Niet los van elkaar maar samen

HOOFD- EN ONDERAANNEMERS IN DE PRAKTIJK

Een nieuw jaar, een nieuw begin: sinds 1 januari is de jeugdzorg in de regio Amstel en Zaan vernieuwd. Om de verschillende vormen van hulp aan gezinnen beter op elkaar af te stemmen, wordt vanaf nu gewerkt met hoofd- en onderaannemers. Hoe gaat dat in de praktijk? Muriel Bos van de Bascule en Theo Schut van Spirit hebben daar al ervaring mee.

Muriel: “Bij de Bascule werken we al heel lang samen met verschillende partijen. Twee jaar geleden zijn de Bascule en Spirit met elkaar om tafel gegaan om alvast zoveel mogelijk afspraken te maken. Een jaar geleden hebben we een overeenkomst opgesteld en dat heeft erg geholpen bij de gedachtenvorming over het hoofd- en onderaannemerschap. Spirit en de Bascule opereren in segment C en hebben daarom ook te maken met andere onderaannemers. Dan is het belangrijk om op tijd te beginnen en hier de nodige aandacht aan te besteden.”

Theo: “We weten dat we elkaars expertise nodig hebben, omdat we al zo lang met elkaar samenwerken. Zelfs tégen de toen geldende financieringsafspraken in hebben we al zoveel mogelijk geprobeerd te integreren. Dat kunnen we nu verder uitbouwen, in allerlei wederzijdse varianten. Het is niet zozeer dat de één onder het ‘juk’ van de ander werkt: hoofd- en onderaannemerschap zullen elkaar afwisselen. Voor specifieke doelgroepen, zoals bijvoorbeeld kinderen in de pleegzorg, kopen we zorg structureel bij elkaar in. En voor individuele cliënten kijken we per keer wie het beste hoofd- of onderaannemer kan zijn. Het is een logische voortzetting en intensivering van wat we al jaren deden, maar nu handiger.”

Vliegende Brigade

Theo noemt als voorbeeld de ‘Vliegende Brigade’, waar Spirit al zo’n vier jaar mee werkt. “De Vliegende Brigade is een team van zowel de Bascule als Lijn5, dat door gezinshuizen en andere residentiële teams van Spirit naar behoefte kan worden ingeschakeld voor consultatie en advies, diagnostiek en behandeling. Dat werkt heel praktisch en laagdrempelig en daar zijn we erg tevreden over. Met de gemeente hebben we vorig jaar al afgesproken dat wij de kosten voor de Vliegende Brigade in onze tarieven konden opnemen en we hen dus al als onderaannemer konden inhuren.” Vanaf nu zullen dit soort vormen van gecombineerde zorg voor veel meer cliënten bereik- baar worden, verwacht Muriel. “De financiering was tot nu toe wel heel belemmerend om goed aan te sluiten bij wat partijen wil- den. In de nieuwe opzet worden we gedwongen om deze manier van werken voor alle cliënten door te spreken en voor ieder kind een integraal plan te maken.”

Gezin voorop

“De begrippen ‘hoofd- en onderaannemer’ geven de indruk dat de hoofdaannemer altijd het voortouw neemt, maar dat hoeft in de praktijk niet zo te zijn”, zegt Muriel. “De hoofdaannemer is verantwoordelijk voor het resultaat. Maar het kan zijn dat de onderaannemer vaker in het gezin komt en op een gegeven moment signaleert dat er iets anders nodig is. Door dit met de hoofdaannemer te bespreken, zorgen we er gezamenlijk voor dat de beste zorg wordt geboden. Theo: “In de praktijk staat het gezin voorop. Het is de verantwoordelijkheid van de hoofdaannemer om afspraken te maken die passen bij het gezin. Het wordt lastiger als de onderaannemer een wachtlijst heeft. Dat is niet denk- beeldig. Dan moet je óf afspraken maken met een ander óf je moet als hoofdaannemer structureel een aantal uren inkopen bij je onderaannemer om zo wachtlijsten te omzeilen. Dat hebben wij bijvoorbeeld met BRight GGZ afgesproken. Dat is een risico en kost geld, maar zo kun je wel de verschillende zorgonderdelen zo dicht mogelijk op elkaar plakken. In de praktijk zal moeten blijken of dat werkt.”

“Het is ook niet zo dat de hoofdaannemer automatisch bepaalt wie delen van de behandeling gaat uitvoeren”, zegt Theo. “Spirit heeft een aantal vaste collega’s waar we afspraken mee hebben, maar op verzoek van de cliënt kunnen we ook afspraken maken met andere partijen. De Bascule is niet onze enige partner, dat zou niet passen in de schaal en variëteit van deze regio.” Muriel: “Bovendien is het gezond om met verschillende aanbieders te werken. Natuurlijk is het handig om met een vast aantal aanbieders te werken, maar het moet wel een mix zijn van grote en kleine partij- en en met verschillend aanbod.”

Ingewikkeld

De bedoelingen zijn goed en de wil is er, zelfs al de nodige ervaring. “Maar in de praktijk zijn er nog genoeg haken en ogen”, denkt Muriel. “Het is ingewikkeld om het goed te regelen. Jeugdzorg en jeugd-ggz zijn verschillende werelden die bij elkaar komen. We moeten investeren om elkaar te begrijpen en goede verwachtingen bij elkaar te wekken. In de praktijk zullen we vast nog wel tegen problemen aanlopen; het is een leerproces.” Theo: “Wil je ggz en jeugdzorg naadloos laten samenwerken, dan zul je aanpassingen moeten doen en werk- en behandelmethodes laten aan- sluiten op het dagelijks leven van gezinnen en pleeggezinnen.”

En dan is er nog de papierwinkel. Theo: “Administratief zal het een enorme extra belasting betekenen. We hebben er al extra mensen voor aangenomen. Dat is absoluut nodig, maar het kost een hoop geld, dat van het jeugdhulpbudget af gaat. Dat is onmiskenbaar.” Muriel: “Als het voor de gemeenten eenvoudiger wordt, gaan hun uitvoeringskosten als het goed is omlaag en wordt aan die kant geld bespaard. Dat is ook zorggeld, bedoeld om de jeugdhulp te organiseren. Het zou mooi zijn als deze besparing ten goede komt aan de instellingen, zodat er per saldo een vergelijk- baar of groter budget beschikbaar komt voor jeugdhulp.”

Desondanks zien beiden vooral de goede kanten van de nieuwe opzet. Theo: “De hele voorbereiding kost veel tijd en energie, maar inhoudelijk levert het veel voordelen op voor multiprobleemgezinnen: er komt een heel groot integraal budget voor zorg en niet-zorg, met heel praktische mogelijkheden en dat is erg nodig.” “Voor gezinnen is het grote voordeel dat ze straks één aanspreekpunt hebben en niet meer verschillende hulpverleners over de vloer krijgen aan wie ze steeds opnieuw hun verhaal moeten vertellen. Daardoor wordt de jeugdhulp hopelijk een stuk efficiënter”, vult Muriel aan. Theo: “Het is een kwaliteitsslag: niet los van elkaar, maar gezamenlijk bedacht.”

WIE ZIJN HIER AAN HET WOORD?

Muriel Bos

Muriel Bos
Directeur Klantrelaties & Zorgcontractering bij de Bascule

Muriel Bos is directeur Klantrelaties en Zorgcontractering bij de Bascule. Zij is betrokken geweest bij het vormgeven van de transformatie in de regio Amsterdam-Amstelland en Zaanstreek-Waterland. Muriel is binnen de Bascule een van de trekkers van de nieuwe werkwijze en verantwoordelijk voor het afsluiten van alle contracten met hoofd- en onderaannemers.

Theo Schut

Theo Schut
Pedagoog

Theo Schut is pedagoog en werkt als regionaal accounthouder van Spirit voor de veertien gemeenten in de regio’s Amsterdam-Amstelland en Zaanstreek-Waterland. Hij is betrokken bij diverse vernieuwingen binnen Spirit, zoals de nieuwe werkwijze van aanmeldteam en trajectbegeleiders en de contacten met onderaannemers in 2018.

(Tekst: Liesbet Mallekoote)