“Dat er nu meer geld beschikbaar komt, betekent dat we meer kunnen doen”

TRANSFORMATIEFONDS GEEFT EXTRA IMPULS AAN DE TRANSFORMATIE

Dat de transformatie in de jeugdzorg nog niet is afgerond, zoals blijkt uit een tussenevaluatie van de Jeugdwet, daarover is iedereen het wel eens. De regio’s Amsterdam-Amstelland en Zaanstreek-Waterland hebben allebei een aanvraag ingediend bij het Transformatiefonds om verbeteringen door te voeren. Het is niet toereikend om alle problemen op te lossen, maar het geeft wel een goede impuls.

José Vianen, projectleider Innovatie Jeugd bij de gemeente Amsterdam, is niet verrast door de uitkomst van de tussentijdse evaluatie van de Jeugdwet. “Dat het beter kan, bleek ook uit ons eigen onderzoek. Na de transitie is er al veel aangepast en verbeterd, maar het is nog niet klaar.” In Amsterdam was er al een discussie gaande, vertelt José. “Met name over de gespecialiseerde jeugdzorg waarbij kinderen uit huis worden geplaatst. Daar wilden we beter op anticiperen. Onze ambitie is de hulp aan gezinnen beter regelen, zodat het voor kinderen veiliger wordt, er minder uithuisplaatsingen gebeuren en kinderen zich beter kunnen ontwikkelen. Met de instelling van het Transformatiefonds komen daarvoor financiële middelen beschikbaar.” 

Plannen en voorstellen

Om in aanmerking te komen voor extra geld moesten de regio’s voor 1 oktober een aanvraag indienen, met een bijbehorend plan. José: “Eerst hebben we geïnventariseerd wat we al doen en wat we kunnen toevoegen om een wezenlijk verschil te maken. Hiervoor hebben we gemeenten en de jeugdhulpinstellingen in onze regio gevraagd met voorstellen te komen en vervolgens hebben we in een werksessie de voorstellen geconcretiseerd. Zo willen we meer investeren in de veiligheid in het gezin, zodat kinderen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Als kinderen toch in een pleeggezin komen, willen we de pleegouders beter ondersteunen zodat pleegplaatsingen beter verlopen.” 

Vakmanschap versterken

Daarnaast wil de regio Amsterdam-Amstelland het aantal gesloten plaatsingen, Jeugdzorg Plus, afbouwen. Gezinnen waarbij de ouders kampen met ggz-problematiek moeten worden geholpen met gezinsbehandeling en het vakmanschap van de professionals moet worden versterkt. Volgens José zijn dit ambities die al langer leven. “We moeten hier naartoe werken. We zullen dat op verschillende manieren bereiken, bijvoorbeeld met pilots, met het goed benutten van de juiste methodes en instrumenten, door anders te werken en door te onderzoeken wat werkt en wat niet. Dat er nu extra geld beschikbaar komt, betekent dat we meer kunnen doen.” 

Hard aan de slag

De plannen zijn ingediend en inmiddels is een eerste positief advies binnen: het plan voldoet aan de door de minister gestelde criteria. Op 23 november wordt formeel vastgesteld of het geld beschikbaar komt. “De plannen passen binnen het beschikbare budget. Als het geld er komt, moeten we hard aan de slag om de voorstellen uit te voeren. Daarvoor zullen we samen met de jeugdhulpinstellingen een programma vormen. Resultaten zijn er niet binnen een maand, maar we hopen uiteindelijk hiermee integraler te kunnen werken binnen de gezinnen, betere ontwikkel- en opgroeimogelijkheden voor kinderen te bereiken en in ingewikkelde situaties een beter antwoord te vinden dan uithuisplaatsingen”, aldus José. 

Gekozen voor drie actielijnen

Ook de regio Zaanstreek-Waterland heeft een aanvraag ingediend bij het Transformatiefonds en inmiddels is een positief advies binnen, vertelt Hugo Klomberg, kennisexpert Jeugd bij de gemeente Zaanstad. “Het Rijk heeft zes actielijnen aangegeven om plannen voor te maken. Met het oog op budget, tijd en de voorwaarden van het Transformatiefonds hebben we met de portefeuillehouders in onze regio gekozen voor drie actielijnen. Dat zijn ‘Betere toegang tot de jeugdhulp voor kinderen en gezinnen’, ‘Meer kinderen zo thuis mogelijk laten opgroeien’ en ‘Jeugdigen beter beschermen als hun ontwikkeling gevaar loopt’. We denken dat op deze lijnen de meeste winst te behalen is en de behoefte aan extra inzet het grootst is. Bovendien lopen er al acties die we kunnen versterken.” Het is niet zo dat de regio op andere lijnen niets doet, zegt Hugo. “Soms is dat meer door afzonderlijke gemeenten geregeld of zijn het onderwerpen die we in een andere actielijn kunnen meenemen, zoals investeren in vakmanschap van de professionals, wat raakt aan de eerste actielijn over betere toegang.”

Samen zaken oppakken 

Het plan van de regio Zaanstreek-Waterland is op verschillende manieren tot stand gekomen, vertelt Klomberg. “We hebben in Zaanstad eerst zelf onderzocht wat beter kan in de transformatieopgave. Daarnaast hebben we naar andere regio’s gekeken. Omdat we de inkoop van specialistische jeugdhulp samen doen met de regio Amsterdam-Amstelland, hebben we onderzocht of we zaken samen konden oppakken. Ook hebben we meegelift op de uitgebreide uitvraag van Amsterdam-Amstelland. En tot slot hebben we een eigen uitvraag gedaan bij de gemeenten in onze regio: waar lopen jullie tegenaan?” Als de aanvraag wordt goedgekeurd, gaan de gemeenten en de jeugdhulporganisaties meteen aan de slag. Hugo Klomberg: “We willen met elkaar een regionale visie maken over toegang tot de jeugdzorg, die helderheid biedt over wat verwacht mag worden. Een evenwichtige inzet van specialistische hulp bijvoorbeeld, klein houden wat klein kan, gezinnen ook dingen zelf laten oppakken en kijken wie hen daarbij kan helpen. Om de crisisinzet terug te dringen willen we crises voorkomen door er eerder bij te zijn en te de-escaleren, door een betere afstemming tussen spoedhulp, crisisteams en lokale teams en door professionals beter op te leiden zodat ze eerder op een crisissituatie kunnen acteren. Daarvoor hebben we een plan klaar, dat we zo snel mogelijk willen uitrollen.” 

Buurtgezinnen en crisisgezinnen

Daarnaast moeten er meer pleeggezinnen komen. “We willen meer aanbod van gezinnen creëren en horen van pleeggezinnen en kinderen wat hen zou helpen”, aldus Klomberg. “Zo maken we al gebruik van buurtgezinnen. Dat kunnen we breder benutten. Ook willen we onderzoeken of het bij crises mogelijk is kinderen tijdelijk onder te brengen in een crisis- gezin, in plaats van bij een instelling. Dat heeft een betere werking op kinderen.” Samen met de regio Amsterdam-Amstelland doet de Zaanstreek-Waterland mee aan een pilot van JBRA om kinderen beter te beschermen als hun ontwikkeling gevaar loopt. “Dat is bijvoorbeeld het geval bij onveiligheid in het gezin, wanneer een van de ouders te maken heeft met een psychiatrische aandoening of een verslaving. Dat is bij zeventig procent van de gezinnen die bij JBRA hulp krijgen aan de hand. De eerste resultaten zijn goed. Zeven op de tien ouders kunnen wij doorverwijzen naar hulp voor volwassenen en dat draagt bij aan de veiligheid in het gezin.” 

Inrichting nieuw stelsel 

Al is het budget voor de Zaanstreek-Waterland beperkt, het geld is erg welkom, zegt Klomberg. “Elke transformatie kost tijd en het inrichten van een nieuw stelsel kost geld. Uit de evaluatie van de Jeugdwet blijkt hoe lastig het is. Dit extra budget is bedoeld om een impuls te geven aan de transformatie. Daarmee is niet meteen alles opgelost. Het is maar een klein budget dat niet toereikend is voor alle problemen. Maar het geeft wel net wat extra aandacht en energie om ermee aan de slag te gaan.” 

WIE IS HIER AAN HET WOORD?


José Vianen

Projectleider Innovatie Jeugd gemeente Amsterdam
José heeft in verschillende functies ervaring opgedaan binnen het jeugddo­ mein, van welzijn en wijkteams tot het gedwongen kader. Als adviseur heeft ze bij verschillende gemeenten een bijdrage geleverd aan de transitie van de jeugd­ zorg. Door veranderkundige vraagstukken te verbinden met de praktijk levert ze een bijdrage aan steeds betere hulp voor ouders en kinderen. 

WIE IS HIER AAN HET WOORD?


Hugo Klomberg

Kennisexpert Jeugd gemeente Zaanstad
Hugo houdt zich binnen de gemeente Zaanstad bezig met het dossier specialistische jeugdhulp en de transformatie­opgaven binnen het lokale jeugdhulpstelsel.

(Tekst: Liesbet Mallekoote)