“ZULLEN WE BIJ JOU THUIS SPELEN?”

Steeds weer verhuizen naar een tijdelijk onderkomen. Geen eigen plek hebben om je even terug te trekken. Nooit eens een vriendje mee naar huis kunnen nemen. Voor een kind is er weinig zo ingrijpend als dakloos zijn, vooral als er ook nog eens allerlei nare gebeurtenissen aan vooraf zijn gegaan. Hoe help je zo’n ontheemd kind als hulpverlener?

Nederlandse gemeenten zetten zich extra hard in voor gezinnen met kinderen die in de problemen komen. Onderdak is een van de primaire levensbehoeften en daarom is het beleid : geen kind op straat. Meestal lukt het om tijdelijke woonruimte te regelen voor gezinnen die dakloos dreigen te worden. Gezinnen die geen netwerk hebben en voor wie geen andere oplossing beschikbaar is, belanden in de vrouwenopvang of maatschappelijke opvang. Op dat moment heeft een kind meestal al het nodige meegemaakt: mishandeling, verwaarlozing, honger, bedreiging of geweld tussen de ouders. Het is dan ook geen wonder dat veel dakloze kinderen problemen ervaren die hun ontwikkeling belemmeren. En die problemen werken lang door. Volwassenen die als kind traumatische gebeurtenissen hebben meegemaakt, zijn vaker ziek en hebben meer kans op sociale problemen of psychische stoornissen.

Niet los te zien

Katinka Knook werkt als gedragswetenschapper bij Altra. Zij begeleidt dakloze ouders (vaak moeders) met jonge kinderen, die worden opgevangen door HVO-Querido. “Eigenlijk kunnen we niet precies zeggen wat dakloosheid doet met een kind. Je kunt het gebrek aan een vaste verblijfplaats immers niet los zien van de problemen die daaraan vooraf zijn gegaan. Voor sommige kinderen kan het wonen in de opvang een rustpunt betekenen, omdat het een einde maakt aan een onrustige of onveilige situatie. Maar andere kinderen voelen zich ontheemd.”

Niets aan de hand

Wat wel duidelijk is: alle kinderen die dakloos zijn, ervaren een bepaalde mate van stress. En elk kind reageert daar anders op, weet Katinka. “Sommige kinderen hebben woedeaanvallen, slapen slecht of hebben concentratieproblemen. Andere kinderen laten een terugval in gedrag zien, gaan zich jonger gedragen dan ze zijn. Er zijn ook kinderen aan wie je eigenlijk niet zo veel merkt. Bij die kinderen gaan bij ons als hulpverleners meteen de alarmbellen rinkelen. Zij hanteren een overlevingsstrategie om hun ouders niet tot last te zijn. En de ouders, die al genoeg op hun bordje hebben, vinden het alleen maar fijn dat het goed gaat met hun kind. Maar dat is natuurlijk maar schijn. Ze hebben wel degelijk hulp nodig om te verwerken wat ze hebben meegemaakt.”

Uitleg en perspectief

Alleen als kinderen zich veilig voelen en weer wat rust en structuur in hun dagelijkse leven ervaren, kan er een begin worden gemaakt met het reguleren van stress en het verwerken van ingrijpende gebeurtenissen. Kinderen in de opvang zijn onder andere gebaat bij gehechtheidsinterventie en traumabehandeling. De ouders worden hier nauw bij betrokken; het is belangrijk dat zij weten wat de situatie doet met hun kind. Of het uitmaakt of je als baby, als kleuter of als tiener op straat komt te staan, is eigenlijk nooit onderzocht. Katinka: “Wat we wel weten, is dat hoe langer een kind in een dergelijke situatie zit, hoe groter de impact is. En verder hangt er veel af van hoe ouder(s) en hulpverleners met de problemen omgaan. Het is heel belangrijk dat je uitleg, hulp en perspectief krijgt aangeboden.”


VERDER LEZEN?

Download het boekje Veilige Toekomst. Doen wat nodig is voor kinderen in de opvang. Over het belang om moeder en kind niet uit het oog te verliezen nadat ze de opvang verlaten, lees je meer op de site van de Rijksoverheid. 


TIPS & TRICKS – HOE HELP JE EEN KIND ZONDER DAK BOVEN HET HOOFD?

  1. Zet samen met de ouder(s) voor het kind duidelijk op een rijtje wat er gebeurd is: deze problemen waren er, het was niet jouw schuld en – heel belangrijk! – het komt weer goed.
  2. Vraag niet alleen aan het kind hoe het gaat, maar observeer het kind ook in het contact met de ouder. Dit is vooral van belang bij kinderen aan wie je weinig merkt. Is er oprecht en liefdevol contact of doet het kind z’n best om zijn ouder(s) niet tot last te zijn?
  3. Een goed perspectief is heel belangrijk. Als jeugdzorgaanbieder heb je natuurlijk geen woning klaar, dus werk hierin samen met andere organisaties.

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Veilige Toekomst. Doen wat nodig is voor kinderen in de opvang. Werkgroep Veilige Toekomst, Stichting Kinderpostzegels Nederland, Federatie Opvang, 2015.

Meer dan bed, bad, broodje pindakaas: Profiel, gezondheid, welzijn en begeleiding van kinderen in de vrouwenopvang en de maatschappelijke opvang, S. Brilleslijper-Kater et al., 2010.

(Tekst: Frieda Zieleman
Illustratie: Grootzus)