Nieuwe socials, nieuwe kansen

 

Social media bieden je als jeugdprofessional de mogelijkheid om eens op een andere manier te communiceren met jongeren of collega’s. Je kunt er zelfs een nieuwe, hedendaagse vorm van hulpverlening mee bieden. Vijf inspirerende praktijkvoorbeelden laten zien hoe groot de toegevoegde waarde van socials en apps kan zijn.

1. Zelf ingrijpen bij te veel spanning

“‘020’ is een afdeling van de Bascule waar jongeren die in behandeling zijn naartoe kunnen komen als ze erg gespannen zijn of het gevoel hebben dat ze in een crisis raken. Behalve een fysieke plek waar je even kunt ontspannen en bijkomen, biedt 020 ook de mogelijkheid om te bellen, mailen of whatsappen.

De Bascule wil jongeren zelf de regie in handen geven. Als zij voelen dat hun spanning te groot wordt, nemen ze zelf het initiatief om hulp te vragen. Bij 020 ondersteunen we de jongeren bij het leren voorkomen van escalatie. Met name whatsapp heeft een heel lage drempel. Jongeren geven aan dat het fijn is dat je niet meteen hoeft te reageren, maar even kunt nadenken over je antwoord. Ook vinden ze het handig om dingen te kunnen teruglezen.

Vierentwintig uur per dag zitten er een of twee collega’s klaar om te reageren. De hulpvragen zijn heel divers. Stel, iemand heeft een conflict gehad met zijn ouders, voelt zich depressief of heeft moeite met hoge verwachtingen van school. Het is dan fijn dat je even je verhaal kunt doen tegenover iemand die niet dicht bij je staat en er geen emoties bij heeft.

Als hulpverlener ben je getraind om ook op basis van non-verbale signalen in te schatten hoe het echt met iemand gaat. Dat gaat via whatsapp natuurlijk moeilijker, in het begin voelt het net alsof je geblinddoekt bent. Maar doordat we gebruikmaken van emoji’s, kunnen we toch een goede inschatting maken. En bij twijfel vragen we altijd om ook nog even te bellen.

Er zijn ook jongeren die er nooit gebruik van maken. Als er een paar maanden geen contact is geweest, vragen we vaak even na of ze nog wel lid willen blijven. Bijna altijd is het antwoord ‘ja’. Want alleen al de wetenschap dat je ergens op kunt terugvallen, helpt.”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?


Kaya Stok
De Bascule

Stok is opgeleid als pedagoog. Sinds elf jaar werkt hij bij de Bascule als socio­­therapeut. Daarnaast is hij daar coördinator eHealth. Hij is ook betrokken bij Garage 2020, een innovatienetwerk dat zich bezighoudt met de jeugdhulp van de toekomst.

2. Online contact leggen in een veilige omgeving

“Prinsenstichting vindt het belangrijk dat jongeren met een licht-verstandelijke beperking een zo normaal mogelijk leven kunnen leiden. In de huidige maatschappij hoort daar natuurlijk bij dat je op de computer of op een tablet mag. Maar voor veel van deze jongeren is het internet onoverzichtelijk en lastig te filteren. Met ‘Ikbenonline’ bieden we ze een besloten internetomgeving, waar ze veilig informatie kunnen zoeken en contact kunnen leggen.

Per cliënt kunnen we instellen tot welke modules zij toegang krijgen. Dit is bij­voorbeeld afhankelijk van het niveau en de interesses van de jongere. Zo zit er een muziekapplicatie in en er is een module met nieuwtjes. Ook kunnen er verschillende leerobjecten worden gevolgd, bijvoorbeeld over geld, koken of schoonmaken. Alle teksten worden uitgesproken. Dus ook jongeren met een visuele beperking of degenen die niet kunnen lezen, kunnen ermee werken. Ik geef onze jongeren les over Ikbenonline. Het verschilt sterk hoe ze het oppakken, maar over het algemeen weten ze snel hun weg te vinden.

Een belangrijk onderdeel van Ikbenonline is het Vriendenboek. Jongeren kunnen andere jongeren van Prinsenstichting uitnodigen als vriend om vervolgens berichten naar elkaar te sturen. De begeleider houdt in de gaten met wie ze contact leggen en vraagt altijd even of ze diegene in het echt ook kennen. Sommige jongeren willen graag zoveel mogelijk vrienden toevoegen, maar het is niet de bedoeling dat ze ook onbekenden uitnodigen. Vaak hebben ze vroeger bij elkaar op de groep gewoond en komen ze nu via deze weg weer met elkaar in contact. Dat vinden ze hartstikke leuk. Ze kunnen elkaar op allerlei manieren berichtjes sturen, denk aan een gesproken boodschap, een videoboodschap of een e-card.

Inmiddels zijn er 250 cliënten aangesloten op Ikbenonline. Het verschilt sterk hoeveel zij er gebruik van maken, maar voor sommigen is het onderdeel geworden van hun dagelijkse routine. Het vergroot hun wereld.”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?


René Klaver
Ikbenonline

Klaver studeerde Maatschappelijk Werk en Dienstverlening. Vier jaar geleden kwam hij te werken op een woongroep van Prinsenstichting. Daar is hij nu nog steeds bij betrokken, maar sinds tweeënhalf jaar is hij het grootste deel van zijn tijd Projectleider Ikbenonline. Hij verzorgt onder andere lessen voor jongeren.

3. Inzicht in complexe scheidingssituaties

“De app ‘FamilieScan bij Scheidingen’ is ontwikkeld door Altra, in samenwerking met iHUB. De app helpt hulpverleners om een globale indruk te krijgen van een scheidingssituatie. Dit gebeurt op basis van elf factoren waarvan in de wetenschappelijke literatuur en de praktijk is vastgesteld dat ze belangrijk zijn.

Denk aan de relatie tussen de ouders, de relatie tussen de ouders en het kind, het verloop van de opvoeding en de aanwezigheid van een sociaal netwerk. De scan helpt om de juiste hulp in te zetten, met als belangrijkste doel dat kinderen zo min mogelijk schade ondervinden van de scheiding van hun ouders. In eerste instantie is de methodiek ontwikkeld voor gebruik op papier, maar een app is aantrekkelijker in gebruik en meer van deze tijd.

Bij elk onderwerp in de app kun je uit vier stellingen kiezen die aangeven hoeveel zorgen je je maakt. Na het beantwoorden krijg je een overzicht waarbij de meest zorgelijke onderwerpen bovenaan staan. Ook krijg je een overzicht met onderwerpen waar je nog naar moet vragen of die je op een andere manier moet uitzoeken. De app geeft ook suggesties over de soorten interventies die geschikt zouden kunnen zijn. Je kunt de uitkomsten aan jezelf mailen en gebruiken in het gesprek met de jongere. De app slaat geen persoonlijke gegevens op.

Bij alle vragen is het kind het vertrekpunt. Als er bijvoorbeeld zorgen zijn die te maken hebben met één ouder en niet met de andere ouder, dan is het oordeel dat er, vanuit het kind gezien, zorgen zijn over dat onderwerp. Daarmee voorkom je ook dat de app een rol gaat spelen in de eventuele strijd tussen de ouders.

We benadrukken in de app dat je als professional altijd zelf moet beoordelen wat bij de jongere past. De app geeft houvast en ideeën, maar geen dwingend advies. De kennis en kunde van de hulpverlener blijven essentieel.”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?


Olaf Goorden
Altra onderwijs en jeugdhulp

Goorden rondde de pabo af en studeerde gezinspedagogiek. Hij werkt bij Altra onderwijs en jeugdhulp als onderzoeker en interventie-ontwikkelaar. Hij was nauw betrokken bij de ontwikkeling van de Familiescan bij Scheidingen. Momenteel werkt hij onder andere aan het ontwikkelen van hulp bij scheiding op basis van virtual reality.

4. Snel antwoord op praktische vragen

“We denken vaak dat alle jongeren digitaal vaardig zijn, maar uit onderzoek blijkt dat één op de vijf dat niet is. En als je ook nog een klein netwerk hebt, kan het lastig zijn om antwoord te krijgen op alledaagse vragen. Ook een relatief kleine vraag die maar door je hoofd blijft spoken, leidt dan wellicht tot stress en grotere problemen.

‘VraagApp’ biedt antwoord op bijna alles wat ingewikkeld is in de samenleving. Er zit een netwerk van vrijwilligers klaar om via chat vragen te beantwoorden. Het gaat vooral om vragen van heel praktische aard, bijvoorbeeld over het huishouden, koken, openbaar vervoer, regels en wetten.

Sinds kort loopt er een pilot binnen de gemeente Amsterdam en De Combinatie, een samenwerkingsverband van acht Amsterdamse jongerenorganisaties om dak- en thuisloosheid van jongeren te voorkomen. De reacties op andere plekken in het land zijn heel positief, jongeren geven aan dat ze echt vooruit kunnen met de antwoorden die ze krijgen. En hulpverleners die de VraagApp structureel inzetten, merken dat ze minder tijd kwijt zijn met het beantwoorden van dit soort vragen – en dus meer tijd overhouden voor de echte hulpvragen. Sommige begeleiders staan er wel wat ambivalent tegenover. Je voelt je verantwoordelijk voor je cliënt, wilt hem of haar graag verder helpen. Het heeft dan iets tegennatuurlijks om door te verwijzen naar de VraagApp, terwijl je de vraag net zo snel zelf kunt beantwoorden. Maar jongeren die via de app antwoord hebben gekregen, hebben het gevoel dat ze dat antwoord zelf hebben gevonden. Dit is goed voor hun zelfvertrouwen en voor hun zelfredzaamheid. Op de lange termijn help je iemand op deze manier dus juist beter.

Ik ben bij veel initiatieven op het gebied van e-health betrokken geweest. Zo heb ik in 2000 bij de Kindertelefoon een chatfunctie geïntroduceerd. Als je elkaar niet kunt horen of zien, is het makkelijker om je open te stellen. Het verlaagt de drempel om hulp te vragen.”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?


Frank Schalken
Oprichter VraagApp

Schalken is een van de pioniers op het gebied van e-health in Nederland. Hij was directeur van stichting E.hulp.nl en schreef verschillende boeken over innovatie in zorg en welzijn. Hij ontwikkelde de VraagApp in samenwerking met LFB, een belangenvereniging voor en door mensen met een verstandelijke beperking.

5. Platform voor dialoog en kennisdeling

“Het ‘Transformatieprogramma Jeugd’ houdt zich bezig met vernieuwing binnen de jeugdhulp in Amsterdam en regio. De algemene ambitie is om jongeren zoveel mogelijk thuis en veilig te laten opgroeien. Er vallen negen projecten onder het programma.

We hadden al een website en een nieuwsbrief om de betrokkenen op de hoogte te houden, maar wilden daarnaast een interactiever medium inzetten. Een LinkedIn-groep is hiervoor heel geschikt. Veel professionals zitten al op LinkedIn, dus het kost hen nauwelijks moeite. We hebben bewust gekozen voor een besloten groep en voegen alleen jeugdprofessionals toe. Zo voorkom je dat bijvoorbeeld recruiters zich erin gaan mengen. In een besloten groep voelen mensen zich ook vrijer om te reageren.

De groep is nog maar twee maanden actief, dus het bereik moet nog groeien. Zelf plaatsen we twee tot drie berichten per week. Ook stellen we vragen aan de professionals en stimuleren we ze om voorbeelden te delen. Dit pakken we planmatig aan: we bekijken welke thema’s wanneer spelen en hebben op basis daarvan een contentkalender opgesteld. Het is goed om te zien dat projectleiders ook steeds meer zelf het initiatief nemen om iets te melden over hun project. Wat gaat er al goed en wat kan nog beter? Ook zien we dat er steeds meer reacties komen op de berichten. We hopen dat er uiteindelijk echte dialogen zullen ontstaan en dat professionals het platform ook gaan gebruiken om vragen te stellen of ervaringen uit te wisselen. Ook zou het mooi zijn als we de reacties kunnen gebruiken voor verdere beleidsontwikkeling. Als je ziet dat een bepaald onderwerp heel erg leeft, dan kun je daarmee verder aan de slag.

Bij een vernieuwingsprogramma als dit past communiceren via social media heel goed. We voeren ook regelmatig gesprekken over hoe de communicatie zelf nog meer kan transformeren. We willen dat de LinkedIn-groep professionals enthousiasmeert tot meedenken en meedoen en zo de vernieuwingsbeweging helpt.”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?


Eva Gijsbers
Gemeente Amsterdam

Gijsbers studeerde communicatie en pedagogiek en is nu communicatieadviseur bij de afdeling Jeugd van de gemeente Amsterdam. Ze is in die rol ook betrokken bij het Transformatieprogramma Jeugd.

MEER WETEN?
Voor meer informatie over de genoemde projecten:
prinsenstichting
debascule
vraagapp
altra.nl
zorgomregioamsterdam
LinkedIn-groep Jeugdprofessionals zijn van harte uitgenodigd om zich hiervoor aan te melden.


Tekst: Frieda Zieleman