Laagdrempelige manier om hulp te vragen

In Zaanstad heeft de Transformatie zeker veel goeds opgeleverd, maar er is nog veel te doen voordat alle gezinnen de hulp krijgen die ze nodig hebben, zegt ketenregisseur Karin Maas. “De Transformatie heeft ervoor gezorgd dat onze jeugd- en wijkteams veel meer mensen weten te bereiken.”

De nieuwe manier van werken zorgt er vooralsnog niet voor dat de vraag naar jeugdhulp minder wordt, zegt Maas. “Toen de jeugdhulp naar de gemeenten werd overgeheveld, ging dat gepaard met een afbouw in het budget en vervolgens is er nog eens bezuinigd. Dat hebben we een jaar volgehouden, maar daarna zat er een sterk stijgende lijn in de uitgaven. Dat komt deels door de zwaardere hulp die wordt geleverd, die soms ook vormen van verblijf met zich meebrengt.”

Lange trajecten

“Kinderen met beperkingen worden eerder gesignaleerd en zitten tot hun achttiende in de jeugdhulp”, vervolgt Maas. “Er is meer vraag naar ggz-hulp, mede door corona, en er lopen veel lange trajecten, waardoor de uitstroom kleiner is dan de instroom. Maar dat zijn maar stukjes van antwoorden. We zijn nog aan het uitzoeken waarom die vraag naar hulp zo stijgt.”

Concurrentie maakt zorg niet beter

De Transformatie heeft ook waardevolle leerpunten opgeleverd. “Bijvoorbeeld dat concurrentie de hulp niet beter maakt. We zijn samen verantwoordelijk voor het stelsel, maar de gezamenlijkheid is nog niet zo ver ontwikkeld als we zouden willen. Gezinnen hebben nog steeds te maken met lange wachttijden, al is de hulp die ze krijgen adequaat. Ik zou graag zien dat de focus van het geld af gaat en we ons meer kunnen richten op de inhoud, de kwaliteit en de samenwerking.”

WIE IS ER HIER AAN HET WOORD?


Karin Maas
Gemeente Zaanstad

Maas is ketenregisseur in Zaanstad. In die functie is zij de opdrachtgever van het jeugdteam in Zaanstad en zorgt ze voor afstemming tussen preventie, jeugdteam en specialistische jeugdhulp.

Wat is het beste dat je van de Transformatie hebt geleerd?

“We hebben een laagdrempelige manier gevonden waarmee mensen om hulp kunnen vragen. De dienstverlening is daardoor veel beter dan vroeger. Door de inrichting van de wijk- en jeugdteams kijken we met een bredere blik en kunnen we complexere problemen aan.”