij Housing First. “De woonbegeleider is een soort sparringpartner voor ouders”, legt ze uit. “Hij of zij kan helpen met de administratie, weet waar je op zoek kunt gaan naar werk, wat je moet doen als je een opleiding wilt volgen etcetera. De opvoedondersteuner denkt juist meer mee over kind- en opvoedvragen, zoals bijvoorbeeld huisregels, het stimuleren van de ontwikkeling van een kind en positief opvoeden. En ze geeft advies: hoe leer je een kind bijvoorbeeld weer alleen spelen na alle nare dingen die het heeft meegemaakt?” Het is precies het grote belang van dit soort ondersteuning dat ervoor heeft gezorgd dat het Housing First-project is opgestart. “Pas als je een eigen vaste plek hebt, kun je jezelf echt openstellen voor adviezen”, zegt Sonja. “Dat gaat niet als je in een opvanghotel zit. Dan heb je veel te veel stress aan je hoofd.”

“Natuurlijk zijn er ook andere plekken waar gezinnen terecht kunnen en waar ze stap voor stap leren om weer zelfstandig te gaan wonen”, vult Hannah aan. Dat werkt in sommige gevallen ook goed. “Maar”, voegt ze eraan toe, “het hebben van een eigen huis geeft wel een flinke boost aan het herstel.” Hannah en Sonja vinden dat wel begrijpelijk. Mensen moeten in een opvanghuis steeds weer bewijzen dat ze een stapje zelfstandiger kunnen zijn. Die verplichting werkt volgens hen stigmatiserend. Het geeft mensen soms het gevoel dat ze bij ‘de mislukten’ horen. En dat draagt niet bij aan het zelfvertrouwen – sterker nog: het werkt die onzelfstandigheid soms juist verder in de hand. “Ik denk dat we anders moeten gaan denken”, zegt Sonja. “We moeten minder bang zijn, mensen méér vertrouwen geven en er voor ze zijn als ze je nodig hebben.”

Tot nu toe wonen alle elf gezinnen die meedoen aan het Housing First-programma nog in het huis dat zij via Het Leger des Heils huren. In december 2018 lopen de eerste contracten af en dan wordt duidelijk of de gezinnen er kunnen blijven wonen.

WIE ZIJN HIER AAN HET WOORD?


Saskia Kip

Saskia Kip
Zorgbemiddelaar en traject­regisseur Jonge Moeders bij Altra

Saskia Kip werkte tot 2000 bij Bureau Jeugdzorg. Sinds 2000 heeft ze verschillende banen gehad bij Altra. Eerst was ze ambulant hulpverlener en later kreeg ze de relatief nieuwe functie van zorgbemiddelaar en trajectregisseur. Als zorgbemiddelaar streeft ze ernaar dat de jonge moeder een zo passend mogelijk hulpaanbod krijgt voor zichzelf en haar kind, waardoor negatieve patronen kunnen worden doorbroken en ballast uit het verleden kan worden verlicht. Het ultieme doel is een optimale ontwikkeling van het kindje en een zelfredzame moeder.

Hannah van Pijkeren

Hannah van Pijkeren
Teamleider bij ’10’ voor Toekomst van het Leger des Heils

Hannah van Pijkeren werkte tot 2013 als maatschappelijk werker bij PuurZuid en bij de 24-uurs opvang Noorderburgh van het Leger des Heils. Tot 2017 was ze hier teamleider. Hannah werkt sinds 2017 als teamleider bij ‘10’ voor Toekomst van het Leger des Heils. Als teamleider probeert ze een zo prettig mogelijk werkklimaat te scheppen voor de medewerkers. Dat is volgens haar een voorwaarde om gezinnen goed te kunnen helpen op weg naar herstel en zelfredzaamheid.

Sonja Steman

Sonja Steman
Sociaal pedagogische hulpverlening

Sonja Steman werkte als persoonlijk begeleider en sociotherapeut bij GGz Centraal, bij Vrouwenopvang Rotterdam en bij De Triangel, een behandelsetting voor gezinnen. Ze werkt sinds 2012 bij het Leger des Heils. Eerst als gezinscoach en sinds 2016 als werkbegeleider bij de afdeling ’10’ voor Toekomst. Door goed mee te denken met de coaches hoopt zij ze te helpen om het beste in ouders naar boven te halen en daarmee ook het beste in de kinderen.