DE KRACHT VAN OUDER- EN KINDTEAMS

OPVOED- EN OPGROEIONDERSTEUNING & ONDERWIJS SAMEN

Bij de wijziging van het jeugdstelsel in 2015 bundelden in Amsterdam twintig organisaties op het gebied van jeugdhulp en welzijn hun krachten. Het resultaat: tweeëntwintig Ouder- en Kindteams, die onder meer bestaan uit jeugdartsen en -psychologen en die aan iedere Amsterdamse school een ouder- en kindadviseur koppelden. De samenwerking tussen school en adviseur is vooral veel maat- en zoekwerk.

Joyce Molenaar werkt als ouder- en kindadviseur (Oka) op het Ir. Lely Lyceum. Ze heeft er haar eigen kantoor en is er een gewaardeerd lid van het schoolzorgteam. Hoewel Molenaar, net als iedere Oka, niet in dienst is van de school waaraan zij gekoppeld is, voelt zij zich volledig onderdeel van ‘haar’ school. Wat maakt dat Molenaar zich zo verbonden voelt met haar school en er zulke goede resultaten boekt? Natuurlijk helpt het dat zij en haar collega’s uit het team beschikking kregen over een eigen kantoor – dat zij uitnodigend huiselijk inrichtten met een lekkere zitbank en een tafel met mandalakleurplaten. Maar wat vooral werkt, is dat zij er als onafhankelijke Oka’s zeer gewaardeerde leden van het zorgteam zijn.

Verschillende visies
Molenaar legt uit: “Mijn collega en ik zijn gezellige, sociale ‘mensenmensen’ die makkelijk communiceren en connecties aangaan. We hebben de afgelopen twee jaar ook echt geïnvesteerd in deze goede samenwerking en eens per twee weken houden we zorgoverleg. Het gezamenlijke doel is er één: het welzijn van de leerlingen. In het zorgteam zitten de zorgcoördinator, een begeleider passend onderwijs van Altra en drie leerlingbegeleiders die tevens docent zijn. Dat is heel waardevol, want zij hebben natuurlijk weer een heel andere visie dan hulpverleners. Waar de school vooral de resultaten in het vizier heeft, richt de Oka zich vooral op de persoonlijke ontwikkeling en problematiek van kinderen en ouders. Wij zien tijdens een 1-op-1-gesprek meestal een rustig serieus kind, terwijl docenten ook het gedrag van het kind in de klas zien. Daarin praten we elkaar regelmatig bij, overigens nooit zonder toestemming van ouders.”

Hoofd gestoten
“Het komt ook voor dat de schoolvertrouwenspersoon bij ons advies inwint”, aldus Molenaar. “Wij hebben als Oka’s immers een brede kennis van het hulpverlenersveld, de mogelijkheden en de instanties en kregen al vaak terug hoe nuttig dat is. Maar ver uit de meeste aanmeldingen krijgen we van de zorgcoördinator. Wanneer er in de klas bij een kind signalen zijn die niet schoolgerelateerd lijken, brengt de zorgcoördinator anoniem de casus bij ons in met de vraag ‘kunnen jullie hier iets mee?’ In het begin stootte ik nog wel eens mijn hoofd: dan benaderde ik ouders met het verhaal van school, waarop sommige ouders of leerlingen aangaven zich hierin niet te herkennen, waar ik vervolgens niet adequaat op kon reageren omdat het het verhaal van de school was. Daarom is mijn voorwaarde nu dat ik het eerste gesprek sámen met school en ouders aanga om misverstanden te voorkomen. Het gebeurt ook dat leerlingen ons zelf weten te vinden. Leerlingen horen van andere leerlingen over ons en melden zich uit zichzelf aan. De drempel is laag en iedereen is welkom.

Hulpverlenerssyndroom
Ook ouders weten uit zichzelf de Oka’s te vinden. Molenaar: “Wat ons veilig en laagdrempelig maakt voor ouders is het feit dat wij zwijgplicht hebben naar school wanneer ouders hierom vragen. Dus, zelfs al verwijst school de ouders en kinderen naar mij, ik ben niet verplicht te rapporteren aan school. En het komt geregeld voor dat ouders mij van alles vertellen over de thuissituatie met de wens dat school hier absoluut niets van te weten komt.” Wat Molenaar veel ziet is dat ouders te beschermend zijn naar hun tieners. Ze hebben moeite met loslaten en vrijheid geven, wat zo nodig is voor kinderen om zelfstandig te worden en te groeien. Molenaar: “Alles voor een ander op willen lossen, ken ik zelf ook maar al te goed. Dat is het zogenaamde hulpverlenerssyndroom dat altijd op de loer ligt. Ik moet mezelf soms dwingen om niet snel even dat telefoontje voor een tiener te plegen, maar er naast te gaan zitten en het kind zelf te laten bellen. Hulptroepen inschakelen en problemen teruggeven is in het algemeen belangrijk hier op school, want als ik dat niet doe heb ik straks 800 jongeren op de stoep staan. De schoolmentoren kunnen zelf veel doen en ik heb door mijn vorige functies bij Spirit een brede kennis van de sociale kaart van Amsterdam. Er bestaan veel nuttige projecten en fondsen die we kunnen inschakelen.”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?


Joyce Molenaar
Ouder- en kindadviseur Gaasperdam en Driemond

Molenaar werkt sinds twee jaar als ouder- en kindadviseur voor het Ouder- en Kindteam Gaasperdam & Driemond.
Zij startte haar carrière bij Spirit, waar zij vijf jaar als pedagogisch begeleider werkte op een jongensgroep in de Amsterbaken Jeugddetentie en twee jaar als trajectbegeleider voor thuis- en dakloze jongeren.

CASE 1


Van ouder- en kindadviseur Joyce Molenaar.

Verdriet en verlangen

“Recent klopte een docent bij mij aan met de vraag of ik een meisje wilde helpen dat verdriet had over haar moeder met psychische problemen. Nadat de docent het thuisfront had ingelicht, nodigden we het meisje, haar vader en haar zus bij ons aan tafel uit. Het was voor het meisje heel fijn en ontladend alleen al om op deze manier haar verhaal te kunnen doen. Sinds die keer heb ik geregeld contact met hen. Het meisje zoekt mij af en toe op. Soms spreekt ze me aan in de kantine wanneer ze weer even langs kan komen. Of ik schiet haar aan bij een rondje door de school. Ik probeer haar ook bewust te maken van haar verlangen naar aandacht en de kwetsbaarheid die dat voor haar met zich meebrengt, bijvoorbeeld met jongens. Ze weet mij altijd te vinden en dat is het bewijs van de kracht van onze laagdrempeligheid.”

CASE 2


Van ouder- en kindadviseur Joyce Molenaar.

Te weinig uitdaging

“Een tijdje heb ik nauw contact onderhouden met een meisje van achttien dat absoluut niet wilde dat haar ouders van ons contact afwisten. Dat meisje (een heel intelligente vwo-leerling) voelde zich thuis onbegrepen en onderuitgedaagd wat betreft haar intellect. Ze werd klein gehouden terwijl ze zo’n behoefte had de wereld te verkennen. Na school moest zij direct naar huis, ze mocht geen bijbaantje en haar moeder belde haar voortdurend om te vragen waar zij was. ‘Ik word geremd in mijn groei’, zei ze zelf al. En toch wilde zij hierover thuis het gesprek niet aangaan. Ze wilde ook niet dat ik dingen voor haar oploste, ze wilde mijn oordeelloos oor en mijn advies, zodat zij zelf de dingen kon oplossen. Dus luisterde ik naar haar, analyseerden we samen haar verleden en gezin, keken we naar studiemogelijkheden, schreven we haar in voor een woning en maakten we een plan. Dat was haar manier om uit de situatie te komen en dat werkte. Ik ben naar haar diploma-uitreiking geweest en we hebben nog af en toe contact.”

CASE 3


Van ouder- en kindadviseur Joyce Molenaar.

Nieuwe naam, nieuw leven

“Laatst was ik op huisbezoek bij een zestienjarig meisje en haar moeder. Vader was uit beeld sinds het meisje drie was. Er speelde van alles bij dit gezin. Toevallig kwam ter sprake dat het meisje niets meer van haar vader wilde weten en ontzettend baalde dat zij toch zijn achternaam droeg. Iedere keer als zij bij haar achternaam werd genoemd, kromp zij ineen. Een naamsverandering kost achthonderd euro, moeder was niet vermogend. Toen zag ik dat het Kinderfonds niet alleen bedragen ter beschikking stelt voor kleine dingen zoals een nieuwe bril, maar ook voor naamswijzigingen. Ik schreef het fonds aan en wat denk je? Het geld werd toegezegd. Het meisje was onvoorstelbaar blij. De naamsverandering was voor haar een levensverandering. En ook haar moeder is mij eeuwig dankbaar.”

OUDER- EN KINDTEAMS: WAAROM OOK ALWEER?

Maatwerk en een brede blik

Iris Clarkson, communicatieadviseur bij de Ouder- en Kindteams Amsterdam legt uit hoe de teams ontstonden: “In januari 2015 is het jeugdstelsel gewijzigd: taken vanuit de landelijke overheid zijn naar gemeenten gegaan. In Amsterdam hebben toen ruim twintig organisaties op het gebied van jeugdhulp, opvoedondersteuning en welzijn hun krachten gebundeld en mensen geleverd voor 25 Ouder- en Kindteams – voor iedere Amsterdamse wijk één – die klaarstaan voor alle gezinnen met vragen over opgroeien, opvoeden en gezondheid. Ieder team bestaat uit jeugdartsen, jeugdpsychologen, jeugdverpleegkundigen, en ouder- en kindadviseurs. Alle medewerkers werken in de wijk én zijn verbonden aan een vaste school. De jeugdgezondheidszorg maakt deel uit van de Ouder- en Kindteams. Alle medewerkers zijn aanspreekpunt.”

Wanneer het kwartje valt, zie je echt een 1+1=3 situatie ontstaan

Anne-Marie Broeders, projectleider Onderwijs vult aan: ’Ouder- en kindadviseurs (Oka, red.) zijn niet in dienst van school. Hoe zij de samenwerking met school vormgeven, is steeds een unieke zoektocht samen met de school en is afhankelijk van de populatie en behoeften in de wijk, van de school, de kinderen en de ouders. De Oka is altijd op vaste momenten op school te vinden. Daarnaast is er ruimte voor andere invullingen, zoals een inloopkoffieochtend voor ouders, workshops op maat of ouderavonden. We willen het werk expres niet protocolleren voor heel Amsterdam, maar juist ruimte laten voor een aanbod op maat, dat past bij de verschillende behoeften van elke wijk en school. Die zoektocht naar aanbod op maat is dus nog best een uitdaging, want natuurlijk heb je soms visieverschillen. Bijvoorbeeld tussen een intern begeleider en de ouder- en kind­adviseur. Het verschil in deze twee functies is dat de laatstgenoemde in principe onafhankelijk van school naast de ouder en het kind staat en breed kijkt, dus bijvoorbeeld ook naar het gezinsdomein of wat er op straat gebeurt. Bovendien mag het best wat schuren tussen scholen en Oka’s, als we maar met elkaar in gesprek blijven. We werken hier ook hard aan, bijvoorbeeld door trainingen aan te bieden waaraan de ouder- en kindadviseur en intern begeleider van een school in duovorm deelnemen. Door als een setje deel te nemen, ontstaat erkenning en herkenning voor elkaar en ruimte voor een goede samenwerking. We hebben nu bijvoorbeeld een verdiepende training voor intern begeleiders (IB’ers) en Oka’s in duovorm over samenwerken bij signalen van onveiligheid. En dan gaat het heel erg over wie heeft welke rol en welke taak, maar ook over hoe je het gesprek met ouders op de goede manier voert.” Clarkson: “En op het moment dat het kwartje valt, wat de meerwaarde is van ieders taak, en dat iedereen hetzelfde belang nastreeft, namelijk het beste voor kinderen en ouders, dan zie je echt een 1+1=3 situatie ontstaan.”

WIE ZIJN ER HIER AAN HET WOORD?


Annemarie Broeders
Projectleider onderwijs bij Ouder- en Kindteams Amsterdam

In haar functie ondersteunt Broeders de Ouder- en Kindteams op de samenwerking met scholen.

 

Iris Clarkson
Communicatieadviseur Ouder- en Kindteams Amsterdam

Iris Clarkson werkt als communicatieadviseur bij de Ouder- en Kindteams Amsterdam vanaf de start in 2015

 

Tekst:
Manja Gruson
Illustratie: Shutterstock