Pas op de plaats: vijf jaar veilig thuis

‘Veilig Thuis’, het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling, bestaat vijf jaar. Netwerkcoördinator Sarah Prins van Veilig Thuis Zaanstreek-Waterland en teammanager Rozemarijn Sluijters van Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland blikken terug én kijken vooruit.

Wat is kenmerkend aan Veilig Thuis?

Prins: “De doelgroep: van -9 maanden tot 100+ en alles daar tussenin. We richten ons op iedereen in onveiligheid in een afhankelijkheidsrelatie. Omdat we bezig zijn met het gehele (gezins-)systeem, heb je als organisatie een kleinere kans dat je iets mist. Wel zo overzichtelijk én veilig. Bovendien vereist deze brede insteek dat er met verschillende ketenpartners wordt gewerkt. Dat maakt je als professional effectiever.”

Sluijters: “Dat we zowel een advies- als meldpunt zijn én een spoeddienst voor acute HGKM-casuïstiek (huiselijk geweld en kindermishandeling, red.) hebben. Er is geen andere partij in de stad die dat heeft. Die twee dynamieken van advies en actie zijn bij Veilig Thuis nauw verbonden en tegelijkertijd ons handelsmerk. Het maakt ons een stevige partner in de samenwerkingsketen.”

Wat is in de afgelopen vijf jaar het grootste leerpunt geweest?

Prins: “Toen we in 2015 startten, waren we net een nieuw geopende Bijenkorf tijdens de Drie Dwaze Dagen. De meldingen stroomden binnen, maar er was nog geen goed overall beleid vastgesteld. Met als resultaat lange wachtlijsten. Gelukkig wordt er nu veel meer uniform gewerkt. Er zijn landelijke trainingen, zodat iedereen op dezelfde manier geschoold is. Ook zijn er afspraken gemaakt met politie over het meldingsproces. En er zijn samenwerkingsconvenanten op thema’s opgesteld met ketenpartners.”

Sluijters: “Vasthouden aan onze kerntaak én scherp blijven. Daarnaast is het functioneren als dynamische organisatie een interessant proces. We zijn binnen de regio Amsterdam-Amstelland gestart met 70 fte, inmiddels zitten we op 130. Hoe ga je daarmee om? Soms was dat best puzzelen. Gelukkig hebben we daar steeds meer onze weg in gevonden.”

Wat gaat goed in de samenwerking tussen Veilig Thuis, instellingen en gemeentes?

Prins: “De herinrichting van de werkprocessen. Er zijn betere afspraken gemaakt over de aanpak van wachtlijsten. Ook wordt er intensief samengewerkt met lokale teams. Er wordt meer in elkaars keuken gekeken. Daarnaast is er hard gewerkt aan het document ‘Werken aan Veiligheid voor lokale (wijk)teams en gemeenten’. Wat ik ook goed vind, is dat er met steeds meer verschillende organisaties wordt samengewerkt. Want het punt met huiselijk geweld is: het is een uiterst complex probleem. Niemand kan het in zijn eentje oplossen. Samenwerken is dan ook essentieel.”

Sluijters: “Goed is dat we binnen de regio met de verschillende keten­partners in verbinding staan. Sinds 2016 is er per stadsdeel in Amsterdam een vijfhoekoverleg. Hierin zitten verschillende managers van de gecertificeerde jeugdinstellingen, de raad van de lokale teams en Veilig Thuis. In deze overleggen stemmen we allerlei zaken met elkaar af. Dat kan lastig zijn, want iedere partij heeft nu eenmaal een andere rol. Maar het gaat steeds beter, we hebben heel waardevolle gesprekken. Zo komen we stap voor stap tot een meer passende veiligheidsketen.”

En wat kan beter?

Prins: “De samenwerking met de ketenpartners kan altijd strakker. We hebben nu eenmaal met verschillende organisaties te maken. Ook kunnen de lokale (wijk-)teams nog beter worden ingericht op huiselijk geweld. Daarnaast zie ik graag meer focus en actie op preventie, net als op vroegtijdige signalering. Bij veel gevallen van huiselijk geweld wordt pas aan de bel getrokken als de situatie al ontzettend dreigend is. Het ijzer smeden vóórdat het gloeiend heet is, is dan ook heel belangrijk.”

Sluijters: “Bij Veilig Thuis zijn we continu aan het bouwen, inwerken, bijschaven. Hoewel we op de goede weg zijn, kan dat soms nog een flinke kluif zijn. Want ‘de winkel’ blijft ondertussen gewoon open.

Het blijft bovendien continu snel schakelen, zeker door de hoge omloopsnelheid van meldingen en alle ontwikkelingen. Ook in de keten vallen er zeker nog wat slagen te maken. Ik denk dat het essentieel is dat iedereen nog meer over zijn eigen organisatie heen kijkt. En het grotere geheel voor ogen houdt. Huiselijk geweld en kindermishandeling vereisen een proactieve en doortastende aanpak. Die we alleen gezamenlijk kunnen bereiken.”

WIE ZIJN ER HIER AAN HET WOORD?


Sarah Prins
Veilig Thuis Zaanstreek-Waterland

Prins is sinds 2015 werkzaam bij Veilig Thuis Zaanstreek-Waterland als netwerk­coördinator. Daarvoor werkte zij meer dan tien jaar als coördinator Netwerk Huiselijk Geweld en coördinator Steunpunt Huiselijk Geweld bij GGD Zaanstreek-Waterland. Ook werkte Prins ruim negen jaar als teammanager bij (een voorganger van) Spirit Jeugdhulp.

Rozemarijn Sluijters
Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland

Sluijters is sinds september 2016 teammanager bij Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland. Daarvoor werkte zij bijna elf jaar als teamleider en coördinator bij Participe Amstelland.

OVER VEILIG THUIS


Nederland telt 26 regionale Veilig Thuisorganisaties, die verenigd zijn in het Landelijk Netwerk Veilig Thuis. De organisatie richt zich op burgers, professionals en alle direct betrokken partijen. Veilig Thuis onderzoekt bij elke melding die binnenkomt eerst de veiligheid van de leden van het gezin of huishouden. Op basis van deze veiligheidsbeoordeling wordt besloten of de melding wordt doorgestuurd naar een lokale hulpverlener. Is dat niet mogelijk? Dan gaat Veilig Thuis zelf in gesprek met het gezin of huishouden. In deze gesprekken wordt duidelijk wat er aan de hand is en wat moet gebeuren om de situatie voor iedereen weer veilig te maken. Hierbij werkt Veilig Thuis nauw samen met andere instellingen en professionals. Kijk voor meer informatie op www.veiligthuis.nl