Soms komt het kwaad de opvang binnen

In een huis met 37 jongeren met een psychiatrische achtergrond gebeurt weleens wat. Maar toch voelt iedereen zich er doorgaans veilig. Helaas is niet te voorkomen dat deze kwetsbare jongeren door criminelen van buitenaf worden misbruikt als geldezel of katvanger. Het maakt goede voorlichting en een alert team extra belangrijk.

Dylano en Mo voelen zich thuis in hun woning van HVO-Querido: “Het is hier veel huiselijker dan in de jeugdzorg. Daar voelde ik me echt een kind met slechte jeugdervaringen.” Veilig voelen ze zich er ook. Dat wil niet zeggen dat er nooit iets gebeurt. Op zich niet zo vreemd in een huis met 37 jongeren met psychische issues; dan kan er weleens wat uit de hand lopen. “Als mensen psychotisch worden, kunnen ze tekeer gaan. Soms zo erg dat we de politie erbij moeten halen”, zegt Rob Versteeg. Er wordt dan soms met meubels gesmeten of een bewoner of teamlid belaagd. Insluipers zijn er af en toe ook, zowel van buiten als van binnen. “Maar”, haast Versteeg zich daaraan toe te voegen, “het is geen schering en inslag en we hebben voldoende maatregelen genomen om de bewoners en onszelf te beschermen.” Zo zijn er op de Alexanderkade duidelijke bezoekersregelingen en rustinstructies: na tienen is het stil in het pand en zitten bewoners zoveel mogelijk op hun kamers. Bovendien is de voordeur voor buitenstaanders hermetisch afgesloten en de entree beveiligd met cameratoezicht.

Kwaad van de straat
Toch lukt het niet altijd om het kwaad van de straat buiten de deur te houden. In het verleden hadden meisjes uit het huis te maken met loverboys. Volgens Versteeg komt dat nu niet meer voor, maar ze blijven wel op hun hoede. Vorig jaar kregen twee bewoners het met elkaar aan de stok. Versteeg: “Een bewoner die zelf dealde vroeg een medebewoner het spul binnen het pand te verhandelen. Die jongen hield het geld echter voor zichzelf. Dat conflict liep toen flink uit de klauwen.”

Dealen en katvangers
Daarnaast is er een geval bekend van een jongen die harddrugs dealde bij bewoners van de Alexanderkade. “Dan zie je een langzaam uitdijende groep gebruikers ontstaan. Het duurt even voor je de kern hebt gelokaliseerd, maar tot nu toe hebben we die altijd gevonden.” Ook hebben bewoners zich nu en dan laten verleiden om als katvanger telefoonabonnementen op hun naam te laten afsluiten, zonder dat ze die telefoon zelf ooit kregen. Al deze zaken behoren tot de af en toe terugkerende – en weer de kop ingedrukte – min of meer ‘vertrouwde’ incidenten. Een tijd geleden werden staf en bewoners van de Alexanderkade echter opeens met een nieuw fenomeen geconfronteerd: het geldezel-misbruik.

Geldezels
Tot 2017 had bijna niemand in Nederland nog van geldezels gehoord. Zo worden mensen genoemd die hun bankgegevens,
zoals betaalpas, pincode en rekeningnummer, afgeven aan criminelen die op deze manier gestolen geld kunnen witwassen. Ze storten dan hun ‘vuile’ geld op een ‘schone’ rekening, halen dat er na verloop van tijd weer af en als beloning krijgt de rekeninghouder een geldbedrag. Vooral kwetsbare jongeren worden voor dit soort witwaspraktijken geronseld. En dus vormen de bewoners van de Alexanderkade een geliefde prooi.

Ronselaars
“Ze worden geronseld door een organisatie van buitenaf. Van die grote jongens met flashy auto’s en scooters, die weten dat hier beïnvloedbare jonge mensen wonen. Ze hangen buiten rond, spreken de bewoners aan, beetje gezellig doen, meenemen naar de kroeg, en dan iets zeggen als ‘ik kan jou rijk maken. Daarvoor hoef je alleen maar te zorgen dat jongens en meisjes jou hun bankgegevens geven’. Zo’n jongen fungeert dan als tussenpersoon en zo hebben criminelen maar één middenman nodig om meer jongeren te bereiken. Die middenman zoeken ze heel zorgvuldig uit. De jongen die het bij ons overkwam was een charismatische figuur waar anderen tegenop keken. Een al te moeilijke opdracht was het niet: het is voor onze bewoners heel verleidelijk om iets extra’s te kunnen verdienen. Iedereen hier heeft geld nodig”, aldus Versteeg.

De kop opsteken
Geldezels lopen uiteindelijk allemaal tegen de lamp. Allereerst valt het Versteeg en zijn collega’s direct op als iemand ineens in dure kleren loopt. Natuurlijk vragen ze dan hoe hij daaraan komt. Slachtoffers praten er echter liever niet over. Ze schamen zich dat ze zo onnozel zijn geweest en voelen zich vernederd. Bovendien kunnen ze worden afgeperst als ze dreigen te praten. “Wij bespreken dan onze vermoedens. Blijven ze ontkennen, dan kunnen we alleen maar zeggen dat ze er wat aan moeten doen als ze met foute praktijken bezig zijn. We adviseren ze altijd om zo snel mogelijk aangifte bij de politie te doen. En we maken duidelijk dat de politie er uiteindelijk altijd achter komt. Er is een 100% pakkans.” Banken signaleren namelijk ongebruikelijke transacties. Het valt op als iemand die normaal maandelijks hooguit vijfhonderd euro te besteden heeft opeens over een paar duizend euro beschikt. Hun rekeningen worden dan geblokkeerd.

Eerste levensbehoeften
HVO-Querido zorgt ervoor dat de gedupeerden toch in hun eerste levensbehoeften kunnen voorzien. De betreffende middenman hebben ze weggestuurd. Zo’n ingrijpende sanctie is alleen mogelijk als er een juridische grond voor is, zoals een veroordeling. Af en toe steken dit soort incidenten weer eens de kop op. “Dan zie je het net als een virus weer uitbreken. Het gaat nooit om één geval, maar altijd om meerdere.” Om het zoveel mogelijk te voorkomen, onderhoudt HVO-Querido een goede relatie met politie en buurtregisseurs. Bovendien doen ze veel aan voorlichting. Zo hebben ze alle bewoners een brief gestuurd waarin duidelijk op een rij wordt gezet wat de gevolgen zijn als ze zich laten verleiden tot dealen, het optreden als katvanger of als geldezel. Gratis geld bestaat niet, is de kernboodschap. Versteeg: “Nu werkt dat. Maar je weet nooit voor hoe lang.”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?


Rob Versteeg
HVO-Querido

Versteeg werkt sinds twaalf jaar als ondersteunend begeleider bij HVO-Querido, locatie Alexanderkade en Reinwardtstraat; een woonvoorziening voor jongeren met langdurige psychiatrische problematiek. Hij is lid van de ondernemingsraad.

UIT DE PRAKTIJK


Jongeren over veiligheid

Dylano: “Natuurlijk maak je wel eens wat mee in de opvang. In de daklozenopvang ben ik een keer betrokken geweest bij een vechtpartij. Een dakloze wilde iets vragen aan een baliemedewerker. Die had geen tijd en duwde de jongen opzij. De jongen flipte, gaf de medewerker een klap in zijn gezicht, zei heel respectloze dingen. Het liep helemaal uit de hand. Er werd geslagen en met meubels gegooid. Ik ging me ermee bemoeien om de rest rustig te houden. Ik wilde hem vasthouden en met hem praten. Dat wilde hij niet. Hij greep me bij de keel. Toen flipte ik ook. Ik heb hem niet geslagen. Ik heb heel veel aan meditatie en zelfbeheersing gedaan. Ik probeer altijd kalm te blijven.”
Mo: “Ik merk niks van onveiligheid, ik doe mijn eigen ding. Ik heb wel eens meegemaakt dat iemand midden in de nacht probeerde in te breken. Dat is effe schrikken. Maar ik ben niet snel bang te krijgen. Wat ik deed? Hem confronteren. Hij vlóóg weg.”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?


Dylano
is 21 en woont in de begeleidwoonvoorziening van HVO-Querido aan de Alexanderkade. Hij zit er in de bewonerscommissie.

Mo
is 24 en bestiert met vijf andere jongeren een huis van HVO-Querido aan de Reinwardtstraat. Op de Alexanderkade is hij ook vaak te vinden: daar is hij hulpkok.

MEER WETEN?
Zie voor meer informatie over geld-ezels onder meer: www.slachtofferhulp.nl/gebeurtenissen/fraude/geldezel/. Voor meer algemene informatie over de kwetsbare positie van jongeren binnen de hoofdstedelijke drugshandel google Programma Terugdringen Drugshandel (oktober 2019) van Gemeente Amsterdam.