Totaalplaatje dat veel tijd kost

“In onze gemeente begonnen we vorig jaar oktober al te werken met het perspectiefplan, dus we hebben inmiddels enige ervaring. Toch is het af en toe nog wel zoeken welke informatie onder welk kopje moet worden ingevuld. Daarnaast is het soms lastig, bijvoorbeeld als je te maken hebt met gescheiden ouders die deel 1 van het perspectiefplan niet samen willen invullen. Uiteindelijk komen we er altijd wel uit. Het voordeel voor ons is dat de ouders het plan wel moeten ondertekenen, anders kan de hulp niet beginnen.

In enkele gevallen kunnen de ouders het plan niet digitaal invullen. Dan printen we het uit en krijgen we het met de hand ingevuld terug, waarna we het dan weer uittikken. Sowieso duurt het vaak een week voordat we een ondertekend exemplaar terugkrijgen. Dat is zonde van de tijd. Ook het uitwerken van de informatie van de intakegesprekken is tijdrovend. Als het niet meteen lukt, belanden de aantekeningen op een stapel en dan wordt het uitwerken niet makkelijker. Kortgeleden had ik een casus waar haast bij was. Toen heb ik tijdens het intakegesprek alle informatie direct digitaal ingevoerd, zodat de ouders het ter plekke konden nalezen en ondertekenen. Dat ga ik nu bij wijze van experiment vaker doen. Dan duurt de intake misschien wat langer, maar het perspectiefplan wordt wel meteen afgerond.

Al met al is het werken met het perspectiefplan een vooruitgang. Je kunt uitvragen op alle leefgebieden, waardoor een totaalplaatje ontstaat en waardoor je ook hulp kunt regelen op andere gebieden. Dit bevordert het integraal werken. Aan de andere kant is dat niet altijd nodig. Bij een enkelvoudige hulpvraag zou je het veel korter kunnen houden. Vanuit de gemeente zijn we met andere verwijzers in gesprek, wellicht kunnen zij een verkorte versie gebruiken. En misschien kunnen wij die zelf ook wel gebruiken bij een enkelvoudige hulpvraag.”

WIE IS HIER AAN HET WOORD?


Laïla Hajioui

Laïla Hajioui
Klantmanager Jeugd

Als klantmanager Jeugd is Laïla Hajioui voor ouders en kinderen de toegang tot specialistische jeugdhulp. Als pedagogisch adviseur leerplicht voert Laïla verzuimgesprekken met leerlingen en ouders, neemt ze deel aan overleggen om schoolverzuim tegen te gaan en is ze onder meer betrokken bij het inzetten van vrijwillige jeugdhulp wanneer schoolverzuim aanhoudt.


Meer samenwerking tussen de instellingen

“Het perspectiefplan is de basis van onze zorg”, zegt Roelien Aardema, “hierin beschrijven we de gezinssituatie, de hulpvraag en de resultaten die het gezin wil behalen.” Roelien vindt het een fijn plan om mee te werken. “Dit perspectiefplan is ten opzichte van het oude ondersteuningsplan meer oudergericht. Werd er voorheen vooral óver de gezinnen geschreven, nu maken we het plan met hen samen.”

“Dat begint al bij de aanmelding”, vertelt Roelien. “Die wordt meestal door de ouders gedaan en vormt het eerste deel van het perspectiefplan. Als de aanmelding binnen is, gaan we met de ouders in gesprek. Daarna bespreken we of we de zorg zelf kun- nen bieden vanuit ons jeugdteam. We kunnen namelijk veel als team en het is gemakkelijker als we het zelf doen; we hebben al contact met het gezin, er is geen indicatie nodig, er zijn geen kosten aan verbonden voor de gezinnen en we kunnen relatief snel aan de slag.”

“Dat is ook wat de gemeente Zaanstad het liefst wil”, zegt Roelien. Daarom zitten er professionals van verschillende instellingen in de jeugdteams. “Bijvoorbeeld gedragsdeskundigen, jeugdmaatschappelijk werkers, jeugdverpleegkundigen en Intensief Orthopedagogisch Gezinsbehandelaars. Maar soms willen ouders graag een doorverwijzing of is meer zorg nodig. Dan wordt het perspectiefplan een overdrachtsformulier voor de specialistische zorgaanbieder, die een contract heeft met de gemeente Zaanstad.”

Een ander voordeel is dat het plan de contactgegevens bevat van alle betrokkenen en dat alle afspraken en resultaten in één oogopslag te zien zijn. “Voorheen werkten we met een ondersteuningsplan en dat bleef vaak bij ons in verband met de veiligheid van de gevoelige informatie. Dat was zonde, want er werd dus eigenlijk niets mee gedaan. De instelling maakte vervolgens een eigen plan. Het perspectiefplan gaat na toestemming wel naar de instelling en daar- door komt alles mooi samen. Ook is het nu een ‘levend plan’, het blijft openstaan bij de regiehouder van het Jeugdteam zolang er specialistische zorg is betrokken. Er kan in verder gewerkt worden.”

In het perspectiefplan worden gewenste resultaten opgeschreven: wat moet er aan het eind van de behandeling zijn behaald? “De resultaten moeten haalbaar en concreet zijn, zodat je met de instelling duidelijke afspraken kunt maken. Als het nodig is, kunnen doelstellingen gaandeweg worden bijgesteld. Wij blijven actief betrokken bij de behandeling, houden een vinger aan de pols en spreken evaluatiemomenten af. In sommige gevallen spelen zowel het jeugdteam als de instelling een rol in het gezin, dan zitten we er nog meer bovenop.”

Soms leidt het perspectiefplan tot discussie, bijvoorbeeld omdat een in- stelling niet staat te springen om een behandeling aan te nemen. “Eigenlijk mogen instellingen die zich voor een bepaald segment en profiel hebben ingeschreven niemand weigeren als we doorverwijzen. We proberen alles in overeenstemming te regelen, maar soms moeten we streng zijn. Deze instellingen zijn wel het contract aangegaan met de gemeente. Natuurlijk snap ik ook dat het niet altijd makkelijk is. Het is bijvoorbeeld moeilijk om goed personeel te vinden als er sprake is van een wachtlijst. Dan kunnen ze bijvoorbeeld een andere instelling in onderaannemerschap laten meehelpen. Maar het is een omslag in denken en dat kost tijd. Ik vind het een mooie ontwikkeling dat er sprake is van meer samenwerking tussen instellingen. Mooi is ook dat instellingen meebewegen en nieuwe producten ontwikkelen als dat nodig is. Dat is absoluut in het voordeel van de jongere.”

WIE IS HIER AAN HET WOORD?


Roelien Aardema

Roelien Aardema
Jeugdhulpverlener in het jeugdteam Zaanstad

Roelien werkt ruim vijf jaar in het jeugdteam Zaanstad als jeugdhulpverlener. Ze is verpleegkundige, IOG’er (Intensief Orthopedagogisch Gezinsbehandelaar), Rots en Watertrainer, gespecialiseerd in autismespectrumstoornissen, Triple P-trainer en coördinator van het indicatieteam in Assendelft, Westzaan en Nauerna, een buurtschap in de gemeente Zaanstad.

(Tekst: Liesbet Mallekoote)